Skip to ContentSkip to Navigation
About usNews and EventsEvents and open daysPhD ceremonies

Combative minority literature writers in the aftermath of the Great War

Douwe Kalma, Saunders Lewis, Hugh MacDiarmid and Roparz Hemon
PhD ceremony:Mr J. (Jelle) Krol
When:June 26, 2018
Start:15:00
Supervisors:prof. dr. G.T. (Goffe) Jensma, G. Wiliams
Where:Town hall Leeuwarden
Faculty:Arts

Vroeg 20e-eeuwse literatuur in minderheidstalen moest wel teruggrijpen naar het verleden  

Twintigste-eeuwse minderheidstaalliteratuur in Noordwest-Europa verschilt van meerderheidsliteratuur in die zin dat minderheidstaalliteratuur zich manifesteert als een 'littérature combative', een strijdbare literatuur. In de minderheidstaalliteratuur van net na de Eerste Wereldoorlog kan een patroon ontwaard worden dat met de Franse zegswijze 'reculer pour mieux sauter' (teruggaan om beter te kunnen springen) kan worden beschreven. Jelle Krol heeft voor het eerst verschillende minderheidstaalliteraturen uit Noordwest-Europa (de Bretonse, Friese, Schotse en Welshe) van net na de Eerste Wereldoorlog met elkaar vergeleken. Hij bestudeerde het werk van de Friese auteur Douwe Kalma (1896-1953), de Welshe toneelschrijver Saunders Lewis (1893-1985), de Schotse dichter Hugh MacDiarmid (1892-1978) en de Bretonse schrijver Roparz Hemon (1900-1978). Krol stelt dat alle vier auteurs onontkoombaar terug moesten grijpen naar het verleden om de grote sprong voorwaarts naar de tijd na de Eerste Wereldoorlog te kunnen maken en gaat in op de vraagstukken die voortkomen uit hun onvermijdelijk heen-en-weerbewegen tussen traditionalisme en modernisme. Aangezien de schrijvers de eigenheid van hun talen goed wilden bewaren, maar tegelijkertijd hun literatuur wilden moderniseren waren ze genoodzaakt om woorden te ontlenen aan oudere taalstadia van hun eigen taal of verwante talen die hun taal en cultuur niet overvleugelden.

Krol vergeleek vier schrijvers in de minderheidstalen Fries, Welsh, Schots en Bretons. In zijn proefschrift geeft hij een analyse van het werk van avant-garde auteurs die na de Eerste Wereldoorlog, toen nationale minderheden zelfbeschikking was beloofd, werkten aan hun ambities om hun literatuur op een hoger plan te tillen en hun literatuur als een zelfstandig literair veld op de internationale kaart te zetten. De studie is geschreven vanuit het perspectief dat de comparatiste Pascale Casanova aanreikt. Zij betoogt dat werken geschreven in minderheidstalen door auteurs die deel uitmaakten van bevolkingsgroepen die zich gedurende het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw als volken met onafhankelijkheidsambities presenteerden moet worden beschouwd als ‘littératures combatives’ (strijdbare literaturen). Na de analyse van de belangrijkste teksten uit het vroege werk van de Friese auteur Douwe Kalma (1896-1953), de Welshe toneelschrijver  Saunders Lewis (1893-1985), de Schotse dichter Hugh MacDiarmid (1892-1978) en de Bretonse schrijver Roparz Hemon (1900-1978) vergelijkt Krol de strategieën die zij gebruiken. In het afsluitende hoofdstuk wordt Pascale Casanova’s ‘Iers paradigma’ vergeleken met het ‘Reculer pour mieux sauter’-patroon in het werk van de vier auteurs.

Jelle Krol werkt als vakreferent / collectievormer bij Tresoar. Hij promoveert op 26 juni in het stadhuis te Leeuwarden.