Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: studentenTekstsoorten

Logboek

Omschrijving van het genre

Doelgroep

Jezelf, mede-onderzoekers en begeleiders binnen het instituut waar het onderzoek plaatsvindt.

Tekstdoel

Handelingen, metingen, observaties en (tussentijdse) resultaten van een experiment of observatie vastleggen, ten behoeve van:

  • eigen controle (aan de hand waarvan je de proef kunt bijstellen)
  • beoordeling door je begeleider(s)
  • eventueel: octrooi- of vergunningaanvraag (in dat geval heeft je logboek een juridische status)

Je kunt het logboek gedurende je studie voor de practica blijven gebruiken. Ook voor later is het handig als je nog eens wilt opzoeken hoe je indertijd een bepaalde proef hebt uitgevoerd. In sommige beroepen blijft een logboek onmisbaar.

Bronnen

Je eigen handelingen bij (veld)onderzoek en/of een laboratoriumexperiment en de uitkomsten daarvan (in de natuurwetenschappelijke disciplines).


Globale structuur

Er zijn vele soorten logboeken. Bedrijven hebben vaak een speciaal voorgedrukte versie. Meestal is een logboek een schrift met een harde kaft, A4-formaat, met minstens 80 pagina's. Elke pagina wordt genummerd. Hieronder een voorbeeldstructuur (type laboratoriumonderzoek) van een mogelijk logboek:

Onderdeel Inhoud
Eerste bladzijde
Naam, adres, telefoonnummer, werkplek/opleiding (zodat de eigenaar bij verlies te traceren is).
Inhoudsopgave

Reserveer hiervoor bladzijde 2 en 3. Deel deze zo in dat je het paginanummer, de datum en een korte omschrijving van een experiment kunt opnemen. Reserveer ook ruimte waar de practicumassistent een paraaf kan zetten
Aantekeningen





















Noteer bij iedere aantekening:
  • datum
  • titel van het experiment
  • literatuur waarin het experiment beschreven wordt
  • korte beschrijving van het doel en de aanpak van het experiment
  • belangrijke literatuur, adressen van websites e.d.
  • uitwerkingen van interviews


Noteer daarna je waarnemingen. Noteer in ieder geval:

  • omstandigheden: temperatuur, tijd, licht, plaats
  • hoeveelheden gebruikte stoffen/chemicaliën
  • gegevens over de gebruikte stoffen: naam, merk, artikelnummer, zuiverheid, formule
  • veiligheids- en giftigheidsgegevens van gebruikte stoffen (en ook: of bijzondere veiligheidsmaatregelen genomen moeten worden bij gebruik van de stoffen
  • gebruikte glaswerk en apparatuur (evt. tekening van de opstelling)
  • alle handelingen die je verricht hebt tijdens het experiment
  • waarnemingen (het kookt, wordt geel, troebel, helder etc.)
  • meetgegevens (bijv. de pH, temperatuur, etc.)
  • aan het eind van het experiment: resultaatgegevens, smeltpunt, kleur, opbrengst spectra.
  • andere mogelijk relevante omstandigheden en waarnemingen
Conclusies en discussie Noteer de conclusies die je uit het experiment kunt trekken en maak opmerkingen over wat er eventueel fout is gegaan, wat anders zou kunnen, en doe suggesties voor vervolgexperimenten.

Stijl

De stijl die je kiest of eigen maakt, hangt af van je doel en je publiek. Zie Stijl voor onze tips over opening en aflsuiting van je tekst, signaalwoorden die je kunt gebruiken en welke stijlmiddelen je juist moet vermijden.


Bronnen

  • Practicummap Scheikunde. Groningen: Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, Opleiding Scheikunde, RuG.

© 2002 | RuG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Laatst gewijzigd:15 september 2017 21:01