Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidActueelPromoties Rechtsgeleerdheid

The good governance of transnational private relationships

Towards the realisation of social sustainability
Promotie:J.L.J. (Jilles) Hazenberg, PhD
Wanneer:16 april 2018
Aanvang:16:15
Promotors:prof. dr. A.L.B. (Aurelia) Colombi Ciacchi, prof. dr. A.J. (Andrej Janko) Zwitter
Waar:Academiegebouw RUG
Faculteit:Rechtsgeleerdheid
The good governance of transnational private relationships

Good governance van transnationale ondernemingen tegen het licht

Jilles Hazenberg concludeert op basis van zijn onderzoek naar good governance van transnationale ondernemingen dat de inhoud moet worden geformuleerd op het niveau van ‘transnational civil society’. Daarnaast stelt Hazenberg dat deze geformuleerd moet worden op basis van gelijkheid tussen actoren en, ten derde, dat deze niet gecodificeerd dient te worden in positief recht. Meer algemeen concludeert hij dat good governance en sociale duurzaamheid als concepten een morele basis missen. Hazenberg stelt voor deze te formuleren in termen van mensenrechten.

In Hazenbergs proefschrift staat de vraag centraal in hoeverre de good governance van transnationale ondernemingen geïnformeerd kan worden door sociale duurzaamheid. Met betrekking tot good governance en sociale duurzaamheid stelt hij in het eerste deel vast dat zij een moreel fundament missen waarop reguleringsmechanismen kunnen stoelen. Dit morele fundament is het best geformuleerd in termen van mensenrechten. De voorgestelde conceptie van mensenrechten geeft richting aan de plichten die actoren hebben. In het tweede deel staat de praktijk en context waarin transnationale ondernemingen opereren centraal. Twee cases worden hier bestudeerd en geanalyseerd in het licht van het eerste deel. De eerste case behandelt de groeiende macht van technologische corporaties door de handel in persoonlijke data. Deze bedrijven bedreigen sociale duurzaamheid door fundamentele rechten te ondermijnen. Tegelijkertijd hebben zij ook positieve invloed door communicatie en technologische innovatie mogelijk te maken. De tweede case behandelt transnationale supply-chains met de productie van Apples iPhone in China als voorbeeld. In deze supply-chain worden mensenrechten structureel ondermijnd. Het werk dat zij bieden is echter vaak beter dan vergelijkbaar werk in de lokale economie. Ook hier zijn er zowel positieve als negatieve effecten op sociale duurzaamheid. In het derde deel worden deze conclusies samengebracht en wordt gekeken naar mogelijke rechtvaardige vormen om deze transnationale ondernemingen te reguleren. Hazenberg concludeert, ten eerste, dat deze regulering moet worden geformuleerd op het niveau van ‘transnational civil society’. Ten tweede dat deze geformuleerd moet worden op basis van gelijkheid tussen actoren en, ten derde, dat deze niet gecodificeerd dient te worden in positief recht.