Een conservatieve VVD’er of een progressieve radicaal: P.J. Oud was het allemaal

Pieter Jacobus Oud (1886-1968) maakte twee wereldoorlogen mee, was een prominent lid van de Vrijzinnig-Democratische Bond, één van de oprichters van zowel de PvdA als de VVD en - onder nog veel meer - minister van staat. Toch raakte hij in de vergetelheid. Tot nu. Historicus en politicoloog Boris van Haastrecht promoveert op 10 september op de biografie Strijdbaar democraat.
Tekst: Esther van der Meer
Vanwaar dit boek?
“Dat is eigenlijk te danken aan de biografie van PvdA-politicus en burgemeester van Rotterdam André van der Louw door Chris Hietland. Bij de boekpresentatie werd gezegd: waarom is er geen wetenschappelijk verantwoorde biografie van de veel belangrijker Rotterdamse oorlogsburgemeester Pieter Oud?
Er was alleen een biografie van Henk Vonhoff, oud-commissaris van de Koningin in Groningen. Die verscheen in 1969, vlak na Ouds dood. Die biografie is gedateerd en eerlijk gezegd ook niet heel objectief of wetenschappelijk. Vonhoff schreef eraan toen hij net beginnend Kamerlid was: hij had weinig tijd voor een diepgravend werk. En hij was een groot bewonderaar, hij heeft Oud de tekst zelfs laten corrigeren.
Gerrit Voerman, toen nog directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, Hans Renders, destijds directeur van het Biografie Instituut, en Paul van de Laar, hoogleraar stadsgeschiedenis van Rotterdam, zijn zich toen voor een wetenschappelijke biografie gaan beijveren.
Ik was zelf net klaar met mijn studie aan de UvA en mij sprak de veelzijdigheid van Oud enorm aan. Ik had me ook al eerder beziggehouden met het 19e-eeuwse liberalisme. Oud leek me een mooie overgangsfiguur naar de moderne politiek.”
Wat maakte dat je een biografie wilde schrijven?
“Door een levensverhaal te volgen, hou je je met allerlei verschillende onderwerpen bezig. Oud groeide op in Purmerend, dan moet je je als biograaf in die geschiedenis verdiepen, voor zijn schooljaren duik je in het educatieve systeem van rond 1900, enzovoorts.
Je kunt ook op een persoon uitgekeken raken door je er zo lang in te verdiepen, maar omdat Oud al zolang dood is, verzamel je eigenlijk meer over de tijd waarin hij leefde dan over hemzelf. Mijn boek moet recht doen aan Oud maar vooral iets zeggen over Nederlandse politiek aan de hand van zijn leven. Je kunt als mens van de 21ste eeuw iemand van honderd jaar geleden niet begrijpen zonder de historische context.”
Heb je daar een voorbeeld van?
“Oud was actief in de vrouwenkiesrechtstrijd, iets waar eerder nauwelijks over geschreven is. Hij hield bijvoorbeeld publieke optredens voor de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, waar Aletta Jacobs voorzitter van was. Hij zei: mannen moeten zich ook inspannen voor vrouwenrechten. Nu vinden we dat niet meer dan normaal. Maar toen was het een radicaal progressieve uitspraak, die weerstand opriep.
Van Oud is het beeld gestold tot een conservatieve VVD-leider. Maar je kunt hem ook zien als een jonge propagandist voor het vrouwenkiesrecht. Ik wil al die verschillende facetten van zijn persoonlijkheid en zijn ontwikkeling door de tijd heen laten zien.”
Je proefschrift draagt de titel Strijdbaar democraat. In hoeverre vat je hem daarmee samen?
“Strijdbaarheid tekent zijn karakter. Hij wilde van jongs af aan de beste zijn en zich zijn hele leven lang steeds blijven bewijzen. Als hij tegengas kreeg, was dat voor hem juist reden door te gaan om te krijgen wat hij wilde. En hij was niet bang, hij durfde bestaande normen ter discussie te stellen.
Democratie was een soort magisch woord voor hem, dat begrip fascineerde hem mateloos. Aan het begin van zijn leven kende Nederland nog geen volwaardige democratie: het kiesrecht was nog beperkt. Dat vond hij fundamenteel onrechtvaardig. Als jurist heeft hij ook handboeken geschreven over het staatsrecht en het gemeenterecht. Democraat dekt bovendien de lading van alle drie de partijen waar hij lid van is geweest.”
