Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Veel patiënten met hoofd-halskanker zijn ondervoed

02 september 2010

Bijna twintig procent van de hoofd-halskankerpatiënten is ondervoed in de periode voorafgaand aan de behandeling. Tijdens de behandeling neemt het aantal gevallen van ondervoeding nog eens fors toe. Hoofd-halskankerpatiënten verliezen circa vijf procent van hun lichaamsgewicht tijdens de behandeling, waarvan tweederde verlies van vetvrije massa is. Dit blijkt uit onderzoek van diëtiste Harriët Jager-Wittenaar van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij promoveert 8 september 2010 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Ondervoeding is een veelvoorkomend probleem bij hoofd-halskankerpatiënten. Meerdere factoren kunnen deze ondervoeding bij hen veroorzaken. Klachten in de mond of keel, veroorzaakt door de plaats van de tumor of de behandeling, bemoeilijken het eten en drinken waardoor de energie- en eiwitinname onvoldoende kan zijn. Daarnaast kan ook ontstekingactiviteit, veroorzaakt door de ziekte zelf of door de behandeling, ondervoeding veroorzaken. Het doel van het onderzoek van Jager was te bepalen hoe vaak ondervoeding bij patiënten met hoofd-halskanker voorkomt in de verschillende fasen in het diagnose-behandeltraject. Ook wilde zij nagaan wat de belangrijkste risicofactoren voor ondervoeding in die fasen zijn.

Verlies van spiermassa

Het blijkt dat slikklachten een belangrijke oorzaak is voor ondervoeding in zowel de periode voor als na de behandeling. Een verminderde eetlust, verlies van smaak en weerzin om te eten zijn eveneens oorzaken van ondervoeding in de periode voorafgaand aan de behandeling. Verder blijkt uit Jagers onderzoek dat gewichtsverlies tijdens de behandeling grotendeels wordt gekenmerkt door verlies van vetvrije massa (spieren), dat vervolgens tot een verminderd fysiek functioneren leidt. Ook toont Jager aan dat hoofd-halskankerpatiënten moeite hebben om de verloren vetvrije massa in de periode na de behandeling terug te krijgen. In de eerste vier maanden lukt dat helemaal niet.

Tijdig doorverwijzen

Jager laat zien dat verlies van gewicht en vetvrije massa ondanks dieetbehandeling niet altijd is te voorkomen. Waarschijnlijk dragen ook ziekte- en behandelinggerelateerde ontstekingsactiviteit en verminderde lichamelijke activiteit bij aan het verlies van de vetvrije massa. Jager geeft het belang aan om ondervoeding zoveel mogelijk te voorkómen. Daarbij pleit ze er voor dat patiënten, hun naasten en medewerkers in de zorg risicofactoren voor ondervoeding tijdig herkennen en geeft zij de noodzaak aan om de patiënt tijdig te verwijzen naar de diëtist.

Curriculum Vitae

Harriët Jager-Wittenaar (Hoogezand-Sappemeer, 1974) studeerde Voeding en Diëtetiek. Zij verrichtte haar onderzoek bij de afdeling Kaakchirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. De titel van haar proefschrift is: ‘Pre- and post-treatment malnutrition in head and neck cancer patients’. Ze promoveert bij prof.dr. J.L.N. Roodenburg, prof.dr. P.U. Dijkstra en prof.dr. A. Vissink.

Noot voor de pers

Contact: via de persvoorlichters van het UMCG, tel. 050-361 2200, e-mail: voorlichting@bvl.umcg.nl

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:29
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws