‘Elk universiteitsgebouw telt in de route naar klimaatneutraliteit’
Tom Boslooper (38) is Ontwikkelmanager Duurzaamheid bij de Vastgoedorganisatie van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Sinds 2024 is hij vanuit het Programma Energie en Duurzaamheid een van de aanjagers van de energietransitie om de missie van de universiteit te realiseren: uiterlijk in 2035 alle RUG-gebouwen CO2-neutraal maken. 'We hebben een prachtig portfolio aan gebouwen, van monumenten tot moderne laboratoria. Maar elk gebouw moet wel mee in de transitie.' Het programmateam zorgt ervoor dat de duurzaamheidsdoelen op het gebied van vastgoed behaald worden.

Energietransitie: data als basis
Tom speelde een belangrijke rol om alle RUG-gebouwen te voorzien van een energielabel en verduurzamingsadvies, gebaseerd op meer dan 700 maatregelen. 'Ik heb gecontroleerd of we met het uitvoeren van deze maatregelen onze duurzaamheidsdoelen halen. Als dat niet zo is, heb ik ze aangevuld of aangepast.' Dit komt allemaal samen in een energietransitiemodel dat per gebouw inzicht geeft in:
-
welke maatregelen nodig zijn om de duurzaamheidsdoelen te halen;
-
de kosten en terugverdientijden (inclusief scenario’s voor vroege/late uitvoering);
-
de opbrengsten (energiebesparing, CO₂-reductie, wetgevingscompliance).
Het model ondersteunt ook vastgoedplanning en komt bijvoorbeeld aan bod bij de gebiedstafels, waar per campus een visie op vastgoed wordt ontwikkeld.
Subsidies en slimme investeringen
Tom was een van de aanjagers van de DUMAVA-subsidie (2024), waardoor meerdere gebouwen vervroegd konden worden aangesloten op Warmtestad. Dit bespaart nu al jaarlijks 1,4 miljoen m³ gas. 'Subsidies maken projecten haalbaar. Zonder DUMAVA hadden we deze stappen niet zo snel kunnen zetten.'

Onderhoud als hefboom voor duurzaamheid
Boslooper is van huis uit opgeleid als bouwkundige en heeft jarenlang gebouwkennis opgedaan binnen de afdeling Beheer & Onderhoud van de RUG. 'Onderhoudsmomenten zijn kansmomenten,' stelt Tom. 'Wetten verplichten ons al tot duurzame investeringen, maar vaak is het ook strategisch slim om extra investeringen te doen.' Daarom wordt altijd gekeken naar:
-
Wanneer zijn de onderhoudsmomenten van het gebouw en de installaties?
-
Hoe lang willen we het gebouw in bezit houden?
-
Welke wetgeving geldt er nu en in wat verwachten we in de toekomst
-
Hoe kunnen we de kosten en opbrengsten van de investering optimaliseren?
Hoe zorg jij dat die onderhoudsmomenten slim worden benut?
'Als je gebouwen beheert en onderhoud pleegt, moet je rekening houden met regels en wetten. Er zijn nu al wetten die zeggen dat we zuiniger met energie moeten omgaan. Hoe dichter we bij 2050 komen, hoe strenger deze regels worden. In mijn werk zorg ik dat we op deze momenten de juiste beslissingen nemen zodat we stap voor stap onze duurzaamheidsambities kunnen realiseren.'
Voorbeeld bij dakvervanging Smitsborg
Bij de Smitsborg moet het platte dak binnenkort vervangen worden. Dit is het ideale moment om ook zonnepanelen te plaatsen. Beide hebben een vergelijkbare levensduur, waardoor toekomstig onderhoud gecombineerd kan worden. Dit beperkt de overlast voor gebruikers tot één moment in plaats van twee. Door tegelijkertijd de dakisolatie te verbeteren, komt het project in aanmerking voor subsidie. Wat begon als een onderhoudsklus, groeit zo uit tot een geïntegreerd investeringsproject met meer voordelen op de lange termijn.
De grootste uitdaging: tijd en geld
'Tempo en terugverdientijd zijn op dit moment de grootste uitdagingen,' zegt Tom. 'Energieprijzen zijn nu laag, maar dat kan snel veranderen, zoals in 2022. Bovendien: hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt. We moeten eigenlijk 7 tot 8 gebouwen per jaar aanpakken om onze doelen in 2035 te halen. Dat is een immense opgave.'
