Skip to ContentSkip to Navigation
Research GELIFES

Zelfs goed weidevogelbeheer niet goed genoeg voor de nationale vogel

Publicatie Gruttomonitor 2012-2019 van onderzoeksgroep Piersma
08 mei 2020

Een mozaïek van lang en kort gras, uitgesteld maaibeheer, hoge waterpeilen, bloemrijke weiden; de landbouw in de ‘Skriezekrite Idzegea’ in Zuidwest-Friesland geldt als het beste dat boeren en weidevogelbeschermers kunnen doen om de nationale vogel van Nederland, de grutto, te beschermen. Toch is dat nog niet genoeg. Dat blijkt uit een langjarig onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. De resultaten zijn deze week gepresenteerd in het rapport Gruttomonitor 2012-2019. "Zelfs in gebieden waar men grote inzet levert om grutto’s te behouden, overleven te weinig kuikens. Die worden opgegeten of blijken domweg niet genoeg insecten te kunnen vinden om groot te worden. De gebieden zijn te klein, de grensoverschrijdende effecten van gangbare landbouw te groot", zegt onderzoeksleider en RUG-hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma.

grutto

Veel broedende grutto’s

Op het eerste gezicht lijkt het beheer in de weilanden rond Idzega zeer succesvol: er broeden daar meer grutto’s dan op de weilanden elders in Zuidwest-Friesland. De populatie rond Idzega is bovendien min of meer stabiel, terwijl de aantallen elders in het onderzoeksgebied in acht jaar met een vijfde afnamen. Onderzoeker Egbert van der Velde, lid van Team Piersma: "Het lijkt lijkt er op dat grutto’s van elders op de natte, bloemrijke weilanden rond Idzega afkomen, en er is daar minder predatie van nesten. Kijken we naar de hoeveelheden kuikens die daadwerkelijk groot worden, dan is dat daar net zo droevig gesteld als in de rest van het onderzoeksgebied.”

Sterfte onder volwassen grutto’s

Naast de slechte overleving van de kuikens, zagen de onderzoekers ook een steeds hogere sterfte onder volwassen grutto’s. Van der Velde: "Vooral na 2014, een jaar met de enorm veel veldmuizen, zagen we dat de overleving van de volwassen vogels slechter werd. De veldmuizen hebben gezorgd voor meer roofdieren en als die moeten overleven in een landschap met onvoldoende alternatieve prooien, zien we dat terug in de predatie van wat er hier en daar nog wel is; de nesten en kuikens."

Tweede legsel

Recent onderzoek van Team Piersma heeft laten zien dat veel grutto’s – tegen de verwachting in – aan een tweede legsel beginnen wanneer het eerste verloren gaat. Toch haalt dat niet veel uit, zegt Van der Velde: "Later in het seizoen is er nóg minder voedsel beschikbaar voor kuikens, waardoor de overleving van late kuikens alleen maar slechter wordt."

Roer moet om

"De resultaten van deze Gruttomonitor laten andermaal zien dat de huidige landbouw niet samengaat met een herstel van weidevogels", zegt prof. dr. Theunis Piersma. "Wat momenteel bij een ‘gezonde’ gangbare bedrijfsvoering haalbaar lijkt is 20% optimaal weidevogelbeheer. Willen we nog iets van de biodiversiteit in agrarisch Nederland behouden, dan moeten we nu dus echt aan de slag met die overige 80%. Het stoppen van de teruggang van de grutto moet je namelijk aanpakken op landschapsschaal en dat kan niet zonder een transitie naar een landbouw met veel minder kunstmest, krachtvoer, bestrijdingsmiddelen, mestinjectie en diepteontwatering. Voor het zover is, moeten we inzetten op grootschalige gebieden waarin het beheer volledig is afgestemd op weidevogels om van daaruit de rest van het land weer te kunnen heroveren voordat we alle grutto's kwijt zijn."

Laatst gewijzigd:15 mei 2020 13:46

Meer nieuws