Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Grote Europese subsidie voor onderzoek naar de toekomst van jeugdzorg in Europa

01 december 2014

Onderzoekers van de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen hebben een grote Europese NORFACE subsidie ontvangen  voor een onderzoek naar het beleid rondom jeugdzorg en kindermishandeling in Engeland, Duitsland en Nederland. In het onderzoek, uitgevoerd door een consortium van Europese universiteiten, wordt gekeken naar de manier waarop jeugdzorg is georganiseerd per land en wat de impact van de verschillen is op de uitvoering. Een bijzonder en innovatief aspect aan het onderzoek is dat er ook gekeken wordt naar de rol van de biologische ouders binnen het systeem van jeugdzorg. Ook de op handen zijnde transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten in Nederland komt aan bod in het onderzoek.

Grote verschillen tussen landen

In het onderzoek, dat onder leiding staat van hoogleraar Orthopedagogiek Hans Grietens, worden de jeugdzorgsystemen in Duitsland, Engeland en Nederland met elkaar vergeleken. “Het zijn drie rijke welvarende landen die de jeugdzorg totaal anders hebben ingericht en ook andere tradities hebben op dit gebied. Zo heerst in Duitsland een andere opvatting over de mate waarin de jeugdzorg - lees de overheid – zich mag bemoeien met de opvoeding van kinderen dan bijvoorbeeld in Engeland”, aldus Grietens. Een voorbeeld van deze verschillen is het beleid rondom uithuisplaatsing. Waar in het ene land gekozen wordt voor snelle uithuisplaatsing, vindt men in andere landen opvang in het gezin belangrijker. Grietens: “We gaan kijken naar dit soort verschillen en vooral naar de effecten hiervan op de betrokken kinderen en hun gezinnen.”

Ook onderzoek naar rol biologische ouders

Een innovatief aspect aan het onderzoek is de rol van de biologisch ouders. In veel evaluaties worden alleen de zorgprofessionals meegenomen en is er weinig tot geen aandacht voor de biologische ouders. “Naast het perspectief van de ouders hadden we graag ook dat van de betrokken kinderen meegenomen in dit evaluatietraject, maar dat zou het onderzoek te omvangrijk maken. Gelukkig komt dit in andere onderzoeken wel aan bod”, aldus Mónica López López die verantwoordelijk is voor het onderzoek onder de ouders.

Gevolgen transitie jeugdzorg ook meegenomen in onderzoek

Volgens onderzoeksleider Grietens zal het Norface-onderzoek één van de  eerste wetenschappelijke  studies worden waarin de gevolgen van de transitie in de jeugdzorg worden blootgelegd. Per januari 2015 komt de gehele jeugdzorg in Nederland onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. “Het is niet primair de opzet van het onderzoek om deze gevolgen voor het systeem van jeugdzorg in kaart te brengen, maar de start van het onderzoek loopt parallel aan de invoering van het nieuwe jeugdstelsel in Nederland.”

Internationaal onderzoeksteam

Het Groningse onderzoeksteam bestaat uit de hoogleraren Orthopedagogiek Hans Grietens en Erik J. Knorth en Rosalind Franklin Fellow Mónica López López.  Verder wordt er binnen het project een promovendus aangesteld. Het Nederlandse team werkt in het onderzoek samen met Professor Nina Biehal (University of York) en Professor Sabine Walper, dr. Heinz Kindler en dr. Eric van Santen van het Duitse Jeugd Instituut (DJI). De subsidie van ruim 700.000 euro wordt verstrekt door het Europese NORFACE programma (New Opportunities for Research Funding Co-operation in Europe) en valt binnen het European Union’s Seventh Framework Programme for Research. De officiële naam van het onderzoek is ‘Policies and responses with regard to child abuse and neglect in England, Germany and the Netherlands (PORECAN)’.


Laatst gewijzigd:23 juni 2016 12:29
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws