Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Godgeleerdheid en GodsdienstwetenschapNieuwsarchiefNieuws in 2010

Prof.dr.mr. Fokko Oldenhuis: 'Zet rem op uiting van geloof en andere opvattingen'

23 juni 2010

Een tramconducteur die een kruisje op zijn uniform wil dragen, een docente die haar hoofddoek voor de klas wenst op te houden, een advocaat die weigert op te staan voor de binnentredende rechters en politicus Geert Wilders die zegt dat de Koran verboden dient te worden. Het zijn geloofsuitingen en opvattingen die telkens opnieuw felle discussie op gang brengen en tot rechtszaken leiden. 'Het uitdragen van ideeën en geloof is doorgeschoten', vindt bijzonder hoogleraar Religie en Recht Fokko Oldenhuis. Het is daarom zaak dat het praktiseren van geloofsovertuigingen en opvattingen in het publieke domein wordt ingetoomd, stelt hij.

'Mensen zijn erg met hun eigen overtuiging bezig', zegt Oldenhuis. 'Maar zeker in openbare functies, mag men de representatieve aard ervan niet uit het oog verliezen. Dat geldt zowel voor een buschauffeur als voor een politicus. De tramconducteur treedt op namens zijn werkgever, de gemeente Amsterdam, en een politicus vervult een rol in het belang van het hele land.' Niemand hoeft een saaie grijze muis te worden, vervolgt Oldenhuis, maar geloof en eigen ideeën mogen binnen publieke functies niet als bulldozer worden gehanteerd waarvoor alles en iedereen dient te wijken.'

De multiculturele samenleving noopt ertoe dat iedereen iets inschikt, betoogt Oldenhuis. 'In onze traditionele samenleving die zich kenmerkt door een driedeling protestants - katholiek - niet gelovig, is het eenvoudiger zaken toe te staan als mensen zich op hun geloof beroepen. De consequenties zijn overzichtelijker en het zorgt voor minder spanningen dan in de huidige maatschappij.' Oldenhuis trekt de vergelijking met een volle bus. Daar dient ieder wat plaats in te leveren voor anderen, anders dan in een tram waar slechts drie plekken zijn bezet. 'We dienen daarom kwesties rond vrijheid van geloof en vrijheid van meningsuiting opnieuw te beoordelen.'

Opzij zetten

De mate van vrijheid waarmee iemand opvattingen kan uitdragen, hangt samen met de positie waarin hij verkeert. Oldenhuis onderscheidt drie lagen. 'Eerst is er de kerk. Binnen de kerk kan veel worden gezegd, maar niet alles. Een dominee kan ook door een rechter worden teruggefloten wegens laakbare uitspraken. De tweede schil is het publieke domein. Iemand die in het openbaar actief is, dient zijn opvattingen zeker te dempen.' Oldenhuis voert het klassieke voorbeeld op van de ambtenaar van de burgerlijke stand die op grond van geloofsovertuiging weigert homo's te trouwen. Die ambtenaar dient zijn opvattingen juist opzij te zetten, aldus de hoogleraar, want hij treedt op namens de samenleving. Deze ambtenaar draagt niet voor niets een toga, die juist is bedoeld om onderscheid in kleding, religie of afkomst te voorkomen.
De derde schil bestaat uit individuele burgers. 'Die mogen heel veel zeggen', licht Oldenhuis toe. 'Aan de bar mag je zonder straf roepen dat de Koran verboden moet worden.'

Stroomversnelling

Ergens aan de onderkant van de tweede schil zitten de politieke partijen. Die nemen een bijzondere positie in, zegt Oldenhuis, want ze moeten enerzijds ongehinderd debat kunnen voeren. 'Tegelijkertijd is onze samenleving zo in beweging dat een beroep op oude, verworven rechten als vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst hier niet langer volstaat. Deze verworvenheden moeten opnieuw worden beoordeeld. Het rechtssysteem dient zich aan te passen aan de ontwikkelingen in de maatschappij. We hebben ruim vijftig jaar lang nauwelijks hoeven nadenken over scheiding van kerk en staat, maar door de historische gebeurtenissen op 11 september 2001 en de val van de Berlijnse muur is maatschappelijke verandering in een stroomversnelling gekomen.'

