Skip to ContentSkip to Navigation
About us Faculty of Arts Our faculty News

In memoriam Kees Wiese

25 juni 2020
Kees Wiese, foto Maartje Roos
Kees Wiese, foto Maartje Roos

Kees Wiese, de man achter de Groninger Studie Journalistiek

Eén mens kan verschil maken. Zo’n mens was Kees Wiese. Kees een journalist in hart en nieren overleed vorige week op 84-jarige leeftijd. Zonder Wiese had de Groningse Universiteit geen opleiding Journalistiek gekend. Eind jaren 1980 wist hij niet alleen zijn krant, het Nieuwsblad van het Noorden, warm te maken voor dit idee, maar ook enkele medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen, prof. Doeko Bosscher, dr. Hans Renner en prof. Hylke Tromp. Wetende dat een goed idee nog niet meteen wordt omarmd door autoriteiten maakte Kees een plan van aanpak. In dat plan stond de oprichting van de Stichting Groninger Studie Journalistiek centraal. Die kwam in januari 1989 tot stand. De hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Ton Schuurmans nam het voorzitterschap op zich, Kees werd secretaris en Dick Dalmolen, redacteur bij het Nieuwsblad, penningmeester. De eerste daad van de nieuwe stichting was het uitbrengen van een op geschept papier gedrukte Pleitnota, geschreven door Kees Wiese en Hans Renner om te komen tot een universitaire opleiding Journalistiek. De toenemende complexiteit van de samenleving maakte zo’n opleiding in aansluiting op de opleidingen die werden aangeboden door vier HBO’s noodzakelijk. De Pleitnota werd gevolgd door een forse lobby, binnen de journalistiek, maar ook binnen de Groningse universiteit. Vooraanstaande hoogleraren van verschillende faculteiten werden uitgenodigd door Kees voor een roemruchte vergadering in het Schimmelpenninkhuys om hun zege aan het idee te geven. Kees, die gezien werd als een uitstekend wetenschapsjournalist genoot vertrouwen en hij kreeg hun steun.

Contact werd door Kees en Ton ook gezocht met de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en het Genootschap van Hoofdredacteuren. Op 12 december 1989 nam het Faculteitsbestuur Letteren, onder leiding van decaan Marianne Kleibrink, het voorstel van de GSJ over. Het toonde daarmee niet alleen visie en durf, maar het gaf ook inhoud aan de drang om het bestaande onderwijs aan de faculteit verder te vernieuwen. De samenwerking met de GSJ kan worden gezien als één van de eerste voorbeelden in de humaniora om tezamen met een bedrijfstak vorm te geven aan een opleiding, en die ook gedeeltelijk te bekostigen. Het initiatief gaf aanleiding tot veel discussie en ook verzet binnen zowel de journalistieke sector als binnen de academie. Kees had hierop het gepaste antwoord: overtuigen doe je met 'de terreur van de vriendelijkheid'. Hij heeft die formulering zeker honderd keer gebruikt. Het werkte, de secretaris en het bestuur van de NVJ en het Genootschap zagen het wel zitten en ook de faculteitsraad ging na een verhit debat akkoord. Het belangrijkste tegenargument van academici binnen de faculteit: ‘journalistiek is geen wetenschap en rechtvaardigt geen universitaire opleiding’. Het siert die opposanten dat zij achteraf ronduit toegaven dat zij zich hadden vergist. Deze ommezwaai werd vergemakkelijkt door het programma dat door Wiese en de toenmalige ‘managing director’ van het Instituut voor Geschiedenis, Robert Wagenaar, werd ontworpen. Gekozen werd voor een model – het is nog de tijd van de vierjarige ongedeelde opleidingen – waarin Journalistiek een specialisatierichting werd gemaakt binnen een bestaande opleiding: vooreerst geschiedenis, maar vervolgens kon dat elke universitaire opleiding zijn. Daartoe werd een jaar aan studieonderdelen geprogrammeerd, naast praktische vakken journalistiek ook de theorie en geschiedenis en de ethiek van de journalistiek, plus een eindscriptie op het snijvlak van de discipline en de journalistiek. Per 1 september 1992 ging de opleiding van start. Inmiddels waren er afspraken gemaakt over stageplaatsen met de NVJ en de HBO’s. Een noodzakelijkheid omdat die bij cao waren geregeld. Kees was opnieuw, bescheiden op de achtergrond, instrumenteel.

