Off-label antipsychotic treatment in children and adolescents

Off-label antipsychotica bij kinderen en adolescenten
Antipsychotica worden bij kinderen en jongeren regelmatig voorgeschreven voor toepassingen waarvoor ze niet officieel zijn goedgekeurd, bijvoorbeeld bij ernstige gedragsproblemen. Dit proefschrift van Mariken Dinnissen onderzocht hoe deze medicijnen in de praktijk worden gebruikt, of langdurige behandeling met risperidon werkzaam en veilig blijft, wat er gebeurt wanneer risperidon wordt afgebouwd en waarom het vaak moeilijk is om kinderen en jongeren voor dit soort onderzoek te werven.
Uit dossieronderzoek bleek dat aanbevelingen voor het gebruik en de controle van antipsychotica niet altijd goed werden gevolgd. Dit was met name het geval bij jongere kinderen en bij kinderen met autisme of ADHD. Aan de andere kant waren meestal eerst andere behandelingen geprobeerd en controleerden behandelaren doorgaans goed of de medicatie werkte. Voor de klinische praktijk zou de ontwikkeling van één allesomvattende richtlijn helpend zijn, en behandelaren zouden moeten worden gefaciliteerd om volgens richtlijnen te werken.
Een placebogecontroleerde afbouwstudie onder kinderen die minstens een jaar risperidon gebruikten liet zien dat het middel ook na langdurig gebruik nog effectief was tegen gedragsproblemen. Een deel van de deelnemers kon succesvol stoppen, maar bij meer dan de helft verslechterde het gedrag zodanig dat zij het onderzoek niet konden afmaken. Tegelijkertijd leverde stoppen belangrijke gezondheidsvoordelen op. Daarom is het belangrijk om tijdens de behandeling regelmatig te bekijken of voortzetting van het medicijn nog nodig is.
Ook blijkt dat onderzoek in deze doelgroep beter moet aansluiten bij de dagelijkse klinische praktijk en zo weinig mogelijk belastend moet zijn voor kinderen en ouders.