Overtolerant

'Dus wanneer de SGP vrouwen verbiedt een actieve rol in de partij te spelen, dan kan ik me voorstellen dat een multiculturele samenleving opnieuw overdenkt hoe ver een politieke partij in haar opvattingen mag gaan', aldus Oldenhuis. 'Dat in deze tijd de overheid hier nieuwe piketpalen wil slaan en politieke partijen wil verplichten om mannen en vrouwen gelijke rechten te verlenen kan ik mij goed voorstellen.'
Juist het overtolerante, leidt tot onevenwichtigheden in de samenleving, meent Oldenhuis, want wanneer de SPG vrouwen mag weren, dan is immers ook de weg vrij voor een moslimpartij die slechts mannen toelaat. Een beslissing van de Hoge Raad (9 april 2010) is overigens in lijn met wat Oldenhuis stelt. De hoogste rechtsinstantie vonniste in een zaak die was begonnen door het Proefprocessenfonds Clara Wichmann, dat de SGP vrouwen en mannen gelijk dient te behandelen en hen dus tot bestuursfuncties en op de kieslijst toe moet laten. Weren van vrouwen is in strijd met het door Nederland ondertekende VN-vrouwenverdrag, bevestigde de Hoge Raad. Ook al is Oldenhuis het eens met de uitspraak van de Hoge raad, hij vindt dat de staat zelf en niet een buitenstaander als het Clara Wichmanfonds de zaak tegen de SGP had moeten aanspannen. 'De Staat had de piketpaal moeten slaan. Juist in een multiculturele samenleving moet je voorkomen dat de ene burger de andere voor de rechter sleept op deze wijze.'

Kwetsen

'Zowel gelovigen als niet-gelovigen moeten binnen het publieke domein extreme opvattingen dempen', concludeert Oldenhuis, die hiermee tevens doelt op uitlatingen van PVV-leider Geert Wilders. 'Hij is een leider van een grote partij. Dat is hij in essentie in het belang van het land. Hij moet daarom zijn verantwoordelijkheid nemen. Wanneer hij systematisch verkondigt dat zelfs het in eigen huis lezen van de Koran strafbaar moet zijn, dan kwetst hij grote groepen. Het zou betekenen dat mensen zich niet meer veilig kunnen voelen achter hun eigen voordeur. Dat kan nimmer in het belang van de samenleving zijn. Nog buiten beschouwing gelaten dat het kan worden gezien als haatzaaien.'
Oldenhuis wijst erop dat het Europees Hof voor de rechten van de mens hier reeds een trend zet. In twee zaken heeft het hof beslist dat politici niet zomaar van alles ten koste van medeburgers mogen zeggen. Het hof keurde het goed dat een Belgische politicus zijn kiesrecht verloor nadat die had gesproken over 'reservaten voor couscous-clans'. Tevens mocht een Franse burgemeester die opriep tot een boycot van Israëlische producten van het Europees mensenrechtenhof veroordeeld worden.
Volgens Oldenhuis bewijzen de uitspraken van Wilders dat het idee dat ieder grondrecht grenzen kent, uit beeld is verdwenen. De oorsprong van grondrechten is bescherming van de burger tegen de overheid, onderstreept de hoogleraar. 'Dat recht wordt nu ook horizontaal, van burger tot burger, van toepassing geacht alsof de ene burger het recht zou hebben de ander te kwetsen. Dat is volstrekt misplaatst. Daarmee wordt de oorsprong van grondrechten uit het oog verloren'.

Curriculum Vitae

Fokko T. Oldenhuis (Delfzijl, 1950) is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Religie en Recht bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid en de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap. Hij is verbonden aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht van de RUG. Daarnaast is hij sinds 1993 raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem. Naast publicaties over religie en recht heeft Oldenhuis vele werken geschreven over aansprakelijkheidsrecht en huurrecht.

Bewerkte lezing

Oldenhuis heeft tevens lezingen gegeven over dit onderwerp. Een geactualiseerde versie is hier te downloaden: Trainen in tolerantie

Noot voor de pers

Contact: Fokko Oldenhuis

Reageren op de Opinie? Dat kan op Kennisdebat!

Laatst gewijzigd:06 juni 2016 11:38
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws