Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsOnze organisatieWet- en regelgevingVertrouwelijkheid, klachten, bezwaar en beroep

Klachtenregeling Seksuele Intimidatie, Agressie, Geweld en Discriminatie RUG 2009

Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen,

gelet op het wettelijk kader:
hoofdstuk 9 Algemene Wet Bestuursrecht

alsmede gelet op:
artikel 1.12 CAO Nederlandse Universiteiten 2007-2010 (CAO NU)
Gedragscode (Seksuele) intimidatie, agressie, geweld en discriminatie RUG 2009

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

Seksuele intimidatie:

iedere ongewenste seksuele toenadering in de vorm van verzoeken
om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag
(waaronder het ongevraagd verzenden of bewust voor anderen
zichtbaar raadplegen van pornografische afbeeldingen of teksten, o.m. via internet).

Agressie en geweld:
het welbewust verbaal uiten of gebruiken van fysieke kracht of macht, dan wel het dreigen daarmee, gericht tegen een medewerker of student .
Discriminatie:

het in enigerlei vorm doen van uitspraken over, het verrichten van handelingen jegens of het nemen van beslissingen over personen die beledigend zijn voor die personen vanwege hun ras, godsdienst, geslacht, levensovertuiging en/of seksuele geaardheid, dan wel het maken van enig onderscheid op basis van deze factoren.

Pesten:

het systematisch, herhaaldelijk uitoefenen van psychische mishandeling door een persoon of een groep op een collega of medestudent.

(Klachten)commissie :
de door het College van Bestuur ingestelde, onafhankelijke en ter zake kundige Klachtencommissie (Seksuele) Intimidatie, Agressie, Geweld en Discriminatie (SIAGD).
Klager (m/v):
degene(n) die een schriftelijke klacht heeft ingediend bij het College van Bestuur.
Klachten kunnen worden ingediend:

door medewerkers van de RUG;
door personen die, hoewel niet aangesteld bij de RUG, werkzaamheden binnen de muur van de RUG verrichten, en
door personen die bij de RUG als student zijn ingeschreven.

Wederpartij :
degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft.

Artikel 2 Het indienen van de klacht

  1. Een ieder die zich slachtoffer voelt van ongewenst gedrag als seksuele intimidatie, agressie,
    geweld, pesten en discriminatie begaan door een personeelslid van de RUG of een bij de RUG
    ingeschreven student, kan hierover een klacht indienen bij het College van Bestuur.
  2. Indien meerdere personen zich slachtoffer voelen van seksuele intimidatie, agressie, geweld, pesten en discriminatie, gepleegd door dezelfde persoon of personen, kunnen zij gezamenlijk een klacht indienen bij het College van Bestuur.
  3. De klacht wordt schriftelijk ingediend bij het College van Bestuur, ter attentie van de secretaris van de Klachtencommissie Seksuele Intimidatie, Agressie, Geweld en Discriminatie, Antwoordnummer 172, 9700 VB Groningen .
  4. Het klaagschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
    a. de naam en het adres van de indiener;
    b. de dagtekening;
    c. een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht.  

Artikel 3 Vertrouwenspersoon

Het indienen van een klacht laat onverlet de mogelijkheid de ongewenste gedraging met de Vertrouwenspersoon van de RUG te bespreken.

Artikel 4 Ontvangstbevestiging

Het College van Bestuur bevestigt de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk.

Artikel 5 Klachtencommissie

  1. De behandeling van de klacht geschiedt door de Klachtencommissie Seksuele Intimidatie, Agressie Geweld en Discriminatie.
  2. De commissie vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
  3. De commissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden. Een lid en een plaatsvervangend lid maken geen deel uit van de universitaire gemeenschap. Een lid en een plaatsvervangend lid worden benoemd op gezamenlijke voordracht van de Universiteitsraad (UR) en het Lokaal Overleg (LO).
  4. De leden van de commissie worden door het College van Bestuur voor een periode van vier jaar benoemd.
  5. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden in functie benoemd.
  6. Aan de commissie wordt een ambtelijk secretaris toegevoegd.  

Artikel 6 Wraking en verschoning

  1. Op verzoek van een partij kan elk van de commissieleden worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de vooringenomenheid van de commissie wordt beïnvloed.
  2. Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
  3. Op het verzoek om wraking wordt zo spoedig mogelijk door de commissie beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan partijen medegedeeld.
  4. In geval van misbruik kan de commissie bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.
  5. Op grond van feiten en omstandigheden die zijn vooringenomenheid beïnvloeden kan een lid van de commissie verzoeken zich te mogen verschonen.
  6. Op het verzoek om verschoning wordt zo spoedig mogelijk door de commissie beslist.
  7. Bij wraking of verschoning van een lid van de commissie treedt het plaatsvervangende lid voor deze in de plaats.  

