Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Nico van Yperen: ‘Een mentaal zwakke topsporter bestaat eigenlijk niet’

06 februari 2018
Nico van Yperen (RUG), de eerste hoogleraar Sportpsychologie in Nederland
Nico van Yperen (RUG), de eerste hoogleraar Sportpsychologie in Nederland

Het is de dag nadat Tata Chess on Tour in Groningen plaats heeft gevonden, met als blikvanger de Noorse wereldkampioen Magnus Carlsen. Hoogleraar sportpsychologie Nico van Yperen is geïnteresseerd in alle takken van sport, dus ook in schaken. Gegrepen door de immense druk waar topschakers mee te maken hebben. Gefascineerd ook door de wijze waarop Magnus Carlsen daar mee omgaat. ‘Dat kwam uitgebreid aan bod in de prachtige documentaire die onlangs over Carlsen werd uitgezonden op NPO3. Niet gezien? Dan zeker even terugkijken!’

Tekst: Martin Althof / Communicatie RUG

Van Yperen is de eerste hoogleraar in Nederland die zich primair richt op de psychologie van sport en presteren. Hij bekleedt de leerstoel Sport & Performance Psychology. Welke psychologische factoren en omstandigheden zijn van invloed op het optimaal kunnen presteren en plezier hebben in de sport, en hoe kunnen de mentale aspecten van sport en presteren verder gestimuleerd worden? En hoe kan creativiteit en talent in een vroeg stadium worden herkend?

Rol en belang van mentale factoren

Van Yperen ziet dat de rol van mentale vaardigheden in de sport in toenemende mate wordt herkend en erkend. Steeds vaker worden mentale begeleiders ingeschakeld om topsporters op het juiste moment optimaal te laten presteren. Zelfs in de zo behoudende voetbalwereld worden voorzichtig stappen gezet. Van Yperen: ‘Dat was in 1974 zeker nog niet het geval. Auke Kok beschreef in zijn boek ‘Wij waren de besten’ hoe keeper Jan Jongbloed de stemming in het Nederlands elftal vlak voor de finale beoordeelde: “Eigenlijk wilden we allemaal wel naar huis.” Dat helpt niet echt om te winnen. Wellicht waren we met goede mentale begeleiding in 1974 wel wereldkampioen geworden!’

Samenspel lichaam en geest

In de topsport is er veel aandacht voor fysieke en technische aspecten. Minder voor het verbeteren van mentale factoren. Van Yperen legt uit: ‘Mentale factoren zijn onzichtbaar verstopt tussen de oren en alleen indirect meetbaar. Verder is er een verwevenheid met de persoonlijkheid van de sporter en kan een oordeel over mentale factoren daarom als bedreigend worden ervaren. Ten slotte is er een aanname dat mentale factoren vooral via een goede fysieke gesteldheid en goede resultaten positief worden beïnvloed. Maar de fysieke conditie is niet altijd optimaal en de resultaten vallen soms tegen. Hoe ga je daar mee om? Wat moet je doen om weer te gaan winnen? Mentale factoren zijn in zo’n situatie vaak doorslaggevend.’ Van Yperen benadrukt dat het vaak om kleine onderdelen van de mentale gesteldheid gaat. ‘Een mentaal zwakke topsporter bestaat eigenlijk niet. Ze bevinden zich al op een zeer hoog prestatieniveau. Dat punt bereik je niet zonder grote fysieke inspanningen en een goede mentaliteit. Toch kan het op onderdelen altijd beter. Als sportpsycholoog werk je daarbij nauw samen met de atleet en de trainer/coach.’

Magnus Carlsen, hier bij Tata Steel Chess in het Academiegebouw. Van Yperen noemt hem een toonbeeld van een topsporter die met druk om kan gaan. (Foto: Marcel Spanjer)
Magnus Carlsen, hier bij Tata Steel Chess in het Academiegebouw. Van Yperen noemt hem een toonbeeld van een topsporter die met druk om kan gaan. (Foto: Marcel Spanjer)

Onderzoek bij topsporters

Van Yperen vertelt dat er relatief weinig onderzoek is gedaan naar het belang van mentale factoren bij topsporters. ‘Dat onderzoek is niet makkelijk. Je zou het liefst met ze mee willen sprinten en ze onderweg de vragen stellen. Maar dat gaat natuurlijk niet. Achteraf vragen kan wel, maar dan is de uitslag bekend. En die uitslag kleurt in ruime mate wat er is gebeurd en bepaalt hoe de topsporter terugkijkt en oordeelt.’

