Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Meer grutto's bij intensief weidevogelbeheer

07 september 2011

Wanneer weilanden vogelvriendelijk worden beheerd, komt dat de grutto meetbaar ten goede. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen op basis van vier jaar veldstudie in Zuidwest Friesland. Een ei dat is gelegd op boerenland met een hogere grondwaterstand, meer verschillende kruiden tussen het gras en een latere maaidatum heeft maar liefst 17 keer meer kans om in het volgend voorjaar een volwassen broedvogel op te leveren dan een ei dat is gelegd op gangbaar beheerd, dat wil zeggen intensief gebruikt, hoogproductief boerenland.   

 

De onderzoekers van de afdeling Dierecologie van de Rijksuniversiteit Groningen volgden tussen 2007 en 2010 in totaal 850 paar grutto’s op 8.471 ha boerenland in Zuidwest Friesland. Daarvan werd 20% weidevogelvriendelijke beheerd door particuliere boeren en door de natuurbeschermeningsorganisaties It Fryske Gea en Staatsbosbeheer. Het onderzoek werd uitgevoerd door grutto’s van kleurringen te voorzien. Daardoor werden ze op afstand individueel herkenbaar, en kon dus de overleving van kuikens en volwassen vogels van jaar tot jaar worden gevolgd. 

Ecologische put

Op de 20% weidevogelvriendelijk beheerd land broedde 60% van de onderzochte grutto’s. Het speciaal beheerde weidevogelland bleek in die periode een bron van nieuwe grutto’s. Het gangbare weiland daarentegen was een ecologische ‘put’, wat betekent dat er per saldo meer grutto’s doodgingen dan erbij kwamen. Het grote verschil tussen de beide typen grasland zat hem vooral in de overleving van de eieren en de kuikens. Van de eieren op weidevogelvriendelijk beheerde gebieden kwam 54% uit, tegen slechts 32% van de eieren op gangbaar boerenland.

Succes kuikens

Een kuiken dat op weidevogelvriendelijk land uit het ei kroop, had vervolgens een tien keer zo grote kans om het volgend jaar als broedvogel terug te keren. Opgeteld leverde een ei op weidevogelvriendelijk beheerd land het volgend jaar dus 17 keer meer succes. De overleving van de volwassen vogels verschilde niet tussen de twee onderzochte typen land.

Verplaatsingen

Het lijkt er op dat de grutto’s deze betere kansen zelf ook inzien. De vogels zijn normaal gesproken erg trouw aan hun broedplaats. De meeste nesten liggen niet verder dan 300 meter van de plek van het jaar daarvoor. Maar als er wel verplaatsingen waren, dan was dit, ondanks het grote verschil in beschikbaar oppervlak, vaker van gangbaar boerenland naar weidevogelvriendelijk beheerd gebied (23% van alle broedvogels) dan andersom (4% van alle broedvogels).

Afname stoppen

Landelijk gaat het nog steeds erg slecht met de gruttopopulatie. Jaarlijks neemt het aantal vogels met meer dan 5% af. Om die afname te stoppen kan het beste worden geïnvesteerd in de periode van de nest- en kuikenoverleving. Eenmaal volwassen vogels lijken zich nog goed te kunnen redden. 

Doeltreffend beheer

Weidevogels hebben toekomst in Nederland maar alleen in grote gebieden met doeltreffend weidevogelbeheer: hoge grondwaterstand, zodat de vogels in de zachte bodem naar wormen kunnen peuren en de vegetatie meer structuur krijgt, kruidenrijke vegetatie waar voldoende grote insecten voor kuikens te vinden zijn en waar voldoende dekking is, en pas laat in juni maaien, zodat de eieren en jongen niet in de maaimachines sneuvelen. Alleen dan worden genoeg grutto’s geproduceerd om de sterfte te compenseren.

Meer informatie

- Het onderzoek werd uitgevoerd door de afdeling Dierecologie van het Centrum voor Ecologische en Evolutionaire Studies van de Rijksuniversiteit Groningen, en voor een belangrijk deel gefinancierd door de Kenniskring Weidevogels van het toenmalige Ministerie van LNV.
- Meer informatie: Jos Hooijmeijer, RUG, tel. 050 - 363 77 27; Roos Kentie, RUG, tel. 0222-369 300; Theunis Piersma, RUG, tel. 0222-369 300 / 050-363 2043

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:30
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws