Sleutelen aan slimme zorg

We worden ouder, maar niet altijd gezond ouder. Dat zorgt voor een steeds grotere vraag naar zorg en hogere zorgkosten, bij een toenemend gebrek aan personeel. Voor een oplossing wordt vaak gekeken naar AI, meer preventie en zorg aan huis. En naar technologische innovaties – het onderzoeksterrein van Charissa Roossien.
Tekst: Eelco Salverda, Corporate Communicatie RUG / Foto’s: Reyer Boxem
Een pessarium, een headset die inspanning kan meten, een beenprothese. Modellen en prototypes in en naast vitrinekasten op haar kamer maken snel duidelijk wat het werkveld is van Charissa Roossien. Hier wordt gewerkt aan gezondheid, aan het verbeteren van zorg. Het bekende beweegbare houten poppetje, voorbeeld van het menselijk lichaam voor tekenaars en schilders, geeft aan dat Roossien zich niet beperkt tot één deel van het lichaam.
Geen momentopname
In een tijd waarin de universiteit steeds vaker kijkt naar toepassingen van onderzoek en de zorg slimme oplossingen nodig heeft voor problemen als vergrijzing en hoge werkdruk, biedt het werk van Roossien een blik op de toekomst. Zelf omschrijft ze haar onderzoek als werken aan gepersonaliseerde zorg, waarbij we via metingen met sensoren het gehele beeld zien over een lange termijn. ‘Dus niet de huidige snapshots. Een voorbeeld: bloeddrukmeting. Dat kun je ook anders doen, via een sticker op de huid met een sensor. Je krijgt dan gegevens over de hele dag en ziet ook wanneer de bloeddruk toeneemt of afneemt. Dat zegt veel meer dan een momentopname bij een bezoek aan de dokter.’

Onnodige operaties voorkomen
Roossien onderstreept haar pleidooi voor meten met een voorbeeld. ‘Met behulp van slimme implantaten kun je problemen beter of eerder ontdekken. Als je sensoren hebt in een knie- of heupprothese zie je eerder of er sprake is van slijtage, van ontstekingen of van afstoting door het lichaam. Daar kun je dan wat aan doen zonder direct weer te opereren. Nu wordt soms onnodig een revisieoperatie gedaan. Dat zijn dus vermijdbare zorgkosten. Bovendien kun je maar één keer zo’n revisie-operatie doen, en daarom wordt een prothese vaak niet aanbevolen voor patiënten jonger dan 50 jaar.’
Ontwerpen met nut
Opgeleid als werktuigbouwkundige ging Roossien eerst als technisch tekenaar aan de slag. ‘Maar ik ben niet zo materialistisch ingesteld, en zag het niet zitten om de rest van mijn leven het zoveelste product op de markt te brengen.’ Ze wilde graag een andere bijdrage leveren aan de samenleving en vond haar plek in de biomedische technologie. ‘Ik heb destijds meegewerkt aan een ontwikkeling bij mensen met een verwijderd strottenhoofd als gevolg van keelkanker. De standaardmethode om mensen nog te laten praten maakt hun stem erg robotachtig. Wij ontwikkelden een prototype waar patiënten ontzettend blij mee waren. “Dit is zo mooi, mag ik hem mee?” vroegen ze. Dán heb je het over kwaliteit van leven verbeteren. Dat is iets waar ik echt blij van word.’

Met iedereen om tafel
Haar achtergrond zal ongetwijfeld meespelen in de aanpak van Roossien: breed, praktisch en met oog voor verschillende belangen. Ze is gefocust op de praktijk, op snelle, haalbare toepassingen en heeft daarbij aandacht voor de wensen van andere partijen, van patiënten, gebruikers en industrie. ‘Wist je dat nu circa zeventig procent van de technologisch ontwikkelde producten uiteindelijk niet vermarkt wordt? Dat is veel te veel. Als je goed het probleem uitzoekt en betrokkenen en industrie erbij betrekt is de kans veel groter dat je product ook echt op de markt komt.’ Het is een van de redenen dat veel van haar onderzoek plaatsvindt in samenwerking met meerdere partijen, waaronder gebruikers, medisch specialisten en industrie. ‘Als je alle betrokken partijen meteen meeneemt, wordt je product beter.’
Van onderzoek naar toepassing
Als generalist heeft Roossien kennis van de hele keten van onderzoek naar toepassing, de negen zogeheten technologische gereedheidsniveaus, TRL-stadia. ‘Ik fungeer als de brug tussen fundamenteel onderzoek, TRL 1-2, en toepassing en gebruik, de hoge TRL-stadia. Mijn collega’s ontwikkelen bijvoorbeeld sensoren, zoals cortisol-sensoren en tattoo-elektroden. Ik ben dan degene die kijkt naar de toepassingsmogelijkheden, de integratie van deze technologie en het geschikt maken voor en testen in toepassingsgebieden, bijvoorbeeld bij protheses en implantaten, maar ook op de werkvloer.’

Niet-gebruikte exoskeletten
Roossiens onderzoek reikt dan ook verder dan ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van de waarde van een nieuw product of techniek is ook kennis over gebruik nodig. ‘Neem exoskeletten. We kennen daar twee basisvormen van. Medische exoskeletten helpen mensen helpen die moeilijk kunnen lopen. En de arbeids-exoskeletten ondersteunen of verlichten bepaalde taken - bijvoorbeeld een stukadoor die steeds boven de macht werkt, of een chirurg die lang stilstaand ingespannen werk doet. Maar ze worden lang niet altijd gebruikt. Waarom niet? Is dat gebruiksongemak? Of omdat ze teveel zijn ontworpen voor westerse mannen? En soms is er ook gewoon al te veel op de markt – wat is dan de meerwaarde van een product nog? Ik vind het belangrijk dat je daar inzicht in hebt voor je iets nieuws bedenkt.’
Slimmere zorg
Wat is Roossien haar ideale toekomstbeeld? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. ‘Ik wil graag dat we meer en eerder signalen vanuit het werkveld krijgen en dat we uitdagingen snel en efficiënt aan kunnen pakken. Met meerdere partijen ervoor zorgen dat nieuwe producten beschikbaar komen voor gebruik. Monitoren wat er in een lichaam gebeurt om feedback te geven en gezondheidsproblemen te voorkomen. We worden ouder, de zorgkosten stijgen en de druk in de zorg wordt hoger. Daarvoor hebben we gepersonaliseerde duurzame ‘wearables’ nodig, draagbare medische toepassingen.’ In een wereld waarin steeds meer met elkaar samenhangt en oplossingen vaak uit verschillende disciplines moeten komen heeft Roossien het antwoord. Zorg is niet gebaat bij ‘meer’, maar wel bij ‘slimmer’ en betaalbaar. En dat lukt het best in een omgeving waarin onderzoekers, gebruikers en industrie elkaar vinden.
Meer informatie
Meer nieuws
-
22 oktober 2026
Zeven wetenschappers van de RUG en UMCG ontvangen Vidi-beurs