Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Ruimtelijke Wetenschappen

Bewoners blijven zich inzetten voor hun dorp, maar traditionele solidariteit staat onder druk

07 maart 2018

Het klassieke beeld van een gesloten en hechte dorpssamenleving klopt niet meer. Als gevolg van lossere sociale banden zijn traditionele vormen van solidariteit minder vanzelfsprekend geworden. Dat concludeert Joost Gieling. Hij onderzocht hoe bewoners met hun dorp verbonden zijn en hoe die binding samenhangt met de bereidheid om actief te worden in het dorp. Gieling gebruikte een landelijke en representatieve database waardoor de conclusies van toepassing zijn voor het gehele Nederlandse platteland. Hij promoveert op 12 maart aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dorpssamenleving
Dorpssamenleving

De meeste dorpsbewoners zijn in meer of mindere mate actief binnen het lokale verenigingsleven, concludeert Gieling. De sociale banden in dorpen worden echter steeds losser. Dorpeling beschouwen inzet voor hun dorp daardoor niet langer als ongeschreven regel. Mantelzorg en andere vormen van burenhulp voor hulpbehoevende dorpelingen staan onder druk, vooral bij bewoners met weinig sociale binding in het dorp. Volgens Gieling is het daarom belangrijk dat lokale overheden proberen een dialoog in stand te houden tussen verschillende groepen dorpsbewoners, om zo de leefbaarheid voor alle bewoners te bevorderen.

Overheden moeten zich daarbij blijven inzetten om de levenskwaliteit van kwetsbare groepen te garanderen. Oudere dorpsbewoners worden gestimuleerd om tot op hoge leeftijd in de eigen leefomgeving te blijven wonen. Dat betekent dat zij steeds afhankelijker worden van hun directe leefomgeving voor hulp en mantelzorg, ook al omdat steeds meer ouderen in de periferie zich moeten redden zonder hun kinderen in de buurt. De leefomgeving moet zodanig worden ingericht dat oudere mensen, die vaak weinig mobiel zijn, op een waardige manier oud kunnen worden in een vertrouwde leefomgeving, vindt Gieling.

Zolang de onderlinge sociale contacten goed zijn, kan een dorp zich goed redden binnen de ‘participatiesamenleving’, concludeert hij. Wanneer de onderlinge sociale cohesie echter afwezig is, ontstaan er naar verwachting weinig initiatieven om bijvoorbeeld een zorg- of een breedbandcoöperatie op te zetten. Het verschuiven van taken van de overheid naar lokale gemeenschappen zal daarom lang niet overal het gewenste effect hebben. Daar komt nog bij dat een deel van de dorpsbewoners een bewuste keuze heeft gemaakt zich niet te bemoeien met het sociale leven. Actieve dorpelingen kunnen daardoor een grote stempel drukken. Tegelijkertijd schuilt in het selectieve karakter van dorpsbinding ook het gevaar dat zij teleurgesteld raken vanwege het gevoel dat alle lasten op hun schouders komen te liggen.

De heersende gedachte dat voorzieningen een belangrijke bijdrage leveren aan de sociale cohesie in een dorp klopt niet, concludeert Gieling. Hoewel het verlies van een voorziening vaak door veel dorpsbewoners wordt betreurd, moet het feitelijke en sociale belang hiervan in een dorp niet worden overschat. Dat geldt vooral in gebieden waar alternatieve voorzieningen op korte rijafstand aanwezig zijn.

Gieling verwacht dat het overgebleven voorzieningenaanbod in de nabije toekomst steeds beter zal aansluiten bij de behoeften van het dorp. Denk bijvoorbeeld aan bewoners die gezamenlijk een café of een supermarkt exploiteren. In dorpen met veel sociale cohesie en sociale binding zullen dat soort initiatieven eerder van de grond komen. Voorzieningen zullen daarom steeds meer een gevolg dan een oorzaak zijn van leefbaarheid.

Laatst gewijzigd:07 maart 2018 10:48
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws