Romae non sic

Kerkdecors veertigurengebed en paastijd vergeleken
Hiske Lulofs beschrijft in haar proefschrift kerkdecors voor het veertigurengebed in Rome en voor de paastijd in Oostenrijk en Zuid-Duitsland beschreven. Deze zijn voor de eerste keer met elkaar vergeleken. Het gaat om decors die in Rome werden getoond tijdens carnaval om het volk naar de kerk te lokken en om decors die in Oostenrijk en Zuid-Duitsland werden (en soms nog steeds worden) opgebouwd voor het Heilig Graf in de passietijd.
Het veertigurengebed is een gebedsdienst in de Rooms Katholieke kerk waarbij de hostie veertig uur in een monstrans op het altaar te zien is. In de 17de eeuw ontstaan er in Rome hiervoor spectaculaire decors. De organisatoren dachten dat niemand ongevoelig kon blijven voor een dergelijke aankleding van de kerk tijdens de laatste en drukste dagen van carnaval. Elk jaar werd een nieuw decor voor het veertigurengebed gemaakt met een andere Bijbelse voorstelling
In Wenen was er geen traditie van decors tijdens carnaval zoals in Italië. Vandaar dat Paus Pius VI tijdens zijn bezoek aan Wenen in 1782 verklaarde: “Zo doen we dat in Rome niet” (Romae non sic). In Oostenrijk en Beieren was juist de Paastijd, de periode om de kerk met decors aan te kleden. Een flink aantal Heilig Grafdecors vanaf de tweede helft van de 18de eeuw zijn behouden gebleven. Het belang van efemere decors voor religieuze plechtigheden is in de 17de en 18de eeuw groot geweest in Rome en in Oostenrijk en Zuid-Duitsland. Van de Romeinse tijdelijke kunst zijn alleen nog maar beschrijvingen, prenten en ontwerpen overgeleverd. De Oostenrijkse decors werden jaarlijks opnieuw in de kerk opgesteld, sommige tot op de dag van vandaag.
Lulofs verrichtte haar onderzoek als buitenpromovendus via de Faculteit der Letteren.