Skip to ContentSkip to Navigation
Research Centre for Religious Studies Research Centres Centre for Religion, Conflict and Globalization
Header image The Religion Factor

De Islam bestempelen als ideologie is niet onschuldig

Date:28 January 2013
Author:Tim Swanger
De Islam bestempelen als ideologie is niet onschuldig
De Islam bestempelen als ideologie is niet onschuldig

In deze bijdrage gaat Simon Polinder in op de politiek achter de definities van religie en ideologie, die in verschillende contexten gebruikt worden.

Geert Wilders wordt vaak omschreven als een tovenaarsleerling. Maar wiens leerling is hij? Met andere woorden: wie is de tovenaar? Dat zou Ayatollah Khomeini van Iran kunnen zijn, het land waar Wilders wurgsancties voor bepleit. Het Iran van Ayatollah Khomeini heeft namelijk jarenlang geprobeerd het Bahá’í-geloof weg te zetten als een ideologie en politieke sekte. Daarmee kon het de kritiek van internationale mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties ontduiken en zijn discriminerende beleid rechtvaardigen.
De PVV omschrijft de Islam als ‘vooral een politieke ideologie; een totalitaire leer gericht op dominantie, geweld en onderdrukking’[1]. In de praktijk wordt het woord ‘vooral’ vaak weggelaten en wordt de Islam gelijkgesteld aan een ideologie. In onderstaand artikel wil ik aangeven waarom het onwenselijk is dat het Bahá’í-geloof wordt getypeerd als een ideologie en politieke sekte en waarom de poging van de PVV om hetzelfde te doen ten aanzien van de Islam kritische reflectie verdient.

Iran en de Bahá’ís
De Bahá’ís vormen een religieuze stroming met wereldwijd naar schatting ongeveer zes miljoen aanhangers verspreid over 200 landen. In Iran wonen om en nabij 300.000 bahá’ís. Deze beweging is in de negentiende eeuw gesticht door Bahá’u’lláh in Perzië en benadrukt de onderlinge eenheid van de wereldgodsdiensten. Een van de geschilpunten met de Islam is het feit dat deze nieuwe religie Mohammed niet als laatste profeet erkent.
Met name sinds de Iraanse revolutie van 1979 toen Ayatollah Khomeini de macht greep, is geprobeerd deze religieuze groepering uit te roeien. Aanhangers werd bezit ontnomen, ze werden opgepakt en in de gevangenis gezet, gemarteld, gedood vanwege vermeende bekeringspogingen, geweigerd aan de universiteit en grafstenen ontzegd. Toen in 2001 door de speciale rapporteur van de Verenigde Naties vrijheid van godsdienst werd bepleit, reageerde Iran daarop door te stellen dat het hier een politieke sekte en ideologie betrof die een bedreiging vormde voor de Iraanse republiek. Op dit beleid is international veel kritiek uitgeoefend, omdat Iran hiermee het recht op godsdienstvrijheid schond. Iran heeft zich altijd verzet tegen deze redenering door de Bahá’ís de kwalificatie ‘religie’ te ontzeggen en de stroming  als een ideologie te omschrijven. Omdat het in de ogen van het regime een staatsgevaarlijke ideologie betrof was het gerechtvaardigd om met behulp van de macht van de staat het functioneren van de Bahá’ís onmogelijk te maken. Kortom, het Iraanse regime definieert het Bahá’í-geloof als ideologie, passeert daarmee het recht op godsdienstvrijheid en legitimeert vergaand staatsingrijpen.

De PVV en de Islam
In Nederland typeert de PVV de Islam als een politieke ideologie. Zoals ik al opmerkte wordt in de praktijk de Islam gelijkgesteld aan ideologie. De uiterste consequentie hiervan kan zijn dat deze gedachte gemeengoed wordt en het niet langer mogelijk is voor aanhangers van de Islam zich te beroepen op het recht op godsdienstvrijheid. Met dat de Islam wordt beschouwd als een politieke ideologie verliest het de extra bescherming die godsdienstige groeperingen hebben en kan de staat verdergaande maatregelen nemen tegen de Islam. Zeker wanneer gesteld zou worden dat de ideeën en activiteiten van de Islam een bedreiging vormen voor de Nederlandse staat.

Nederland is Iran (nog) niet
Het gaat uiteraard veel te ver om de PVV gelijk te stellen aan het bewind in Teheran, omdat in het laatste geval geweld wordt gebruikt om de Bahá’ís uit de weg te ruimen. Bovendien is er in Nederland een stevige en duidelijke verankering van het recht op godsdienstvrijheid en wordt in tegenstelling tot Iran de scheiding tussen kerk en staat gehandhaafd. Niettemin moet de werkwijze van het Iraanse regime Nederland tot nadenken stemmen: gaat ze mee in de gedachtegang dat de Islam een ideologie is of niet? Belangrijk daarbij is om het voorbeeld van het Iraanse regime in het achterhoofd te houden. De Islam bestempelen als ideologie kan namelijk door de politiek gebruikt worden om godsdienstvrijheid buiten werking te stellen, religieuze bewegingen als staatsgevaarlijk te bestempelen en zo bovenmatig en onmatig ingrijpen van de staat te rechtvaardigen. Daarbij moet niet worden vergeten dat het omgekeerde ook het geval kan zijn. Religie kan ook gebruikt worden om elke vorm van kritiek in de kiem te smoren of bepaalde activiteiten in bescherming te nemen. In beide gevallen geldt dat definities van religie en de interpretatie van godsdienstvrijheid ook altijd politiek gedreven zijn. Volgens mij ligt er een belangrijke taak voor (religie)wetenschappers hier hun kennis en kunde ter beschikking te stellen. Immers, zoals uit het verhaal van de tovenaarsleerling blijkt moet je voorzichtig zijn met magie. Dat is met religie niet anders.

Simon Polinder MA, is als fellow verbonden aan het Centrum voor Religie, Conflict en het Publieke Domein, promovendus religie en internationale betrekkingen en docent internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

[1] Verkiezingsprogramma PVV 2010-2015, p. 13. http://www.pvv.nl/images/stories/Webversie_VerkiezingsProgrammaPVV.pdf

 

Comments

Loading comments...