Skip to ContentSkip to Navigation
OnderzoekBiografie Instituut

Biografie Joanna Maria Tak van Poortvliet (1871-1936)

Marie Tak van Poortvliet
Marie Tak van Poortvliet

Marie Tak van Poortvliet was de eerste verzamelaar van moderne kunst in Nederland. Haar kunstverzameling, die gezien werd als zeer vooruitstrevend, omvatte in 1920 circa 150 werken van onder meer Georges Braque, Heinrich Campendonk, Lyonel Feininger, Emil Filla, Jacoba van Heemskerck, Wassily Kandinsky, Henri Le Fauconnier, Fernand Léger, Franz Marc en Piet Mondriaan. Topstukken uit deze collectie zoals Lyrisches (1911) van Wassily Kandinsky, Das Schaf (1913-14) van Franz Marc en Avond (Rode Boom) (1908/10) van Piet Mondriaan bevinden zich momenteel in de ‘Collectie Nederland’. Het reconstrueren en beschrijven van haar kunstcollectie zal een belangrijk onderdeel uitmaken van deze biografie. Het onderzoek spitst zich onder meer toe op de vragen: waarom koos zij zo expliciet voor moderne kunst en zette zij zich af tegen het conservatieve verzuilde Nederlandse kunstklimaat? Wat was haar bijdrage aan het modernisme en hoe gaf zij deze vorm in relatie met de grote veranderingen in de samenleving?

Deze biografie zal voor het eerst haar levensverhaal beschrijven. Tijdens haar leven toonde zij sociale verantwoordelijkheid en initiatief op velerlei gebied: als kunstmecenas, recensent voor onder meer het toonaangevende muziektijdschrift Caecilia (1844-1944), als kunstrecensent en verzamelaar van moderne kunst. Ook toonde zij nauwe politieke betrokkenheid tijdens en na de Eerste Wereldoorlog en initieerde ze de eerste kliniek voor antroposofische geneeskunst, het tijdschrift over de sociale driegeleding, Drieleedige Indeling van het Sociale Organisme, en het eerste biologisch-dynamische bedrijf, de NV ‘Cultuur Maatschappij Loverendale’ met het handelsmerk Demeter, het kwaliteitskeurmerk voor de biologisch dynamische wijze van telen.

In dit biografisch onderzoek zal haar afkomst en sociaal-culturele omgeving worden beschreven zodat er een wijder perspectief geboden wordt op haar engagement met de thema’s kunst, politiek en landbouw. Het zal een aanvulling zijn op Jacoba van Heemskerck van Beest 1876-1923. Schilderes uit roeping door A. Huussen en J.F.A. van Paaschen-Louwerse. In deze monografie, gepubliceerd in 2005, werd haar leven vanaf de zijlijn beschreven. In dit onderzoek zal haar persoonlijke achtergrond en werkzaamheden binnen de avant-gardebewegingen in een historisch perspectief geplaatst worden.

Marie Tak van Poortvliet was de oudste dochter van Christina Louisa Henrietta Geertruida van Oordt (1850-1897) en Mr. Joannes Pieter Roetert Tak van Poortvliet (1839-1904), minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Tienhoven (1891-1894). De familie van vaderszijde stamde oorspronkelijk uit Zeeland. Haar voorouders vervulden onder meer functies bij de West- en Oost-Indische Compagnie, waren afgevaardigden van de Staten van Zeeland en grootgrondbezitters. Na de dood van haar vader in 1904 erfde zij veel geld en bezittingen en was hiermee op 33-jarige leeftijd een vermogende vrouw geworden.

In het kunstenaarsdorp Domburg liet zij de Villa Loverendale bouwen met een atelier voor haar levenspartner, de kunstenares Jacoba van Heemskerck. In de villa ontvingen de beide dames beroemde gasten zoals Piet Mondriaan, Lodewijk Schelfhout, Wilhelm Uhde en Herwarth en Nel Walden. Door de financiële en ideële ondersteuning van Marie Tak van Poortvliet kon Jacoba van Heemskerck zich volledig op haar autonome werk richten.

De biografie zal aantonen dat zij zich door de acceptatie binnen de expressionistische kunstenaarskring Der Sturm van Herwarth Walden in Berlijn niet alleen konden ontwikkelen als professioneel kunstenaar en kunstcriticus met een geheel eigen stijl, maar hen ook in staat stelde zich vrijelijk te manifesteren als lesbisch paar. Het onderzoek zal licht werpen op de vraag of de beide dames zich door Herwarth Walden lieten winnen voor diens werk voor de Duitse cultuur-propagandapolitiek tijdens de Eerste Wereldoorlog en in hoeverre zij überhaupt inzicht hadden in de rol van cultuur als machtspolitiek instrument.

In 1915 werden ze lid van de ‘Anthroposophische Gesellschaft’ van Rudolf Steiner. Uit het onderzoek zal blijken hoe zij omgingen met het theosofische en antroposofische gedachtegoed. In 1919 sprong Marie Tak van Poortvliet op de bres voor de zogenaamde Driegeledingsbeweging van Steiner, een streven naar een nieuwe sociale ordening die de oude economische en militaire machtspolitiek achter zich liet. Vanuit de driegeledingsgedachte werd in Nederland een aantal nieuwe instituties opgericht waarbij haar rol en bijdrage nader onderzocht zal worden.

In 1936 stierf Marie Tak van Poortvliet in het Zwitserse Dornach, dichtbij het Goetheanum, het internationale centrum voor de antroposofie, eenzaam en berooid. Na de dood van Jacoba van Heemskerck in 1923 had zij zich volledig ingezet voor een vernieuwing van de landbouw, de biologisch dynamische landbouwmethode op haar Zeeuwse en Brabantse landerijen. Geïnspireerd door de antroposofie van Steiner had zij al haar geld en vermogen hierin gestoken en geprobeerd om zijn hervormingsideeën te verwezenlijken.

Dit onderzoek draagt bij aan de geschiedenis van het modernisme als reactie op het conservatieve culturele, politiek en economische klimaat van het interbellum.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Jacqueline van Paaschen. Het onderzoek wordt begeleid door prof.dr. Hans Renders.

E-mail: jvanpaaschen@gmail.com

Laatst gewijzigd:30 januari 2019 16:36
printView this page in: English