Hoe kwam het dat hij de overstap maakte van de PvdA naar de VVD?
“Na de oorlog zochten de vrijzinnig-democraten naar een groter vooruitstrevend blok, wat leidde tot een fusie met de SDAP in 1946. Oud werd lid van het hoofdbestuur van de nieuwe PvdA. Maar de linkse vleugel vond hem ongeschikt: onder Colijn was hij tijdens de financiële crisis van de jaren dertig minister van financiën geweest en dat kabinet voerde een hard, rechts bezuinigingsbeleid. Oud wilde graag Eerste Kamerlid worden voor de PvdA, maar dat werd hem niet gegund.
Toen besloot hij zelf een partij op te richten, waar hij meer invloed zou krijgen. Zo is hij betrokken geraakt bij de oprichting van de VVD in 1948, waar hij direct de politiek leider van werd. In 1937 voerde hij als lijsttrekker al campagne voor de vrijzinnig-democraten met de slogan ‘voor vrijheid en democratie’.
Hij vond het belangrijk dat die termen terugkwamen in de naam van de nieuwe partij. Net als het woord volkspartij. Hij omarmde na de oorlog vooral uit pragmatisme het liberalisme, ik denk dat hij het liefst vrijzinnig-democraat was gebleven.”
Hoe zou hij aankijken tegen de koers die zijn VVD nu vaart?
“Dat is lastig om te zeggen, omdat Oud in een heel andere wereld leefde. Oud was voorstander van vooruitstrevende politiek, hij had een heel sterk vooruitgangsgeloof en hij vond streven naar sociale rechtvaardigheid een politiek basisprincipe. Dat zie je nu minder op de voorgrond staan bij de VVD.”

Ben je in je onderzoek ook nog interessante zaken over Groningen tegengekomen?
“Ik heb zijn kleinzoon gesproken. Die had op zolder nog niet eerder uitgegeven jeugdherinneringen van zijn opa liggen. En daarnaast had hij twee aantekeningenboekjes waarin Oud van zijn eerste openbare redevoering in 1907, tot zijn laatste in 1966, precies heeft bijgehouden waar en wanneer hij sprak. Dat zijn meer dan 1700 publieke redevoeringen.
Je ziet dat Oud veel in Groningen is geweest in verkiezingstijd. Hij ging de dorpen in, naar de mensen toe. Dat was echt vernieuwend in die tijd. Dat ging wel anders dan tegenwoordig: hij kwam de mensen vertellen hoe het zat, hij was er niet om naar hen te komen luisteren.”
Voor je aan je proefschrift begon, wist je ook nog niet veel van hem. Zou je graag een borrel met hem hebben gedronken?
“Hij was in ieder geval een heel veelzijdig man. Er zijn veel versies van Oud, sommige leuk, sommige onaangenaam en bijna dictatoriaal, hij was een man met kleur, niet grijs of saai. Maar de lezer mag zelf een oordeel vellen, dat ga ik niet opdringen.”
Inmiddels heb je een nieuw onderwerp om je op te storten: je gaat onderzoek doen naar het staatsrechtelijk geweten. Kom je Oud daar weer tegen?
“Dat onderzoek gaat over hoe we ervoor zorgen dat het parlement en de Tweede Kamer met gezag kunnen optreden. Ik ga onderzoeken welke rol het persoonlijk gezag van Kamerleden daarin speelt. Een grondidee daarbij is dat je, ongeacht je politieke voorkeuren, het eens moet kunnen zijn over de regels van het politieke spel. Dat was iets wat voor Oud fundamenteel was. Net als dat hij grote eerbied had voor het parlement.
Ik vind het als politicoloog belangrijk dat we een goed functionerend bestel hebben en ik vind het interessant om als historicus een, al is het maar kleine, bijdrage te leveren aan wat daarvoor nodig is. Dankzij de geschiedenis kun je het heden in een breder perspectief plaatsen.”
De handelseditie van het proefschrift Strijdbaar democraat verschijnt op 10 september bij Uitgeverij Boom in Amsterdam.
Meer nieuws
-
31 augustus 2026
Een digitaal kat-en-muisspel
-
03 augustus 2026
Opinie: ‘AI moet niet op de stoel van de rechter gaan zitten’
-
16 juni 2026
Netcongestie is niet alleen een kabelprobleem