Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

‘Veel Nederlandse buitenplaatsen herbergen prachtige verhalen’

19 november 2012

Landelijke glossy’s staan er vol mee en – vooral Engelse – dramaseries gebruiken ze als decor: landhuizen met prachtig aangelegde tuinen en parken. ‘Mensen dromen graag weg bij historische dramaseries als Downtown Abbey, die zich afspelen in de microkosmos van een countryhouse, de Engelse variant van de buitenplaats. Wat veel mensen niet beseffen, is dat vergelijkbare verhalen ook te vinden zijn voor wie zich verdiept in de Nederlandse buitenplaatsen’, stelt Yme Kuiper, bijzonder hoogleraar Historische Buitenplaatsen en Landgoederen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij houdt op dinsdag 20 november zijn oratie De hofstede – ‘tot vermaeck en voordeel aengeleyt’, over de ontwikkeling van de Nederlandse buitenplaats vanaf de zeventiende eeuw.

2012 is het jaar van de historische buitenplaats. Vandaar dat de Stichting Van der Wyck-de Kempenaer dit jaar een bijzondere leerstoel instelde aan de Faculteit Letteren (opleiding Kunstgeschiedenis, Kenniscentrum Landschapsgeschiedenis). Het doel is onder meer om de prachtige historie van buitenhuizen bij een groter publiek bekend te maken. Kuiper: ‘Er is op dat gebied nog een wereld te winnen. Aan veel buitenplaatsen zitten prachtige verhalen vast. Spannende verhalen ook.’

Powerhouse Fraeylemaborg

Kuiper: ‘Wat ik bijvoorbeeld heel bijzonder vind, is dat op de Groningse Fraeylemaborg twee grote mannen uit het verleden van Nederland zijn geweest. Zowel Johan de Witt als zijn grote tegenstrever de latere stadhouder-koning Willem III waren daar ooit te gast. De adellijke familie die op deze borg (later buitenplaats) woonde, had veel te zeggen in de Ommelanden. De komst van deze twee grote mannen laat zien dat hun komst niet alleen heel belangrijk was voor de Republiek, maar ook voor de tegenstelling tussen stad en platteland in Groningen. De Fraeylemaborg was toen nog een echt powerhouse. De borg vertelt dus een verhaal over de Nederlandse geschiedenis.’

Henri van der Wijck

‘Volgens de zeventiende-eeuwse betekenis is de buitenplaats niets anders dan een tweede huis voor de rijken en machtigen’, vertelt Kuiper. ‘Een monumentaal huis met een mooi aangelegde tuin die destijds nog hofstede werd genoemd.’ Tegenwoordig wordt een buitenplaats gezien als een eenheid van tuin, huis en park. Die visie is ontwikkeld door de kunsthistoricus Henri van der Wijck. Hij promoveerde in 1974 op de pioniersstudie De Nederlandse buitenplaats en is de naamgever en inspirator van de leerstoel die Kuiper sinds september van dit jaar bekleedt.

Ideaal natuurschoon

In Nederland zijn in de periode 1600 tot 1900 duizenden buitenplaatsen en landgoederen aangelegd. In de vroege zeventiende eeuw zetten kooplieden en regenten uit de Amsterdamse grachtengordel de trend. Dat verklaart waarom buitenplaatsen vaak deel uit maken van een mooie, natuurlijke omgeving. Kuiper: ‘De buitenhuizen hadden grote, mooi aangelegde tuinen die waren bedoeld voor ontspanning. De eigenaars verbleven er in de zomer om daar hun familie en gasten te ontvangen. En ook tegenwoordig behoren buitenplaatsen tot een cultuurlandschap dat door veel mensen wordt gezien als vrije natuur om in te recreëren.’

De buitenhuizen verschenen in de loop van de zeventiende eeuw rondom alle grote en middelgrote steden in Nederland. Ze liggen ook opvallend vaak langs het water. Kuiper: ‘Je ziet een duidelijke parallel met de verstedelijking. Met de opkomst van trekvaarten werden buitenplaatsen veel beter bereikbaar. In de negentiende eeuw zie je hetzelfde gebeuren met de komst van de trein. Dankzij de trein werden mensen mobieler en dus bouwden rijke Randstedelingen hun buitenhuis verder weg, bijvoorbeeld in Arnhem en omgeving.’

Commerciële motieven

Ook de verschillende motieven die de bewoners destijds hadden, zijn interessant. Kuiper: ‘In het westen van het land hadden de buitenplaatsen ook een handelswaarde. Ze werden bijvoorbeeld heel vaak verkocht. In het oosten van het land bleven op landgoederen gelegen buitenplaatsen juist vooral binnen de familie. Het huis en de omringende landerijen en bossen werden daar van generatie op generatie doorgegeven.’

Verankeren historisch erfgoed

Sinds de jaren zeventig is de aandacht voor buitenplaatsen sterk toegenomen. Bijna 600 buitenplaatsen zijn inmiddels erkend als rijksmonument. Ze worden gezien als onderdeel van ons cultuurlandschap. ‘Toch mis ik in de studie van al die individuele huizen en tuinen wel een beetje het overzicht en de ruimere perspectieven’, zegt Kuiper, die de volle breedte van de buitenplaatscultuur over het voetlicht wil brengen. Van de bewonersgeschiedenis tot en met de materiële cultuur en de verbinding van buitenplaatsen met landgoederen en landschapsgeschiedenis. Kuiper: ‘Niet alleen het verleden zal op onze warme aandacht kunnen rekenen, maar ook actuele zaken als publieke debatten over verankering van historisch erfgoed in ruimtelijke visies.’

Curriculum vitae

Prof.dr. Yme B. Kuiper (1949) combineert zijn nieuwe functie met zijn huidige functie van bijzonder hoogleraar Historische Antropologie en Antropologie van de Religie (namens Groninger Universiteitsfonds) aan de Faculteit der Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft ruime ervaring in onderzoek en onderwijs op het terrein van de interdisciplinaire geschiedschrijving van de Nederlandse en Europese aristocratie. Tevens publiceerde Kuiper over het terrein van zijn nieuwe leerstoel, zoals zijn proefschrift Adel in Friesland 1780-1880 (1993) en Beelden van de buitenplaats (2005), dat hij uitgaf samen met Rob van der Laarse.

Zie ook het eerdere persbericht (juni 2012): Prof.dr. Yme Kuiper benoemd tot bijzonder hoogleraar Historische buitenplaatsen en landgoederen

Laatst gewijzigd:10 januari 2018 15:00
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws