De akkerbouw in transitie naar een rendabele en toekomstbestendige sector

Naast onze rol midden in de praktijk van de agrarische sector en haar transitie heeft het Centrum voor Duurzame Landbouw Transitie (CDLT) een belangrijke rol in wetenschappelijk onderzoek. Voor een promotieonderzoeken aan het CDLT onderzoekt Thom Dijkstra de gevolgen op het bedrijfseconomische gebied van de transitie voor akkerbouwers. Voor dit onderzoek gaat hij in gesprek met boeren, adviseurs en branchespecialisten. Hessel Kingma, branche specialist akkerbouw bij Countus, is er een van. Hoewel Kingma zelf niet van de boerderij afkomstig is, is hij door zijn verleden in de Noordoostpolder erg besmet geraakt met de akkerbouwsector. Hij werkte jaren voor Univé, daarna voor de NAK en een aantal jaren bij Agrico, alvorens hij naar Countus overstapte. Bij Countus is hij het inhoudelijke gezicht van de akkerbouwsector: hij houdt zich naast individueel advies, relatiebeheer, financiële analyses en kennisdeling ook bezig met de strategische toekomstvraag van akkerbouwers. We spraken Hessel Kingma over de ontwikkelingen in de akkerbouw en zijn visie op een duurzamere akkerbouwsector in Nederland.
Stand van zaken in de akkerbouw
In de huidige sector ziet Kingma dat bedrijven met gangbare teelt zich nog altijd door blijven ontwikkelen. Doordat de telers de afgelopen jaren goede financiële resultaten hebben behaald, ziet hij dat er bedrijven hun schaal vergroten of zich verder specialiseren. Hierbij wordt wel gesteld dat teeltseizoen 2025 toch wel een minder tot misschien wel heel slecht jaar wordt, met name als je kijkt naar de aardappelteelt. Een andere ontwikkeling is het hoofdlijnenconvenant gewasbescherming waaraan wordt gewerkt vanuit het kabinet, boerenorganisaties en ketenpartijen. Het convenant maakt onderdeel uit van de duurzaamheidstransitie waar de landbouw voor staat, en tevens één van de grootste uitdagingen voor de akkerbouw.
Rendabele bedrijfsvoering als onderdeel van doelsturing
Steeds meer akkerbouwers houden zich meer bezig met hun bodem. Telers doen ervaring op met bijvoorbeeld groenbemesters zodat hun bodem verbeterd in waterdoorlating, de gewassen beter groeien of zodat de akkerbouw eerder het land op kan. De grootste uitdaging bij bodemverbetering ligt voor boeren bij het rendement; de investering voor bodemverbetering komen vaak direct, terwijl opbrengsten in duurzame productiviteit, weerbaarheid en omzet pas later volgen. Het risico van actief werken aan bodemverbetering ligt daarmee volledig bij de telers, aldus Kingma. In Nederland wordt steeds meer ingezet op doelsturing, waarbij de sector als geheel naar een aantal doelen toewerkt binnen duurzaamheid en kwaliteit zoals water, klimaat, biodiversiteit, bodem en schaarse bronnen. Wat volgens Kingma hierbij expliciet aan toegevoegd zou moeten worden is het doel voor ‘een rendabele bedrijfsvoering voor de primaire sector’. Door dit doel toe te voegen wordt het risico van de teler gedeeld met de keten. Het inzetten op verduurzaming verdient zich op dit moment nog niet altijd terug. Hier is wel ontwikkeling in te zien, maar dat is niet direct een groot verdienmodel.
Kansen voor akkerbouwers in transitie
Voor akkerbouwers die nadenken over verduurzaming liggen er ook kansen. Regeneratieve landbouw biedt bijvoorbeeld niet alleen potentieel op het gebied van prijsvorming per kilogram, maar ook op het gebied van opbrengst en kwaliteit. Kingma verwoordt het als volgt: ‘het is niet alleen het financiële plaatje van wat per kilo betaald wordt, maar ook je opbrengst en je kwaliteit van je opbrengst kan verbeteren.’ Hoewel harde cijfers over opbrengsten in regeneratieve systemen schaars zijn, groeit het bewijs dat betere bodemkwaliteit op termijn het opbrengend vermogen per hectare ten goede komt. Dit maakt verduurzaming niet alleen een ecologische keuze, maar ook een bedrijfseconomisch interessante strategie.
‘Wil je klaar zijn voor de toekomst, dan is een stap naar duurzamer produceren ook de ruimte bieden om in de toekomst jouw producten wel af te kunnen zetten.’
