Epinephrine auto-injector for anaphylaxis in food allergic patients

‘Zorg voor patiënten met een voedselallergie moet beter’
Patiënten met een voedselallergie en een hoog risico op een levensbedreigende, ernstige allergische reactie (anafylaxie) moeten een potentieel levensreddende noodpen bij zich hebben, een met adrenaline voorgegevuld spuitje. Nederlandse huisartsen schrijven zo’n noodpen echter niet gauw voor, tieners die er wel één hebben dragen de noodpen vaak niet bij zich of gebruiken hem niet wanneer dat wel moet, en apothekers geven vaak onjuist of onvolledige instructies over hoe een noodpen gebruikt moet worden. Dit concludeert Jacquelien Saleh-Langenberg, die hier onderzoek naar deed. Zij concludeert in haar promotieonderzoek dat het herkennen en adequaat behandelen van voedselallergieën en anafylaxie veel beter kan.
Iemand met een voedselallergie krijgt klachten na het eten van een bepaald voedingsmiddel, zoals bijvoorbeeld melk, pinda’s of kippeneiwit. De ernst van een allergische reactie kan variëren van mild tot zeer ernstig, in dat laatste geval spreken we van een anafylactische shock. Bij een anafylactische shock kunnen de luchtwegen gevaarlijk opzwellen, de bloeddruk sterk dalen en organen uitvallen. In dat geval is directe toediening van adrenaline belangrijk om de reactie te stoppen. Zonder behandeling kan een ernstige allergische reactie dodelijk zijn.
Saleh-Langenberg benadrukt dat het belangrijk is dat patiënten met een hoog risico op anafylaxie een noodpen bij zich hebben. Uit haar onderzoek onder ruim 2.600 Nederlandse scholieren blijkt echter dat dit bij slechts 20% van de onderzochte tieners het geval was. Zij stelde verder vast dat huisartsen niet altijd een noodpen voorschrijven, zelfs niet wanneer iemand eerder een anafylactische reactie heeft doorgemaakt. Tieners die geen noodpen bij zich dragen blijken meer last te ondervinden van hun voedselallergie dan tieners die de pen wel altijd meenemen. Het moeten dragen van een noodpen blijkt verder geen lagere kwaliteit van leven te geven en ook niet meer ziekteangst.
De promovenda concludeert tot slot dat apothekers in Nederland onvoldoende weten over voedselallergie en anafylaxie en de behandeling daarvan, en dat zij vaak onjuiste of onvolledige instructies geven over hoe een noodpen gebruikt moet worden. Het vergroten van de kennis over voedselallergie en anafylaxie en de behandeling daarvan is volgens Saleh-Langenberg hard nodig.
Eerder dit jaar verscheen in UMCG Verwijsnieuws een bericht over dit onderzoek: http://www.umcg.nl/NL/Zorg/Professionals/UMCG_verwijsnieuws/Paginas/geen-levensreddende-spuit.aspx
Jacquelien Saleh-Langenberg (1981) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek binnen de afdelingen Kindergeneeskunde en Huisartsengeneeskunde en onderzoeksinstituut GUIDE van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd onder andere betaald door ALK-Abelló B.V. en Meda Pharma. Saleh-Langenberg werkt nu als arts-assistent binnen de afdeling chirurgie van het UMCG.