Neurodevelopment from infancy to early childhood

Neuroontwikkeling van de babytijd tot de vroege kindertijd
Ontwikkelingsstoornissen zoals autisme, ADHD, een motorische stoornis (DCD) of verstandelijke beperking komen relatief veel voor. In dit proefschrift van Selena Dirkse is onderzocht welke signalen op babyleeftijd iets zeggen over de ontwikkeling op kleuterleeftijd. Dit deden we bij kinderen die als baby een goede afspiegeling van de bevolking vormden.
De resultaten lieten zien dat het voorspellen van latere ontwikkelingsproblemen niet eenvoudig is. Een meetinstrument dat de ontwikkeling van baby’s beoordeelt, bleek beperkt te kunnen voorspellen welke kinderen later een risico op een ontwikkelingsachterstand zouden hebben. Wel liet dit instrument zien dat baby’s zonder ontwikkelingsproblemen op kleuterleeftijd meestal ook geen ontwikkelingsproblemen hadden. Ook zagen we een verband tussen de motoriek op babyleeftijd en de cognitieve ontwikkeling op kleuterleeftijd.
Daarnaast bleek dat meer dan een derde van de onderzochte kinderen op kleuterleeftijd moeite had met zintuigelijke prikkelverwerking, bijvoorbeeld met geluiden of geuren. Dit lijkt te betekenen dat deze problemen ook voorkomen bij kinderen zonder een ontwikkelingsstoornis. Kinderen die gevoelig waren voor prikkels, deze vermeden, misten of actief opzochten, vertoonden vaker kenmerken die passen bij ontwikkelingsstoornissen.
Een andere belangrijke conclusie is dat de ontwikkelingspaden van de onderzochte kinderen verschillend verlopen. Niet alleen verschilden kinderen van elkaar, maar ook binnen één kind verschilde de ontwikkeling over tijd.
De bevindingen benadrukken het belang van het vroeg en regelmatig volgen van de ontwikkeling van kinderen. Door betrouwbare meetinstrumenten te gebruiken kunnen signalen van ontwikkelingsproblemen eerder worden herkend. Dit biedt kansen om kinderen tijdig de ondersteuning te geven die zij nodig hebben, zodat zij zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen.