Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningenfounded in 1614  -  top 100 university

Positive and negative leadership in childhood: emergence, group process, and outcomes

Promotie:Z. DongWanneer:23 februari 2026 Aanvang:16:15Promotor:prof. dr. D.R. (René) VeenstraCopromotor:dr. G.E. (Gijs) HuitsingWaar:Academiegebouw RUGFaculteit:Gedrags- en Maatschappijwetenschappen
Positive and negative leadership in childhood: emergence, group
process, and outcomes

Positief en negatief leiderschap in de late kindertijd

Welke klasgenoten zijn goede leiders? Zhe Dong onderzocht positief en negatief leiderschap in de late kindertijd. ‘Populaire’ klasgenoten op basisscholen vervullen een cruciale rol in peer-groepen door groepsdoelen vast te stellen, gezamenlijke activiteiten te initiëren en groepsnormen te beïnvloeden. In het bijzonder deze leiders de normen vast voor aanvaardbaar dan wel onaanvaardbaar gedrag. Ze initiëren en sturen pesten en verdedigen. Het proefschrift beschrijft negatief leiderschap, een fenomeen waarbij populaire leerlingen sterk betrokken zijn bij pesten. Deze negatieve leiders veranderen zelden, ook nadat ze in aanraking zijn gekomen met anti-pest-normen. Er bestaat echter ook een type leiders met zowel positieve als negatieve aspecten: ze helpen sommigen, maar pesten anderen. Om positief leiderschap te kweken is het belangrijk dat kinderen worden aangemoedigd zich zelfverzekerd uit te drukken en zwakkeren te steunen. Ouders kunnen daarbij een positieve rol spelen.

Het proefschrift integreert peernominaties voor leiderschap met analyses van individuele verschillen tussen leiders en niet-leiders. Ook zijn leiderschapsstijlen verkend en het aan leiderschap gerelateerde uitkomsten gevolgd. Op basis van gegevens uit het Nederlandse KiVa-antipestprogramma in groepen 5–8 van het basisonderwijs geeft dit proefschrift antwoord op de volgende onderzoeksvragen: (1) Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen positieve en negatieve leiders? (2) Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in de verdedigings- en vriendschapsstijlen van positieve versus negatieve leiders? (3) Wat zijn, in klassen met verschillende leiderschapsstijlen, de gevolgen voor school en psychologisch welbevinden voor kinderen in het algemeen en voor slachtoffers in het bijzonder? (4) Zouden antipestprogramma’s negatieve leiders en andere kinderen kunnen helpen de overgang naar meer positieve leiderschapsrollen te maken?

View this page in: English