De samenwerking tussen de GSJ, lees vooral Kees, en de Faculteit werd inmiddels bijzonder hecht. De GSJ kandideerde als eerste hoogleraar journalistiek drs. M.L. Snijders, oud-hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, de eminence grise van journalistiek Nederland. Hij werd per 1 september 1993 benoemd en zoals Kees had verwacht, gaf hij standing aan de opleiding. In het zelfde jaar droeg Kees in belangrijke mate bij aan een “Aanzet tot wetenschappelijk onderzoek” op het gebied van de journalistiek. Inmiddels was dr. José van Dijck, met de warme instemming van Kees, aangetrokken. Een gouden keuze zo bleek, en met het onderzoek zat het vervolgens wel goed. Zij zou het tot voorzitter van de KNAW gaan brengen. Op 31 mei 1995 studeerde de eerste student met de afstudeerrichting journalistiek af. Er zouden er honderden gaan volgen.

Op 1 april 1996 nam Harry Lockefeer, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant het stokje over van Snijders van de inmiddels voluit geaccepteerde opleiding. Ook die benoeming vond plaats op voorstel van de GSJ. De Stichting financierde niet alleen een gedeelte van de kosten van de leerstoel, maar ook de benodigde apparatuur. Sinds 1994 organiseerde de GSJ samen met de Faculteit der Letteren tien jaar lang, de tweejaarlijks Mr W.P. Sautijn Kluitlezing, ter herinnering aan de pionier van de Nederlandse persgeschiedenis (1838-1894). De sprekers, die door Kees werden genodigd, mochten er zijn: Gerard Mulder, Kees Fens, Koos van Weringh, Jan Bank en tenslotte Henk Hofland. De Rijksuniversiteit uitte zijn grote waardering voor het werk dat Kees had verricht voor de (wetenschaps)journalistiek door hem in 1998 de Academieplaquette toe te kennen. Een eer die normaal alleen is voorbehouden aan RUG-werknemers met een zeer lange staat van dienst. Dat de plaquette werd uitgereikt door de Rector Magnificus maakte dit feit extra bijzonder.

Rond 2006 waren er geen redenen meer om de opleiding van buitenaf ondersteuning te blijven bieden. In 2005 werd journalistiek een zelfstandige masteropleiding als gevolg van de invoering van de bachelor-master structuur. In 2006 werd Lockefeer opgevolgd door Marc Chavannes. Ook kreeg de opleiding een tweede hoogleraar in het vooruitzicht gesteld, waarvan de benoeming begin 2008 werd gerealiseerd. De opleiding had zich definitief gevestigd en Kees was inmiddels zijn zeventigste levensjaar gepasseerd. Kees was klaar, hij had definitief zijn doel bereikt.

Inmiddels kan de opleiding journalistiek als één van de onbetwiste pareltjes worden gezien van de Faculteit der Letteren en ook de Rijksuniversiteit Groningen, zowel in termen van onderwijs als wetenschappelijk onderzoek. Een pareltje dat andere Nederlandse universiteiten hebben geprobeerd te kopiëren en in succes te evenaren. Een groter compliment is niet denkbaar.

Om de rol van Kees bij de totstandkoming van de opleiding te onderstrepen en ter zijner nagedachtenis wordt, precies 25 jaar nadat de eerste student journalistiek in Groningen afstudeerde, een scriptieprijs ingesteld. In overleg met de naaste familie van Kees gaat die de Kees Wiese Duit heten. Kees had iets met munten en penningen. Zo introduceerde hij de GSJ Ere-Perspenning naar het voorbeeld van de oude politieperspenning, die in de jaren 1950 in de grote steden als officiële perslegitimatie dienst deed. Die penning is inmiddels aan acht personen uitgereikt, waaronder Kees zelf, die zich allen zeer verdienstelijk hebben gemaakt voor de oprichting en ontwikkeling van de opleiding.

Conform het gedachtengoed van Kees wordt de Duit toegekend aan een masterscriptie die voldoet aan de volgende criteria: "klare taal" (vertaalslag naar de lezer), "ethisch verantwoord" (hoor en wederhoor), "zelfstandig / kritisch / eigenzinnig". De winnende scriptie wordt geacht een 'duit in het zakje' te doen van de ontwikkeling van het vakgebied. De prijs, die jaarlijks wordt uitgereikt, zal bestaan uit een door de familie speciaal te laten ontwerpen Duit en een geldbedrag waarvoor een speciaal fonds in het leven is geroepen. Geen betere manier om de nalatenschap van Kees te eren en te vieren.

Prof. Doeko Bosscher

Prof. Hans Renner

Prof. Robert Wagenaar

Laatst gewijzigd:25 juni 2020 16:31

Meer nieuws