License to produce
Daarnaast wijzen ontwikkelingen in wet- en regelgeving op een groeiende marktvraag naar duurzaam geteelde producten. Grote afnemers worden via Europese wetgeving zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) steeds meer aangestuurd op duurzaamheid, en zullen dat moeten doorvertalen naar hun inkoopbeleid. ‘Wil je klaar zijn voor de toekomst, dan is een stap naar duurzamer produceren ook de ruimte bieden om in de toekomst jouw producten wel af te kunnen zetten.’ Dit concept van de license to produce (het recht om te mogen leveren aan een afnemer) maakt duidelijk dat vroeg bewegen loont. Wie nu investeert in duurzamere bedrijfsvoering, bouwt aan een positie die over enkele jaren bepalend kan zijn voor toegang tot de markt.
Samenwerkingen voor slimmer ondernemen
Zoals eerder al aangegeven is de Nederlandse landbouwsector nog altijd bezig zich te specialiseren, wat logisch is als ondernemer. Een gemengd bedrijf met akkerbouw en veehouderij, is niet voor iedere ondernemer weggelegd. Kingma ziet hier echter wel een oplossing in, meer samenwerking tussen akkerbouwbedrijven en veehouders. Uitwisseling van grond kan ruimte creëren om te gaan extensiveren, het geïntegreerde bouwplan. ‘Je gaat je mest veel beter gebruiken, je gaat voer met elkaar uitwisselen, en je gaat de krachten bundelen. De een heeft veel meer verstand van grond, de ander meer van dieren, en die combinatie maakt het gewoon sterk.’ Echter wordt deze samenwerking nog niet omarmd vanuit de overheid, met name fiscaal wordt het geïntegreerde bouwplan juist tegengewerkt. Toch ziet Kingma hier wel kansen voor agrarische ondernemers: ‘het is én slim voor verduurzaming, maar eigenlijk vooral ook heel erg slim ondernemen om die samenwerking aan te gaan.’
Rol van technologische innovatie
Verder zullen bedrijven ook gaan veranderen door innovaties, zowel op het gebied van gewasontwikkeling en groenbemesters als met technologische innovaties. Er wordt gekeken of gewassen met minder nutriënten kunnen groeien, wat voor de teler voor kostenbesparing kan zorgen aan de input kant. Dit kan worden versterkt met technologische innovaties zoals AI-drones om preciezer te kunnen kijken waar bemesting of gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn door bijvoorbeeld de bladindex te beoordelen. Deze technologische innovaties gaan echter gepaard met een aanzienlijke financiële investering, wat niet voor iedere teler haalbaar is. Vooral grotere bedrijven zullen er op kunnen investeren, voor gemiddelde en kleinere bedrijven is het mogelijk een keuze tussen inkomen of innovatie. ‘En de kans is zeker aanwezig, ook met de kostenontwikkeling van de afgelopen drie jaar, dat de gemiddelde of kleinere akkerbouwbedrijven die stap niet helemaal kunnen gaan zetten.’ Om te kunnen investeren in duurzame technologische innovaties moet er voldoende rendement behaald worden, wat voor veel akkerbouwers niet het geval was afgelopen jaar. Het is dan ook te hopen dat deze technologische innovaties voldoende worden opgepakt, de prijzen van de systemen dalen, en dat zij ook voor de gemiddelde of kleinere akkerbouwbedrijven beschikbaar komen. Een alternatief scenario is een akkerbouwsector waarin grote bedrijven zich focussen op technologische innovaties en kleinere bedrijven een nichemarkt gaan bedienen.
Hoewel de uitdagingen groot zijn, ziet Kingma voldoende perspectief voor de Nederlandse akkerbouw. Ondernemers die tijdig investeren in bodemkwaliteit, samenwerking en innovatie kunnen niet alleen bijdragen aan maatschappelijke doelen, maar ook hun eigen toekomstbestendigheid versterken. De duurzaamheidstransitie vraagt om keuzes, maar biedt tegelijkertijd kansen voor een sterke en veerkrachtige sector.
Het CDLT kan hierin een waardevolle rol spelen door verhalen vanuit de transitie actief naar voren te brengen. De opdracht is niet alleen om te zeggen dat er veranderd moet worden, maar juist om met concrete bewijslast, meetbare resultaten en praktische ondersteuning te komen. Begrip voor de positie van de boer is er, de sociale kant wordt erkend, maar duurzame transitie vraagt uiteindelijk ook om een verhaal dat aan de financiële kant klopt.