Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaEvenementen en open dagenPromoties

Promotie dhr. A.M.P. Rijpkema: Toegang tot het recht bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Procedures en rechtsbescherming in de publiek-private mix

Wanneer:do 07-11-2013 om 16:15

Promotie: dhr. A.M.P. Rijpkema, 16.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Toegang tot het recht bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Procedures en rechtsbescherming in de publiek-private mix

Promotor(s): prof.dr. G.J. Vonk, prof.mr.dr. W.A. Zondag

Faculteit: Rechtsgeleerdheid

Toegang tot het recht bij geschillen rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid kan beter

Bram Rijpkema’s proefschrift behandelt de toegang tot het recht bij geschillen rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het beeld dat uit zijn onderzoek naar voren komt is dat het stelsel in zijn huidige vorm op verschillende punten tekort schiet. Naar Rijpkema’s oordeel kan de toegang tot het recht worden vergroot door het stelsel te verfijnen, waarbij de wetgever blijft reguleren, faciliteren en coördineren en de betrokken partijen zo veel mogelijk de normen inhoudelijk uitwerken. De knelpunten die zijn blootgelegd betreffen de aspecten transparantie, consistentie en finaliteit. Rijpkema doet aanbevelingen om deze onvolkomenheden aan te pakken.

De sociale zekerheid op het terrein van ziekte en arbeidsongeschiktheid is de afgelopen jaren veranderd. De verantwoordelijkheid van de werkgever is vergroot met de loondoorbetalingsplicht bij ziekte van 104 weken op grond van het BW en figuren als premiedifferentiatie en eigenrisicodragerschap in de Wet WIA. Dit hangt samen met de nadruk die is komen te liggen op re-integratie. Tegelijkertijd is de overheid meer op afstand gaan staan als kaderschepper en toezichthouder. Opmerkelijke instrumenten hierbij zijn het deskundigenoordeel van het UWV bij geschillen tussen werkgever en werknemer en de loonsanctie waarmee de loondoorbetalingsperiode door het UWV met ten hoogste 52 weken wordt verlengd. Met deze verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, werkgever en werknemer voldoet het huidige stelsel aan de omschrijving van een ‘regulatory welfare state’.

De veranderingen in het recht werken door in de rechtsbescherming. Civielrechtelijke loonvorderingsprocedures zijn bijvoorbeeld in de plaats gekomen van bestuursrechtelijke procedures over ziekengeld. Ook kan de eigenrisicodragende werkgever tegenover zijn werknemer als bestuursorgaan worden aangemerkt met alle procedurele gevolgen van dien. Rijpkema heeft gekeken of en in hoeverre bij dit soort veranderingen in de procedures de toegang tot het recht van werkgever en werknemer in het geding komt. Is het voor een rechtzoekende bijvoorbeeld nog mogelijk om vooraf in te schatten wat zijn rechten zijn en hoe hij deze kan effectueren? Is het stelsel met zijn bijzondere procedures te doorgronden? En draagt de vormgeving van het stelsel er aan bij dat een geschil volledig en definitief wordt opgelost?

Bram Rijpkema studeerde Nederlands recht en Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan het Groningen Centre for Law and Governance in het onderzoeksprogramma ‘Public Trust and Public Law’, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen. Rijpkema werkt nu als wetgevinsjurist bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.