Reconciling epistemic and identity diversity

Gebruikmaken van diversiteit om problemen op te lossen
Diverse groepen beschikken over een breed scala van inzichten en perspectieven. Dat kan de kwaliteit van de beslissingen die zij samen nemen verbeteren. Tegelijkertijd kunnen verschillen in sociale, culturele of professionele achtergronden ook leiden tot wrijving en misverstanden, waardoor het voor groepen moeilijk wordt hun potentieel te realiseren. Jonas Stein onderzocht hoe groepen de uitdagingen die gepaard gaan met diversiteit kunnen verminderen, maar ook de voordelen daarvan benutten.
Groepsdiversiteit wordt in de wetenschap vaak beschreven als een ‘tweesnijdend zwaard’ voor collectieve beslissingen. Aan de ene kant kan ‘epistemische diversiteit’ – oftewel verschillen in perspectieven, vaardigheden en kennis –de nauwkeurigheid, creativiteit en effectiviteit van groepsbesluiten verbeteren. Aan de andere kant gaan epistemische verschillen tussen groepsleden vaak gepaard met identiteitsverschillen. Verschillende achtergronden – cultureel, ideologisch, of professioneel – kunnen het lastig maken om het wederzijdse vertrouwen en de open communicatie op te bouwen die nodig zijn om diversiteit effectief te benutten. Diversiteit binnen groepen biedt dus potentieel, maar dat potentieel wordt niet automatisch benut.
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat diversiteit niet per definitie een tweesnijdend zwaard vormt, waarbij verschillende identiteiten de benutting van waardevol epistemisch potentieel noodzakelijkerwijs belemmeren. Verschillen in identiteit gebaseerd op cognitieve stijl kunnen leiden tot verwachtingen van nieuwheid en daarmee het leren van andersdenkenden bevorderen. Verschillende professionele identiteiten kunnen constructieve meningsverschillen creëren, wat op de lange termijn tot betere besluiten leidt. Daarentegen kunnen ideologische verschillen tussen gesegregeerde en gepolariseerde kampen juist contraproductief zijn en de kwaliteit van besluiten ondermijnen. Tot slot kunnen identiteitsverschillen ook van invloed zijn op de manier waarop argumenten en keuzemogelijkheden worden beoordeeld, wat het bereiken van consensus in een groep bemoeilijkt.

