Freedom under laws

Essays over Kants morele en politieke filosofie
Het proefschrift van Vinicius Pinto de Carvalho bestaat uit vier hoofdstukken, die elk een afzonderlijk fundamenteel vraagstuk binnen Kants morele en politieke filosofie behandelen.
Pinto de Carvalho: 'Het eerste hoofdstuk richt zich op Kants handelingsfilosofie en de implicaties daarvan voor zijn theorie van het morele kwaad. Ik betoog dat Kants analyse van de structuur van het handelingsvermogen, in combinatie met zijn opvatting van immorele handelingen, laat zien dat hij het klassieke principe onderschrijft dat alle handelingen worden gewild onder de gedaante van het goede.
Vervolgens onderzoek ik Kants meta-ethische positie in het licht van recente constitutivistische interpretaties van zijn morele theorie. Terwijl hedendaagse constitutivisten morele normen proberen te rechtvaardigen door hun geldigheid te funderen in de constitutieve kenmerken van actoren, hanteert Kant echter deze strategie met het doel te verklaren hoe morele verplichting mogelijk is.
In het derde hoofdstuk betoog ik verder dat Kants verklaring van de bindende kracht van morele principes in zijn baanbrekende Fundering voor de Metafysica van de Zeden steunt op het vaak verwaarloosde begrip van het eigenlijke zelf.
Ten slotte richt ik mij op het fundament van Kants rechtstheorie en politieke filosofie: het aangeboren recht op vrijheid. Ik laat zien dat Kant dit recht niet grondvest in de waarde van ons vermogen om doelen te stellen en na te streven, maar dat hij dit recht beschouwt als de voorwaarde voor de mogelijkheid van een systeem van rechten — zoals hij het noemt: het axioma van het recht. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor hoe we de aard en rechtvaardiging van de staat binnen Kants politieke filosofie moeten begrijpen.'