Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaEvenementen en open dagenPromoties

Promotie dhr. M.C. Cautun: The cosmic web and the local universe

Wanneer:ma 24-02-2014 om 14:30
Waar:Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Promotie: dhr. M.C. Cautun

Proefschrift: The cosmic web and the local universe

Promotor(s): prof.dr. M.A.M. van de Weijgaert, prof.dr. B.J.T. Jones

Faculteit: Wiskunde en Natuurwetenschappen

Betere methoden om het Kosmische Web te karakteriseren

Marius Cautun verrichte onderzoek naar kenmerken en tijdsevolutie van de materieverdeling in de Kosmos, beter bekend als het Kosmische Web. Het Kosmische Web bestaat uit afzonderlijke componenten (clusters, filamenten, wanden en leegtes), de lengtemaat die bij beschrijvingen van het Kosmische Web wordt gehanteerd is de Megaparsec (1 Mps is ongeveer gelijk is 3x1022 m). In zijn proefschrift introduceert Cautun verbeterde methoden voor de detectie en karakterisering van Kosmische Web componenten. Dit effent de weg naar een beter begrip en analyse van de grootschalige structuur van de Kosmos.

Voor het onderzoek gebruikte Cautun de NEXUS-suite van morfologische methoden. Vergeleken met voorgaande methoden geven de technieken daaruit een succesvollere en natuurlijkere detectie van morfologische omgevingen, wat vooral is te danken aan de aanpak die werkt op meerdere schalen en zonder verdere parameter input.

Bij hoge roodverschuivingen wordt het Kosmische Web gedomineerd door dunne en korte filamenten en wanden, die fuseren tijdens de opeenvolgende evolutie, en daarbij in de tegenwoordige tijd leiden tot een paar lange en massieve structuren. De meest massieve wolken bevinden zich in clusters en dikke filamenten, terwijl de overige componenten zijn bevolkt door objecten met lagere massa's. Dit betekent dat deze laatstgenoemde structuren moeilijk zijn te detecteren in roodverschuivingscatalogi, gezien de ijlheid van hun sterrenstelselpopulaties.

In het tweede deel onderzocht Cautun de mate waarin de grote schaal omgeving de satellietpopulatie van ons eigen melkwegstelsel kan beïnvloeden. Wolken met Melkweg-massa's in de ijlste regio's of in wand-omgevingen hebben gemiddeld beduidend minder substructuren. Dit effect speelt geen belangrijke rol voor onze Melkweg, aangezien ons meest nabije buurstelsel, het Andromeda sterrenstelsel, ervoor zorgt dat de Melkweg zich niet in zo'n omgeving bevindt. De satellietpopulatie van ons melkwegstelsel is atypisch; ten hoogste één procent van de LCDM wolken heeft een substructuurpopulatie die lijkt op die van de Melkweg.

Het onderzoek van Marius Cautun werd uitgevoerd bij het Kapteyn Instituut voor Sterrenkunde van de RUG. Hij gaat door in het onderzoek als postdoc aan Durham University, UK.