Uitbannen van negatieve gedachten

Van Yperen schrijft in zijn sportblog dat de kern van mentale begeleiding is om sporters te helpen zich exclusief te richten op datgene wat ze op dat moment moeten doen om te voorkomen dat negatieve gedachten (“Het gaat vandaag niet”) gaan overheersen en mede daardoor uiteindelijk werkelijkheid gaan worden (“Het ging vandaag niet”). Sporters die optimaal presteren laten zich niet afleiden door negatieve gedachten of andere onwenselijke factoren (pijntjes, slecht ijs, weersomstandigheden). Maar hoe doe je dat? Van Yperen: ‘Topsporters moeten zich goed bewust zijn van hun belangrijkste waarden, bijvoorbeeld onverzettelijkheid en wilskracht, en hun drijfveren, dat ze weten waarom ze doen wat ze doen. Daarop terug kunnen vallen is essentieel voor duurzaam en optimaal presteren, en voor het constructief om kunnen gaan met spanningen en uitkomsten als winnen en verliezen. Bart Veldkamp verknalde zijn 5 kilometer op de Olympische Winterspelen van Albertville in 1992. Ondanks een minutieuze voorbereiding gaat het mis. Veldkamp rijdt, in tegenstelling tot zijn concurrenten, op schuurpapierijs. Maar hij herpakt zich op de 10 kilometer, parkeert zijn teleurstelling, weet wat hij kan en haalt het beste uit zichzelf. Met als resultaat een gouden schaatsmedaille bij de heren, voor het eerst sinds Piet Kleine in 1976.’

Eén beslissende rit

Op de komende Olympische Winterspelen in Pyeongchang wordt de 500 meter beslist in één rit. Veel schaatsers hebben een voorkeur voor starten in de binnenbaan of de buitenbaan. Hoe moeten ze daarmee omgaan? Van Yperen: ‘Het doel moet zijn je hierdoor niet uit het evenwicht te laten brengen. Doe je dat wel (‘dat heb ik weer, loot ik die vervelende buitenbaan’), dan leidt dat tot prestatieverlies. De mentale begeleiding is erop gericht goed om te gaan met dit soort externe factoren. Dat is te oefenen, in trainingen, in andere wedstrijden.’

Jeugdvoetballers Ajax

Uiteraard zijn natuurlijke aanleg en trainingsarbeid van groot belang voor het halen van de top. Wat is de rol van mentale factoren? Van Yperen deed onderzoek onder jeugdvoetballers van Ajax. ‘Dat was in de tijd van Louis van Gaal. Succesvolle voetballers bleken meer doelcommitment te hebben: ze hadden er meer voor over om hun doelen te bereiken. Ook waren ze meer geneigd om problemen - die vroeg of laat op je weg komen - aan te pakken. Tenslotte bleken de echte toppers vaker een goede relatie met hun ouders te hebben: sociale steun is erg belangrijk om te slagen. Ook bij de jeugdvoetballers van Ajax bleek de beste voorspeller voor een succesvolle loopbaan het prestatieniveau in de jeugdopleiding te zijn. Maar mentale factoren hebben zeker een meerwaarde, ze bepalen mede of een jeugdvoetballer zich ontwikkelt tot een topper. Met mijn onderzoek hoop ik ook in de toekomst een bijdrage te leveren aan besef dat mentale factoren alomtegenwoordig zijn in de wereld van sport en presteren, en minder mysterieus zijn dan vaak wordt gedacht.’

Prof. Nico W. van Yperen was hiervoor hoogleraar Organisatiepsychologie aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Binnen die leerstoel lag er al een sterke focus op motivatie, sport en talentontwikkeling, onder andere met de mastertrack Talent Development & Creativity . Met deze nieuwe leerstoel zet de RUG hier nog sterker op in. Tevens is de nieuwe leerstoel Sport & Performance Psychology nauw verbonden met het Sport Science Institute Groningen (SSIG), een netwerkorganisatie waarin de gemeente Groningen, UMCG, Hanzehogeschool en RUG al het sportonderzoek en -onderwijs in Groningen bij elkaar brengt en verbindt met de sportpraktijk. Van Yperen zit namens de RUG in het SSIG-managementteam en draagt met zijn vak Sport and Performance Psychology bij aan de minor Sport Science voor bachelorstudenten aan de RUG.

Meer informatie

Laatst gewijzigd:07 februari 2018 16:19

Meer nieuws