Artikel 7 Niet behandeling

  1. Het College van Bestuur is niet verplicht de klacht te behandelen indien zij betrekking heeft op een gedraging:
    a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van de artikelen 4 en
      volgende is behandeld;
    b. die langer dan achttien maanden voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;
    c. waartegen door de klager bezwaar is gemaakt of had kunnen worden;
    d. waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld;
    e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie
      dan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest of,
    f. zolang terzake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een
      vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of
      vervolging
       van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de
      officier van justitie of een vervolging gaande is.
  2. Het College van Bestuur is niet verplicht de klacht te behandelen indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.
  3. Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis gesteld.  

Artikel 8 Samenloop met bezwaar

Indien een medewerker tegen een ongewenste gedraging zowel een schriftelijke klacht indient als een bezwaarschrift dan kan de klacht in dezelfde procedure worden behandeld als het bezwaar.

Artikel 9 Het onderzoek

  1. De commissie begint zo spoedig mogelijk na ontvangst van het klaagschrift met het onderzoek naar het ongewenste gedrag waarop de klacht betrekking heeft.
  2. Aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, wordt een afschrift van het klaagschrift alsmede van de daarbij meegezonden stukken toegezonden.
  3. Het College van Bestuur stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord.
  4. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is, dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
  5. Van het horen wordt een verslag gemaakt.
  6. Indien gewenst kan de commissie tussentijds aan het College van Bestuur adviseren. De commissie kan tevens een poging tot bemiddeling (doen) ondernemen.
  7. De voorzitter van de commissie ziet er op toe dat, indien geen tussentijds advies wordt uitgebracht of een bemiddelingspoging wordt ondernomen, het onderzoek wordt afgerond binnen dertig dagen na indiening van het klaagschrift. In geval een tussentijds advies wordt uitgebracht of indien een bemiddelingspoging wordt ondernomen, wordt het onderzoek zo spoedig mogelijk hierna afgerond.  

Artikel 10 Vertrouwelijkheid en geheimhouding

  1. Alle met de klacht verband houdende stukken zijn strikt vertrouwelijk.
  2. De leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht.
  3. De zittingen van de commissie zijn besloten.
  4. De commissie kan personen oproepen die haar inlichtingen kunnen verstrekken, al dan niet op verzoek van de klager c.q. de wederpartij. Deze personen zijn gehouden tot geheimhouding over hetgeen hen op de zitting ter ore is gekomen.
  5. De commissie is bevoegd tot het raadplegen van deskundigen indien zij dit nodig acht voor het onderzoek. Deze deskundigen zijn ter zake gehouden tot geheimhouding.
  6. De commissie is tevens bevoegd anderszins binnen de RUG inlichtingen in te winnen en stukken op te vragen waarvan zij in verband met het uit te brengen advies kennis wenst te nemen.

Artikel 11 Bijstand klager en wederpartij

  1. De klager en de wederpartij kunnen zich tijdens de klachtprocedure laten bijstaan door een zelfgekozen begeleider, daaronder begrepen de Vertrouwenspersoon.
  2. Het indienen van een klacht of het begeleiden van een klager of wederpartij mag op geen enkele wijze de eigen positie binnen de organisatie schaden.
  3. De klager kan op ieder moment van de procedure de commissie verzoeken de procedure te beëindigen. De commissie brengt daaromtrent een advies uit aan het College van Bestuur dat hierover een beslissing neemt na afweging van de belangen van alle betrokkenen.  

Artikel 12 Het advies van de commissie

  1. Nadat het onderzoek van de commissie is afgerond, stelt zij haar advies vast.
  2. De commissie zendt het rapport van bevindingen, vergezeld van het advies en eventuele aanbevelingen binnen tien dagen na afronding van het onderzoek naar het College van Bestuur.
  3. De commissie zendt het advies tevens aan de klager en de wederpartij.  

Artikel 13 Behandeling van het advies door het College van Bestuur

  1. Het College van Bestuur stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
  2. Indien de conclusies van het College van Bestuur afwijken van het advies van de commissie, wordt in de conclusie de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met bovenvermelde kennisgeving.
  3. Indien vervolgens nog een klacht kan worden ingediend bij een persoon of college aangewezen om klachten over het College van Bestuur te behandelen, wordt daarvan bij de kennisgeving melding gemaakt.  

Artikel 14 Registratie

Het College van Bestuur draagt zorg voor registratie van de bij hem ingediende schriftelijke klachten.

Artikel 15 Slotbepaling

  1. Deze regeling kan worden aangehaald als Klachtenregeling Seksuele Intimidatie, Agressie,
    Geweld en Discriminatie RUG 2009.
  2. Met de inwerkingtreding van deze regeling vervalt de Regeling (Seksuele) Intimidatie, Agressie, Geweld en Discriminatie RUG die door het College van Bestuur is vastgesteld op 24 juli 2001.
  3. Deze regeling treedt in werking op 1 februari 2009.

Aldus, na instemming door het Lokaal Overleg en de studentengeleding van de Universiteitsraad vastgesteld door het College van Bestuur der Rijksuniversiteit Groningen op 20 januari 2009

Laatst gewijzigd:03 juli 2015 10:05
printView this page in: English