Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Noordzeevissers tonen voorkeur voor zeldzame habitats

Onderzoek door Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen Marine Research
18 december 2018

Een ruimtelijke analyse van drie visserijtypen – boomkorvisserij gericht op tong, boomkorvisserij gericht op schol en bordenvisserij gericht op Noorse kreeft en platvis - toont aan dat vissers zeer specifieke habitats bevissen in de Noordzee. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Wageningen Marine Research (WMR) hebben hierover op 18 december gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE. De leefgebieden die door vissers het intensiefst worden gebruikt, zijn relatief zeldzaam binnen de Noordzee. Het merendeel van deze zogenaamde ‘hotspots’ ligt binnen Natura 2000 gebieden, omdat ze ook voor de natuur van grote waarde zijn.

Deze studie binnen het gezamenlijke project DISCLOSE geeft voor het eerst inzicht in wat de ecologische karakteristieken zijn van de verschillende leefgebieden die doelgericht bevist worden in de Noordzee.De resultaten benadrukken dat de visserijdruk op de zeebodem niet homogeen over de Noordzee verdeeld is. Visserijhotspots worden gekenmerkt door een combinatie van specifieke omgevingskenmerken die mogelijk van groot belang zijn voor de natuur. Dit zou kunnen leiden tot een belangenconflict. In de huidige regelgeving wordt nog geen rekening gehouden met dit gegeven.

Visserij hotspots
Visserij hotspots

Geen grote blauwe plas

De Noordzee staat op de meeste topografische kaarten weergegeven als één grote blauwe plas, maar herbergt in werkelijkheid gevarieerde zeelandschappen. Deze zijn onder meer ontstaan uit een na de laatste ijstijd verdronken landschap, en verder geboetseerd door getij, stroming en golven. Deze zeelandschappen worden gedomineerd door onderzeese zandduinen, uitgestrekte moddervlaktes, ondergelopen delta’s zoals de Klaverbank en hoge ‘onderwater-stuwwallen’ zoals de Doggersbank. Door te kijken naar dit soort structuren en het omringende reliëf, konden in deze studie negen zeelandschappen worden getypeerd in de zuidelijke en centrale Noordzee (zie figuur Zeelandschappen). Al deze landschappen hebben weer hun eigen specifieke gradiënten in omgevingsvariabelen zoals waterdiepte, temperatuur, zoutgehalte en substraat.

Visserij op landschapsschaal

In dit onderzoek is gekeken hoe de Nederlandse Noordzeevissers deze zeelandschappen gebruiken. Een analyse van satelliet-positiegegevens van de drie belangrijkste Nederlandse visserijtypen liet duidelijke ‘visserijhotspots’ zien; plekken die elk jaar intensief bevist worden (zie figuur Visserij hotspots). Sommige van deze hotspots liggen in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ), en een deel in de EEZ van Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland of Denemarken. Door de locaties van deze hotspots te koppelen aan de omgevingsfactoren, kon worden afgeleid in welke leefgebieden de vissers bij voorkeur actief zijn, en wat de ecologische kenmerken zijn van deze voorkeursplekken. Daarnaast werd gekeken naar hoe algemeen de plekken met deze kenmerken zijn.

Zeelandschappen
Zeelandschappen

Heel precies

Hoofdonderzoeker Karin van der Reijden van de RUG: “De hotspot-analyse laat zien dat de drie bestudeerde visserijtypen op verschillende locaties in de Noordzee vissen met unieke omstandigheden. Tongvissers zijn actief in de zuidelijke Noordzee, vooral in de diepere troggen tussen de grote zandbanken. Noorse kreeften worden juist actief bevist in de modderigste gebieden in de diepere delen van het Nederlandse deel van de Noordzee. De scholvisserij vist veel verspreider, maar er lijkt een voorkeur te zijn voor de toppen van zandgolven, gelegen op de flanken van bijvoorbeeld de Doggersbank.”

Deze specifieke voorkeuren zijn gekoppeld aan het voorkomen van de doelsoorten van deze visserijtypen: tong, schol en kreeft. De vissers weten heel precies welke delen van het zeelandschap ze moeten bevissen om de juiste soorten binnen te halen, en daarmee indirect welke omgevingsvariabelen deze soorten opzoeken.

Doelgerichte bescherming van onderwaterlandschappen

Deze studie laat zien dat zeelandschappen ongelijk bevist worden, en dat de meeste visserijhotspots in tamelijk zeldzame leefgebieden liggen met mogelijk een specifieke rijkdom aan onderwaterleven. Dat juist op deze plekken een rijk onderwaterleven wordt verwacht is niet onderzocht, maar wordt gesteund door het feit dat meerdere visserij-hotspots binnen Natura 2000 (Europees netwerk van beschermde gebieden) liggen. De hotspot-studie zorgt voor een betere kennisbasis voor de belangenafweging tussen natuurbescherming en visserij ten behoeve van een duurzaam beheer van de Noordzee.

Publicatie: Van der Reijden K.J., Hintzen N.T., Govers L.L., Rijnsdorp A.D., Olff H. (2018); North Sea demersal fisheries prefer specific benthic habitats. Plos One, DOI: 10.1371/journal.pone.0208338 - http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0208338

Lees ook: https://www.noordzee.nl/bescherming-4-natuurgebieden-goede-stap-op-weg-naar-herstel-noordzeenatuur/
Zie voor meer kaartmateriaal: https://arcg.is/0KrbWz

Over DISCLOSE : Om de Noordzee goed te beschermen, moeten we haar goed begrijpen. Het vierjarig onderzoeksproject DISCLOSE, dat loopt tot maart 2020, brengt met verschillende technieken de zeebodemnatuur in kaart. Met speciale aandacht voor de verspreiding, de structuur en het functioneren van kwetsbare bodemgemeenschappen. Het project is een samenwerking tussen de TU Delft, Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Rijksuniversiteit Groningen en Stichting De Noordzee en is financieel mogelijk gemaakt door het Gieskes-Strijbis Fonds. DISCLOSE staat voor DIstribution, StruCture, and functioning of LOw-resilience benthic communities and habitats of the Dutch North Sea; zie https://discloseweb.webhosting.rug.nl/nl/

Laatst gewijzigd:19 december 2018 12:49
printView this page in: English

Meer nieuws

  • 15 februari 2019

    Groningse ingenieurs studeren straks af in Drachten

    De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) start in het collegejaar 2019-2020 met een masteropleiding Mechanical Engineering; oftewel werktuigbouwkunde. Prof. dr. ir. Jacquelien Scherpen, voorzitter van het Groningen Engineering Center (GEC) noemde het eerder...

  • 12 februari 2019

    Het klimaatverdriet van Maarten Loonen

    De klimaatverandering op Spitsbergen; Maarten Loonen maakt het al jaren aan den lijve mee. Hij kan uren vertellen over ganzen, rendieren en gletsjers, over de onmetelijke en ons onbekende natuur. Maar het meest raakt hem de klimaatklok die voorttikt...

  • 05 februari 2019

    Master's programme in Nanoscience assessed as excellent for the 3rd time

    The Top Master's programme in Nanoscience has been assessed by an international peer review committee, organized by QANU, and their report has now been published and confirmed by the NVAO (Accreditation Organisation of the Netherlands and Flanders)...