Skip to ContentSkip to Navigation
About us Latest news News News articles

Evaluatie Nederlandse promovendi-trajecten

Hoe een Gronings initiatief resulteert in een succesvol landelijk project – een update
30 mei 2022
Esther Bouma
Esther Bouma

Eén van de taken van CIT-medewerker Esther Bouma is de evaluatie van het promotietraject van de Rijksuniversiteit Groningen. Via een digitale vragenlijst worden promovendi bevraagd over verschillende aspecten van hun promotietraject zoals begeleiding, arbeidsvoorwaarden, projectvoortgang, werkomgeving, contacten met collega’s, onderwijsactiviteiten en carrièrevoorbereiding. Bouma, werkzaam bij het team Educational InstitutionalResearch van het CIT-domein Onderwijs, doet dit elke twee jaar in opdracht van de Groningen Graduate Schools.

In 2015 viel het Esther op dat de duur van promotietrajecten sterkt verschilt tussen de Nederlandse universiteiten en ze was benieuwd naar de oorzaken hiervoor. Een aantal telefoontjes met collega’s van andere instellingen versterkte haar beeld dat hierover weinig bekend was. Om dit te veranderen, is zij een landelijk project gestart waarmee de evaluatie van promotietrajecten eenduidiger wordt gemaakt (meer hierover is te lezen in het derde nummer van ICT-magazine Pictogram van december 2018).
Het mag duidelijk zijn dat dit een project van de lange adem is maar ondertussen zijn alle veertien Nederlandse universiteiten betrokken, samen met vertegenwoordigers van het Promovendi Netwerk Nederland en de VSNU (nu Universiteiten van Nederland, UNL). De UNL ondersteunt het project aangezien een landelijk beeld over Nederlandse promotieprojecten grotendeels ontbreekt.

Een pilot met acht universiteiten in 2021

In 2016 en 2017 is voornamelijk gewerkt aan het opstellen van een landelijke set ‘kernvragen’. In 2018 hebben (bijna) alle universiteiten hun goedkeuring gegeven voor het project. In 2019 is een Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) gedaan om de privacy van promovendi en veiligheid van de data te waarborgen.
Na de digitale ondertekening van de Gezamenlijke Verwerkingsverantwoordelijken Overeenkomst (door alle universiteiten, de UNL en het PNN) kon eindelijk in 2021 een pilot starten waaraan de volgende universiteiten hebben deelgenomen: de Rijksuniversiteit Groningen, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Utrecht, Universiteit Leiden, Universiteit Twente, Maastricht University, Erasmus Universiteit Rotterdam en de Open Universiteit.
Deze acht universiteiten hebben in voorjaar/zomer van 2021 dezelfde 44 vragen afgenomen bij hun eigen promovendi. Voor de meeste van de deelnemende universiteiten was de kernset van vragen onderdeel van een bredere PhD survey, die verder naar eigen inzicht van de instelling ingevuld kon worden. De RUG heeft de kernset van vragen opgenomen in de editie 2021 van haar (tweejaarlijkse) PhD survey.

Data-analyse in de Virtual Research Workspace

De acht instellingen hebben hun acht uniforme datasets via een beveiligde verbinding geüpload naar de Virtual Research Workspace (VRW) die door het CIT is ontwikkeld. Daar zijn de bestanden samengevoegd en geanalyseerd. De VRW is een beveiligde omgeving waar onderzoekers gezamenlijk data kunnen analyseren zonder dat de data uit deze omgeving gehaald kan worden.

De landelijke resultaten

In totaal hebben 4876 promovendi, verdeeld over acht instellingen, het merendeel van de landelijke kernvragen beantwoord. De belangrijkste resultaten zijn weergegeven in de Infographic ‘PhD student experiences in the Netherlands’.

Resultaten per universiteit

Alleen de acht universiteiten die hebben deelgenomen aan de pilot hebben de resultaten uitgesplitst per universiteit ontvangen. Er is afgesproken dat de resultaten niet gebruikt mogen worden voor onderlinge concurrentie. De acht instellingen zullen de resultaten met elkaar bespreken en ‘best practices’ uitwisselen.

De toekomst

Tijdens een bijeenkomst in mei is de voortzetting van het project besproken met alle betrokken partijen. Het streven is dat de ‘landelijke’ vragen elke twee jaar door alle universiteiten zullen worden afgenomen. Ondanks dat nu nog niet alle universiteiten hun deelname voor de volgende ronde in 2023 hebben toegezegd, zien alleen het belang van het verkrijgen van een landelijk beeld over promovendi ervaringen.


Samenvatting landelijke resultaten

Infographic PhD Student Experiences
Infographic PhD Student Experiences
  • Algemene tevredenheid met promotietraject: over het algemeen zijn de promovendi tevreden met hun promotietraject; de gemiddelde score is 6,95 (schaal van 1 tot 10).
  • Tevredenheid met begeleiding: promovendi zijn, over het algemeen, tevreden met de begeleiding die ze ontvangen. Dit komt tot uiting in een gemiddelde score van 3,7 (schaal van 1 tot 5).
  • Tevredenheid met onderwijs voor promovendi: de meeste promovendi hebben toegang tot diverse onderwijsactiviteiten. Over het algemeen zijn de promovendi matig tot redelijk tevreden met hun onderwijsactiviteiten; de gemiddelde score is 3,3 (schaal van 1 tot 5).
  • Werkdruk: bijna 60% van de promovendi geeft aan de werkdruk hoog of te hoog te vinden.
  • Effect van promotietraject op mentale gezondheid: iets minder dan 30% van de promovendi geeft aan dat het promotietraject een negatieve invloed heeft op hun mentale gezondheid.
  • Effect van Covid-19 op promotietraject: de pandemie heeft vooral een negatieve impact gehad op het voeren van discussies, de dataverzameling, de voortgang van het project, de mentale gezondheid en werkmotivatie van promovendi.
  • Vertraging: ongeveer 45% van de promovendi geeft aan achter te lopen op hun schema. Van de groep die vertraagd is geeft 42% aan dat de vertraging meer dan 6 maanden bedraagt. In welke mate de vertraging te wijten is aan Covid-19, is op basis van de huidige gegevens niet vast te stellen.
  • Carrière: iets meer dan de helft van de promovendi geeft aan in de onderzoekswereld binnen de universiteit te willen blijven werken en 45% wil onderzoek doen buiten de universiteit. Daarnaast ambieert bijna 33% een carrière buiten de wetenschap. Promovendi konden hier meerdere keuzes aangeven.

Laatst gewijzigd:16 juni 2022 09:54

Meer nieuws

  • 04 juli 2022

    Onderzoek naar de toerist als Antarctisch ambassadeur

    Dr. Annette Scheepstra van het Arctisch Centrum van de RUG, onderdeel van de Faculteit der Letteren, gaat onderzoek doen naar toerisme op Antarctica en de toerist als Antarctisch ambassadeur. Zij krijgt hiervoor financiële steun van 1 miljoen euro...

  • 12 mei 2022

    KNAW benoemt twee hoogleraren RUG tot lid

    Maria Loi en Dirk Slotboom van de Faculteit Science and Engineering zijn door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) benoemd tot lid.

  • 15 maart 2022

    Vici-beurzen voor drie RUG-onderzoekers

    De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft aan drie RUG-onderzoekers een Vici-financiering van maximaal 1.5 miljoen euro toegekend. Prof. dr. J.W. Romeijn, prof. dr. S. Hoekstra en prof. dr. K.I. Caputi kunnen hiermee...