Skip to ContentSkip to Navigation
OnderzoekBiografie Instituut

Biografie Paul Rijkens

Paul Rijkens (1961)
Paul Rijkens (1961)

Paul Rijkens (1888-1965) was in zijn tijd als voorzitter van de Raad van Bestuur van de multinational Unilever van 1937 tot 1955 wereldwijd een van de meest gezaghebbende en gerespecteerde industriëlen. Opgeleid tot boekhouder maakte hij bij zijn intrede in 1910 in de wereld van de Nederlandse levensmiddelenindustrie bij het de margarinebedrijf Van den Bergh vooral carrière als manager annex bestuurder. Zijn analytisch en organisatorisch talent in combinatie met zijn diplomatieke gaven maakte dat hij al vroeg toetrad tot de directie van de onderneming en als onderhandelaar mede aan de wieg stond van zowel de Nederlandse Margarine-Unie in 1927 waarin Van den Bergh opging met zijn grootste concurrent de firma Jurgens, als van het Unileverconcern dat in 1929 ontstond uit een fusie van de Nederlandse botergigant met het Britse Lever Brothers. Zich bewust van zijn verantwoordelijkheid als leider van toen al een van de grootste ondernemingen ter wereld voor het welzijn van de samenleving, toonde Rijkens zich een progressief ingesteld, sociaal-maatschappelijk betrokken ondernemer.

Bewoog Rijkens zich in het interbellum internationaal voornamelijk als zakenman, de Tweede Wereldoorlog zoog hem in de wereldpolitiek. Hij stelde het Unileverconcern ten dienste van de geallieerde overwinning en opereerde in Londen in de jaren ‘40’-’45 als spil van de Nederlandse gemeenschap aldaar. Hij was de steun en toeverlaat van de Nederlandse regering in ballingschap. Hij vergrootte in deze episode zijn netwerk met vele personen die in de naoorlogse vaderlandse en internationale politiek een leidende rol zouden gaan spelen. Zo raakte hij bevriend met prins Bernhard met wie hij op vele terreinen nauw zou samenwerken.

Concentreerde Rijkens zich tot aan zijn aftreden in 1955 als topman van Unilever primair op de behartiging van de belangen van het wereldconcern, waarbij hij een scherp oog had voor de implicaties van de Koude Oorlog en de zich aandienende dekolonisatie, eenmaal de handen vrij zette hij zich in voor de publieke zaak. Met één voet nog altijd in het bedrijfsleven en de andere in de (inter)nationale politiek bewoog Rijkens zich op de scheidslijn van economie, handel en politiek-diplomatieke betrekkingen. Hij spande zich in voor zowel de Europese eenwording als voor de transatlantische relatie met de Verenigde Staten. Hij was een van de initiators van en drijvende krachten achter de Fondation Européenne de la Culture als medeoprichter van annex organisatorische spil binnen de Bilderberggroep. Daarnaast spande hij zich in om armoede in onderontwikkelde gebied te bestrijden en had hij zitting in tal van internationale commissies. Ook nationaal zette hij zich in voor vele maatschappelijke instellingen en goede doelen, vaak op cultureel gebied en onderwijsterrein.

De meeste van zijn maatschappelijke activiteiten vonden achter de schermen plaats. Zo ook zijn pogingen in de jaren ’50, begin ’60 om te bemiddelen in het conflict met Indonesië inzake Nieuw-Guinea. Om een tweede dekolonisatieoorlog te voorkomen lobbyde hij als woordvoerder van de ‘Groep-Rijkens’, bestaande uit vooral vooraanstaande Nederlandse ondernemers, bij de Nederlandse regering voor overdracht van het betwiste gebied aan Indonesië. Toen zijn inspanningen ongewild publiekelijk werden, kwam zijn controversiële stellingname hem duur te staan. Beschuldigd van landverraad liep zijn reputatie als ‘eerlijk, rechtvaardig en sociaal industrieel’, zoals het dagblad De Tijd hem bij zijn 70e verjaardag had betiteld, grote schade op. Door zijn nauwe banden met prins Bernhard binnen de Bilderberggroep en de Europese Culturele Stichting zag hij zich gedwongen zich hieruit terug te trekken.

Ingegeven door de behoefte tekst en uitleg te geven van wat hem dreef als topindustrieel en met name wat hem had bewogen om zich in te spannen inzake Nieuw-Guinea, werkte Rijkens aan zijn memoires. Hij overleed echter voor deze verschenen. De te boek gestelde herinneringen waren een teleurstelling; te veel bleef verhuld. Rehabilitatie bleef uit en hij ebde weg in vergetelheid.

Pas in de jaren ’80 kreeg hij enig eerherstel toen onderzoek uitwees dat hij het in het Nieuw-Guineaconflict wel degelijk bij het rechte eind had gehad. Voor al het overige wat hij verricht had op (inter)nationaal terrein hadden geschiedkundigen echter nog steeds geen oog. Dit ondanks het feit dat hij toch direct na zijn dood in een necrologie ‘een van de niet-ambtelijke pioniers der Europese integratie’ werd genoemd. Zijn centrale rol binnen de Bilderberggroep bleef in de postume levensoverzichten echter onbenoemd. Aldus is Rijkens optreden en belang in de historiografie van de Nederlandse wederopbouw en internationale politiek onderbelicht gebleven.

Deze biografie nu beoogt hem in al zijn veelzijdigheid als topindustrieel, zakendiplomaat, weldoener, kunstverzamelaar én als mens opererend op het snijvlak van de internationale handel en politiek te portretteren. Wat nu maakte Rijkens Rijkens? Wat was zijn kompas en waren zijn drijfveren? Door zijn ‘handel en wandel’ (zoals ook de titel van zijn memoires luidde) te verhalen wil deze studie zijn tot op heden genegeerde inzet en betekenis voor Nederland, Europa en de wereld alsnog in het licht zetten.

Hoewel de biografie zijn gehele leven omvat, ligt het zwaartepunt op de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog; de periode dat hij zich het meest nadrukkelijk manifesteerde als ‘corporate statesman’: als een internationaal opererend captain of industry die niet alleen de belangen behartigde van het wereldbedrijf dat hij leidde, maar ook een grote morele plicht c.q. verantwoordelijkheid voelde om actief bij te dragen aan een betere wereld.

Als zodanig sluit deze biografie aan bij de zogeheten ‘New Histoy approach’. In die benadering wordt de traditionele focus op l’histoire événementielle waarbij de grote gebeurtenissen en topconferenties in de internationale politiek centraal staan verlegd naar de dynamiek van het historisch proces, waarbij niet zozeer de daden van de grote staatslieden en die van hun politiek-ambtelijke entourage worden belicht, maar veel meer de rol van societal actors.

Dr. J.F. Meijer: universitair docent aan de opleiding International Relations and International Organization aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2013 publiceerde hij (samen met Rimko van der Maar) de biografie Herman van Roijen (1905-1992). Een diplomaat van klasse.

Email: J.F.Meijer@rug.nl

Laatst gewijzigd:10 oktober 2017 22:27
printView this page in: English