Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Religion, minority status and reproductive behavior among Muslims and Hindus in India and Bangladesh

16 december 2010

Promotie: mw. D. Sahu, 11.00 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Religion, minority status and reproductive behavior among Muslims and Hindus in India and Bangladesh

Promotor(s): prof.dr. I. Hutter, prof.dr. L.J.G. van Wissen

Faculteit: Ruimtelijke Wetenschappen

 

Geboortecijfers vergeleken van hindoes en moslims in Bangladesh en India

Zowel op wetenschappelijk als politiek niveau is er veel aandacht voor de hoge geboortecijfers bij moslims. Dit zou het gevolg kunnen zijn van een interpretatie van islamitische principes, bijvoorbeeld tegen abortus en voorbehoedsmiddelen, waaronder sterilisatie. Het is echter de vraag of de natuurlijke groei van het aantal moslims het gevolg is van de religie of van andere omstandigheden. Er zijn namelijk veel landen, ook met een islamitische meerderheid, waar het geboortecijfer bij moslims niet hoog is.

Promovenda Biswamitra Sahu onderzocht de situatie in Bangladesh en India. De twee Zuid-Aziatische buurlanden ‘spiegelen’ elkaar in de bevolkingssamenstelling van hindoes en moslims. India heeft een hindoemeerderheid (80,5%) en een moslimminderheid (13,4%); omgekeerd heeft Bangladesh een moslimmeerderheid (87,8%) en een hindoeminderheid (9,3%). Deze unieke situatie in beide landen biedt een uitstekende gelegenheid om zowel de rol van religie als de minderheidsstatus te onderzoeken in de geboortecijfers van beide religieuze groepen.

De moslims in India hebben een hoger geboortecijfer dan de hindoes. De zogenoemde CFS (Completed Family Size) in India is bij moslims 5,3 kinderen en bij hindoes 3,9 kinderen. In Bangladesh is de CFS bij moslims 4,7 kinderen, bij hindoes 4,2 kinderen (cijfers uit 2007). Het islamitische aandeel van de totale bevolking stijgt dus in beide landen.

In India is het onderwerp sterk gepolitiseerd: soms wordt gezegd dat moslims de meerderheid zullen gaan vormen. Het onderzoek van Sahu toont echter aan dat generalisaties over de zogeheten ‘pronataliteit’ van moslims vaak overdreven zijn. Religie speelt zeker een belangrijke rol in het aantal kinderen van gelovigen. De invloed en kracht van religie is echter vaak contextueel bepaald. Het kindertal hangt samen met bijvoorbeeld de status als minderheid of meerderheid of de sociaal-economische status. Mensen blijken in staat, los van religie, hun reproductie vorm te geven. Ze doen dit met het belang van hun gezin voor ogen: men kiest niet voor de kwantiteit, maar voor de kwaliteit, waarbij opleiding en levensstandaard van de kinderen belangrijk zijn.

Baswamitra Sahu (India, 1980) studeerde sociologie aan de Universiteit van Hyderabad en werd tevens opgeleid aan het International Institute for Population Sciences (IIPA) te Mumbai, beide in India. Ze verrichtte haar promotieonderzoek aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de RUG. Het project werd gefinancierd door de NWO-afdeling WOTRO Science for Global Development.

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:40

Meer nieuws