Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFEB

'Wij dienen het voortouw te nemen in samenwerking en verbetering van de sector'

Timo Huges
U heeft bedrijfskunde gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Waarom koos u voor deze studie?

Het bedrijfsleven had mijn interesse. De keuze was voor mij Economie of bedrijfskunde. Bedrijfskunde oogde breder. Het zou Rotterdam of Groningen worden. Mijn voorkeur ging uit naar de eerste. Ik werd geplaatst in het noorden; waar mijn “wortels” liggen.

Hoe kijkt u terug op uw studietijd?

Het was één van de mooiste periodes in mijn leven. Een hechte (studenten)gemeenschap waar de meeste ook in het weekend verbleven. Een enorm gezellige stad ook, niet onbelangrijk in die periode in je leven. Ik was een betrokken lid van Vindicat. Daar heb ik ook mijn eerste bestuurservaring opgedaan, en erg veel plezier gehad.

Nog steeds heb ik contact met ‘Groningen’: met huisgenoten, clubgenoten, netwerkclubs van oud-Groningers en als bestuurslid van het UBBO Emmius Fonds. Groningen blijft een rode draad in mijn leven.

Welke vaardigheden die u in uw studietijd heeft opgedaan, zijn het meest waardevol in uw huidige baan?

Het besef dat je dingen samen moet doen, met verschillende type mensen, om succesvol te zijn en doelen te bereiken. Daarnaast bestuurlijke vaardigheden, althans de eerste ervaringen en stappen op dat terrein. Als je terugkijkt, is de prille basis van mijn huidige werk deels daar gelegd.

In uw presentatie gaat u het hebben over de 3 E’s: eenheid, eenvoud en eigenaarschap. Wat bedoelt u met eenheid?

Toen ik in de spoorsector startte, constateerde ik al snel dat een van de sleutels tot succes in samenwerking zit. Alleen in gezamenlijkheid kunnen we integrale verbeteringen doorvoeren, die ten goede komen aan de reizigers in Nederland. We vormen samen de keten. De reiziger maakt en ervaart maar één reis. Namelijk van A naar B, van deur tot deur. En niet een gefragmenteerde reis met NS en dan met Arriva en dan met een bus of een taxi en dan...

Hoe zou die samenwerking met andere partijen er volgens u uit moeten zien?

Het begint met één kaart voor het hele OV. Inchecken aan het begin, uitchecken als je er bent. En goede, actuele, heldere reisinformatie. Over alle verbindingen en vervoermiddelen, ongeacht de vervoerder. En de reiziger wil dan ook dat die vervoermiddelen, dienstregelingen, naadloos op elkaar aansluiten. Dat moeten wij de komende jaren mogelijk maken.

Eenvoud noemt u als tweede ‘E’, af van de huidige complexiteit. Wat moet er eenvoudiger?

We zijn bezig om de interne organisatie binnen NS op sommige plekken minder complex te maken. In elk bedrijf met zoveel historie, al 175 jaar, zijn er processen en structuren die simpeler kunnen en moeten. Zodat afstemming en besluitvorming bijvoorbeeld makkelijker verlopen. En hoewel er al dagelijks een topprestatie wordt geleverd door onze logistieke mensen, wil ik toch dat we kijken of we ook de dienstregeling kunnen vereenvoudigen zodat het ook eenvoudiger wordt om bij te sturen in afwijkende gevallen. Ook vanuit de reiziger bekeken, mag het OV eenvoudiger. Dat zijn we aan de reiziger verplicht.

Eigenaarschap tot slot, noemt u als derde ‘E’. Waarom is dit zo’n belangrijke factor?

Dit principe sluit dicht aan bij wie ik zelf ben en hoe ik in het leven sta. Ik wil graag dat alle mensen snappen waar ze verantwoordelijk voor zijn en die verantwoordelijkheid vervolgens ook nemen. Gericht op de reiziger in ons geval. Voor NS geldt bovendien dat wij de grootste in de sector zijn, dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Wij dienen het voortouw te nemen in samenwerking en verbetering van de sector en bovenal de reis van de klant van deur-tot-deur.

U stelt dat de reiziger echt op de eerste plaats moet komen. Hoe gaat u dat realiseren?

Door de principes die we net bespraken, in de praktijk te brengen. Samen met alle NS'ers en hopelijk alle sectorgenoten. Goed luisteren naar onze reizigers, ze altijd gastvrij behandelen. En soms proberen ze in denken en doen een stapje voor te zijn. Maar ook door eerlijk te zijn over wat al goed is en lukt en wat nog niet. Ik ben ambitieus; intern heb ik ook aangegeven: het gaat best goed, maar gemiddeld goed is niet goed genoeg meer. Daar moeten we - toepasselijk woord - geen genoegen meer mee nemen. We moeten ons niet blindstaren op het feit dat gemiddeld een heel hoog percentage van onze treinen op tijd rijdt. Nee, we gaan de lijnen aanpakken waarop we vaak ondergemiddeld scoren. Want mevrouw Ramires of meneer Verhoek uit Delft heeft niets aan gemiddeld goed als zij of hij drie keer per week te laat komt. Kortom, luisteren naar de klant, dicht op de business zitten en er concreet iets mee doen.

> Terug naar Opening Academisch Jaar 2014

Laatst gewijzigd:22 augustus 2014 11:29
printView this page in: English