‘Uijtmalen ende tot goet landt maecken’

Het Friese veengebied als voorbeeld van de ontwikkeling van de moderne landbouw
De moderne landbouw, zoals die zich vanaf 1850 ontwikkelde, had al een institutioneel fundament. Stoomtechniek, elektrotechniek en kunstmest waren vooral middelen die de ontwikkeling ondersteunden en versterkten. Deze en andere technische innovaties konden echter voortbouwen op ideeën en politieke voorwaarden die in de eeuwen daarvoor waren ontstaan. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Mark Raat. In het verlengde daarvan constateert Raat dat waterpeilverhoging in veenweidegebieden een culturele breuk met het verleden is. Vernatting van het veen is een maatregel om schade aan milieu, gebouwen en infrastructuur te beperken, maar achter de huidige discussie over deze maatregel gaat ook een historische en culturele dimensie schuil.
Boeren, overheden en wetenschappers werkten vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw steeds nauwer samen. Zij vormden het traditionele boerenbedrijf om tot een moderne landbouw. Tussen 1600 en 1875 creëerden de Staten van Friesland de institutionele voorwaarden voor de moderne landbouw en het daarop ingerichte cultuurlandschap. Binnen hun landschapspolitiek kwamen vier kerninstituties tot stand: de formalisering van een algemeen belang, een publiek debat, een systematisch beleidskader (regelgeving en beleid) en de overheid als aansturend gezag. Steeds moest men de landschappelijke gevolgen op korte en lange termijn afwegen en een balans vinden tussen botsende belangen. Cruciaal was de vraag in hoeverre overheidsgezag de autonomie van landeigenaren mocht beperken. Nu dergelijke dilemma’s opnieuw spelen, kunnen historische inzichten bijdragen aan discussies over de toekomst van het cultuurlandschap.
Voor zijn onderzoek nam Raat het Friese Veenweidegebied als casus. Weinig landschappen zijn zo vaak van gedaante veranderd als de Nederlandse veenweidegebieden. Mensen ontgonnen er veen, wonnen turf, maakten meren en veenplassen droog en legden polders aan. Raat noemt dit ‘de polderambitie’: een aanhoudend streven om de veenbodem droog te maken en te houden. Dat streven manifesteerde zich eeuwenlang in de manier waarop mensen het veen ontgonnen, gebruikten en inrichtten.
Het ontwateren van het veen leidde tot bodemdaling. Omdat het maaiveld tegenwoordig relatief snel zakt, zetten overheden tegenwoordig in op vernatting van het veen om milieu- en funderingsschade te beperken. Het Friese veenweidegebied staat dus een nieuwe transformatie te wachten. Waterpeilverhoging betekent echter een breuk met het eeuwenlange streven om de bodem droog te maken en te houden. Om breed maatschappelijke draagvlak te bereiken, moeten overheden, de agrarische sector, bewoners en deskundigen in Friesland eerst op zoek naar een gedeelde visie op het algemeen belang en een langetermijnperspectief, zo stelt Raat.