Learning to move, moving to improve

Leren bewegen, bewegen om te verbeteren
Succes in sport draait niet alleen om talent en training, maar ook om gezond blijven. Vooral bij voetbal en basketbal belemmeren knieblessures, zoals een gescheurde voorste kruisband (VKB), het succes en plezier van jonge sporters. In dit proefschrift Eline Nijmeijer is onderzocht hoe motorisch leren, de manier waarop we bewegingen aanleren, kan helpen om het risico op zo’n blessure te verkleinen.
Waar traditionele training zich richt op gedetailleerde instructies en snelle verbeteringen, laten de resultaten van dit proefschrift zien dat een andere aanpak effectiever kan zijn. Op basis van inzichten uit motorisch leren kunnen sporters hun bewegingspatronen verbeteren op een meer natuurlijke en motiverende manier. In plaats van veel na te denken over instructies, kunnen zij bijvoorbeeld impliciet leren door te kijken naar video’s van rolmodellen en naar opnames van hun eigen uitvoering. Dit helpt hen hun bewegingen aan te passen zonder voortdurend bewust over elk detail te hoeven nadenken. Ook het geven van meer regie aan sporters blijkt belangrijk. Wanneer sporters zelf kunnen beslissen wanneer zij feedback krijgen, neemt hun motivatie toe en verbetert de bewegingskwaliteit. Daarnaast stimuleren positieve verwachtingen het uitproberen van verschillende bewegingsstrategieën, waardoor sporters ontdekken wat het beste bij hun lichaam past.
Meer dan 130 mannelijke en vrouwelijke teamsporters tussen de 12 en 35 jaar namen deel aan interventiestudies, variërend van recreatief tot talentniveau. Het observeren van enkel een vaardig rolmodel leidde tot veranderingen op de korte termijn. Echter konden sporters ook suboptimale bewegingen overnemen, wat het blessurerisico kan vergroten. Juist de combinatie van videovoorbeelden en videofeedback van eigen uitvoering leidde tot blijvende verbeteringen. Sporters lieten meer heup- en kniebuiging en minder zijwaartse bewegingen van de knie zien, wat het risico op een VKB‑blessure vermindert. Daarnaast bleken draagbare sensoren betrouwbaar om bewegingen te meten buiten de traditionele labsetting, zoals op een voetbalveld. Dit opent de deur naar toekomstig onderzoek in realistische sportomgevingen en toekomstige interventies op het sportveld om het VKB-blessurerisico verder te verkleinen.