Illness in interaction

Klachten in context
Ziekte en lichamelijke klachten komen veel voor in de kindertijd. Deze ervaringen zijn meestal kortdurend maar kunnen zich ook ontwikkelen in aanhoudende, belemmerend klachten. Kinderen leren hoe ze met klachten moeten omgaan via de mensen om hen heen. Dit proefschrift van Elske Hogendoorn onderzoekt hoe sociale interacties, vooral binnen gezinnen, vormen hoe mensen denken, voelen en doen wanneer zij klachten ervaren – patronen die worden aangeduid als de ziektebenadering. Aan de hand van verscheidene soorten gegevens, zoals multigenerationele cohortdata, video-observaties van ouder-baby-interacties, zorgregisters en diepte-interviews, schetst het onderzoek hoe ziektebenaderingen zich vormen in verschillende levensfasen.
In de vroege kindertijd beïnvloeden de eigen ziekte-ervaringen van ouders hoe zij reageren wanneer hun baby pijn heeft. Zo uiten ouders mogelijk subtiele boodschappen over hoe met klachten om te gaan. Ook het zorggebruik binnen gezinnen speelt een rol: kinderen uit gezinnen die veelvuldig medische hulp zoeken, ontwikkelen later vaker belemmerende klachten. Buiten het gezin kunnen culturele boodschappen in prentenboeken eveneens bijdragen aan wat kinderen over ziekte leren. Tijdens de adolescentie worden verschillen tussen ouders en kinderen in de interpretatie van klachten betekenisvol. Het onderschatten van klachten door ouders – vooral bij meisjes – voorspelt hogere klachtniveaus in de vroege volwassenheid. Ziekte-gerelateerde factoren bij moeders laten bovendien verbanden zien met het klachtniveau van hun tienerdochters. Volwassenen herinneren zich interacties met ouders rondom klachten in de jeugd, welke benadering van klachten bij hun eigen kinderen jaren later beïnvloeden.
Samengevat laat het proefschrift zien dat ziektebenaderingen ontstaan via voortdurende sociale leerprocessen. Inzicht in deze patronen kan mogelijk helpen om belemmerde klachten te verminderen.