Home is the place to be! Intentions to stay and age@home in rural areas and rural risk areas

Motieven om te blijven wonen in rurale gebieden van ouderwordende woningeigenaren.
Naast demografische ontwikkelingen hebben milieurampen en klimaatverandering ook invloed op de overwegingen van bewoners om ergens te blijven wonen. In dit proefschrift is onderzocht ‘waarom’ en ‘hoe’ ouderwordende, rurale woningeigenaren van plan zijn om in Nederland, Noord-Nederland en het Groningse aardbevingsgebied te blijven wonen, ondanks mogelijk afnemende voorzieningen en/of potentiële risico’s en schade. Hiervoor is gebruik gemaakt van Kadasterdata, data van Vereniging Eigen Huis en gepubliceerde interviews in Dagblad van het Noorden.
Het belangrijkste motief voor rurale woningeigenaren om te blijven wonen is ‘plaatsgebondenheid’ in de zin van gehechtheid aan de woning en/of aan de buurt. Rurale woningeigenaren met partner en/of 75-plus woningeigenaren, hebben een sterkere intentie om te blijven. Woningeigenaren in het aardbevingsgebied prefereren om de eigen koopwoning aan te passen of zijn juist van plan te huren. Een andere belangrijke groep woningeigenaren hier heeft nog niet over de woontoekomst nagedacht.
Alleenstaande 50-plus huizenkopers met woonervaring in het aardbevingsgebied kochten hier vaker (opnieuw) een woning. Hun plaatsgebondenheid, sociale binding en ‘insiders’-risicoperceptie creëren een lokale woningmarkt. Woningschade bij woningeigenaren resulteert in bewustwording van hun fysieke en sociale gehechtheid aan de woning. De beslissing om te blijven is een voortdurende ‘cyclus van heroverweging en heronderhandeling’, onderbroken door elke nieuwe aardbeving en schade.
Om zelfstandig te blijven wonen denken rurale woningeigenaren vaker positief over meergeneratiewonen dan stedelijke woningeigenaren. 55-plus woningeigenaren uit het rurale aardbevingsgebied zijn bovendien positief over zelfstandig groepswonen, zoals Knarrenhofjes.
Met de gevonden onderzoeksuitkomsten kan sociaal-economisch en ruimtelijk overheidsbeleid worden ontwikkeld, om de levensvatbaarheid van rurale (risico)gemeenschappen te bevorderen.