Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Onne Janssen benoemd tot hoogleraar Organizational Behavior in Business and Economics

23 november 2010
Onne Janssen
Onne Janssen

Onne Janssen is bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde benoemd tot hoogleraar Organizational Behavior in Business and Economics. Vanuit de vakgroep HRM&OB doet hij onderzoek naar leiderschap, motivatie en prestatie, vooral met betrekking tot creatief en innovatief werkgedrag. Vragen waar Janssen in zijn onderzoek antwoorden op zoekt zijn bijvoorbeeld: welke factoren in de persoon en in de werkcontext motiveren medewerkers tot creatief werkgedrag? En als medewerkers creatieve ideeën naar voren brengen, hoe wordt daar dan op gereageerd door leidinggevenden en collega’s?

 

Innoveren door creativiteit

Om te kunnen overleven en floreren moeten bedrijven continu innoveren waarvoor een continue stroom aan nieuwe en bruikbare ideeën onontbeerlijk is. "Innovatie drijft op creativiteit. Zonder creatieve ideeën valt de innovatiemotor stil", aldus Janssen. "Creatief werkgedrag in de organisatiecontext is te definiëren als het genereren van ideeën gericht op verbetering of vernieuwing van producten, diensten, werkprocessen of werkstructuren. Creativiteit ligt dus niet alleen ten grondslag aan de vernieuwing van producten, maar ook aan een slimme inrichting van de werkorganisatie, aan nieuwe manieren van leidinggeven en samenwerking, of aan slimme kostenbesparingen. Creatief goud is overal in de organisatie te delven, mits creatief werkgedrag van medewerkers als iets gewoons en vanzelfsprekends in de dagelijkse werkpraktijk wordt ingebakken."

 

Een kwestie van talent of motivatie?

Is creativiteit een kwestie van talent of is het aan te leren en te stimuleren? Uit onderzoek blijkt dat tenminste drie psychologische elementen cruciaal zijn voor creativiteit: (a) expertise in de vorm van diepe en brede vakkennis, (b) motivatie gericht op ontwikkeling en vernieuwing, en (c) denkvaardigheden om problemen vanuit verschillende perspectieven te kunnen definiëren en om hiervoor veel nieuwe oplossingen (flexibel denken) en moeilijk bereikbare oplossingen (persistent doordenken) te kunnen vinden.


"In mijn onderzoek probeer ik te ontdekken hoe deze voor creativiteit cruciale psychologische processen worden beïnvloed (gestimuleerd of gefrusteerd) door specifieke factoren in de werkcontext en in de persoon. Onderzoek laat steevast zien dat niet louter persoonskenmerken (persoonlijkheid, behoeften, talent) maar ook allerlei factoren in de werkomgeving een belangrijke rol spelen in de motivering van creatief werkgedrag van medewerkers, bijvoorbeeld door de aard en organisatie van het werk, door het stellen van creativiteitsdoelen, door een op creativiteit gerichte stijl van leidinggeven, en door een creativiteitsbevorderend klimaat in het werkteam en in de bredere organisatie.

Het onderzoek naar creativiteit in organisaties is nog relatief jong. Aanvankelijk werd wel geopperd dat creativiteit vooral een kwestie zou zijn van talent, inspiratie of genialiteit, dus als iets wat nauwelijks tastbaar of grijpbaar is. Het aardige is nu dat gaandeweg uit onderzoek blijkt dat heel gewone organisatiepsychologische processen als expertise, motivatie, en denken ten grondslag liggen aan creativiteit en dat deze processen wel degelijk gericht kunnen worden beïnvloed en geactiveerd."

 

De rol van de leidinggevende

Volgens Janssen spelen leidinggevenden vaak een cruciale rol in de creativiteit van medewerkers. Leidinggeven is in essentie beïnvloeding van de motivatie en het werkgedrag van medewerkers teneinde specifieke prestaties te bereiken. Veel leidinggevenden richten hun leiderschap eenzijdig op exploitatie van wat reeds bestaat in het hier en nu. Zij specificeren prestatietargets voor medewerkers ('target management'), controleren of de targets wel worden gehaald ('monitoring'), en grijpen in bij afwijkingen ('management by exception'). Onderzoek toont echter keer op keer aan dat een dergelijke eenzijdig op exploitatie en controle gerichte leiderschapstijl funest is voor de creativiteit van medewerkers.

Uiteraard impliceert leiderschap targets stellen, monitoren en bijsturen. Maar sommige leiders weten dit op exploitatie gericht leiderschap succesvol te combineren met leiderschapsgedrag dat medewerkers ook aanzet en de ruimte geeft tot exploratie. Dergelijke leiders weten met inspirerende en op vernieuwing gerichte doelen medewerkers te stimuleren en te steunen om manieren te vinden waarmee zij hun werk beter, slimmer en effectiever kunnen uitvoeren. Medewerkers blijken onder dergelijke op ontwikkeling gerichte leiders veel vaker creatieve ideeën aan te dragen voor de oplossing van werkproblemen en benutting van kansen.

 

Curriculum vitae

Onne Janssen studeerde psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde in 1994 op het proefschrift ’Hoe interdependentie motiveert tot conflictgedrag’. Van 1994-2004 was hij universitair docent organisatiepsychologie bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. In 2004 maakte hij de overstap naar de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, waar hij werd aangesteld als universitair hoofddocent en in 2007 werd benoemd tot adjunct-hoogleraar.

Laatst gewijzigd:31 januari 2018 11:54

Meer nieuws