Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaOraties

Oratie dhr. prof.dr. A. Flache: De complexiteit van sociale samenhang

Wanneer:di 20-05-2014 om 16:15
Waar:Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Oratie: dhr. prof.dr. A. Flache

Titel: De complexiteit van sociale samenhang

Leeropdracht: Sociologie, i.h.b. de modellering van normen en netwerken

Faculteit: Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

In de oratie van prof.dr. Andreas Flache staat de sociale complexiteit van normen, netwerken en samenwerking centraal. Sociale samenhang in een diverse samenleving is een oud en centraal vraagstuk in de sociologie. Flache bespreekt drie aspecten van sociale samenhang: de structuur van sociale netwerken (vooral de afwezigheid van segregatie van deelgroepen); consensus over fundamentele sociale normen; en samenwerking bij het realiseren van gezamenlijke belangen.

In alle drie domeinen kan het gedrag van individuen tot onbedoelde, onverwachte en ongewenste bedreigingen van sociale samenhang leiden. Flache bespreekt in zijn oratie computermodellen – vooral de methode van agent-based modelling – als methode om deze bedreigingen en mogelijke antwoorden te onderzoeken.

Flache illustreert dat aan de hand van drie onderzoekslijnen. Van elke lijn bespreekt hij theoretisch onderzoek in combinatie met recente empirische toepassingen en plannen voor lopend en toekomstig onderzoek. De eerste lijn is gericht op etnische segregatie. Daarbij komen twee thema’s ter sprake: etnische segregatie in vriendschapsnetwerken van scholieren, en etnische segregatie tussen scholen (het ontstaan van zwarte en witte scholen). Modellen en onderzoeksresultaten laten zien hoe beide vormen van segregatie kunnen ontstaan zonder dat individuen dat willen.

De tweede lijn onderzoekt het ontstaan van diversiteit en polarisatie in meningen. Naast bestaande modellen en resultaten bespreekt Flache toepassingen op enerzijds groepsvorming in het hoger onderwijs en anderzijds stemmen op extreme politieke partijen. In de derde onderzoekslijn gaat het om de vraag wanneer sociale controle voor meer samenwerking kan zorgen.