Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidActueelNieuwsarchief

Wijziging levenslangbeleid verandert bestaande inhumane situatie niet

24 juni 2016
mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum
mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum

De levenslange gevangenis straf in Nederland is sinds 2004 precies wat de naam doet vermoeden: een straf die 'gewoon' duurt voor de rest van het leven. Omdat is gebleken dat de uitvoering van deze straf niet voldoet aan de eisen van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van Mens (EVRM), in het bijzonder niet aan het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, is door Staatssecretaris Dijkhoff een wijziging van het beleid aangekondigd.

In het Nederlands Juristen Blad (NJB) publiceert mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum, universitair docent strafrecht, vandaag haar betoog tegen de door de staatssecretaris aangekondigde ‘beleidswijziging tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf'. Van Hattum betoogt dat met deze beleidswijziging de situatie voor levenslanggestraften alleen maar verslechtert.

Van Hattum: ‘Dat het beleid niet conform artikel 3 EVRM was, kon al enige jaren worden afgeleid uit de rechtspraak van het Europese Hof tot bescherming van de Rechten van de Mens (EHRM), maar werd onlangs bevestigd in de zaak Murray tegen Nederland. In deze zaak werd Nederland door de Grote Kamer van het EHRM met unanimiteit veroordeeld wegens schending van artikel 3 EVRM. Dit arrest zet de lijn in de rechtspraak voort dat ook levenslanggestraften vooruitzicht op in vrijheidstelling moeten hebben. Bovendien geeft het voor het eerst aanwijzingen voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf aan levenslanggestraften die te kampen hebben met een stoornis. Verwacht mocht worden dat de staatssecretaris het arrest Murray zou aangrijpen om zijn beleid in overeenstemming te brengen met de eisen van artikel 3 EVRM. Dat gebeurt echter niet. De staatssecretaris presenteert de Tweede Kamer een plan dat het inhumane en dus ongrondwettige karakter van de straf in stand laat. Het plan behelst zelfs een verslechtering van de rechtspositie van levenslanggestraften in die zin, dat het de door de beroepscommissie van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) geboden bescherming terugdringt’.

In het artikel volgt een kort overzicht van de rechtspraak van het EHRM (2), een samenvatting van het door de staatssecretaris voorgestelde beleid (3), een vergelijking van het beleid met de EHRM-rechtspraak (4), een kritische beschouwing van het fundament van het huidige beleid (5) een overzicht van de gevolgen van het beleidsplan voor de rol van de penitentiaire rechter (6) en voor de gratieprocedure (7) en de conclusie (8).

Meer informatie


Lees het volledige artikel in het NJB (via Navigator)
Reactie Forum Levenslag


Dit bericht is geplaatst door de Faculteit Rechtsgeleerdheid.

Laatst gewijzigd:24 juni 2016 11:26

Meer nieuws