From plasma to prognosis in B-cell lymphoma

Van plasma tot prognose bij B-cellymfoom
Lymfeklierkanker wordt hedendaags meestal vastgesteld met een weefselbiopt en tijdens de behandeling gevolgd met PET/CT-scans. Deze methoden zijn waardevol, maar kunnen kleine hoeveelheden achtergebleven ziekte missen of juist afwijkingen laten zien die geen kanker zijn. In dit proefschrift van Nick Veltmaat is daarom onderzocht of een bloedplasma monster extra informatie kan geven over de aanwezigheid en activiteit van lymfeklierkanker.
Tumorcellen laten kleine fragmenten DNA achter in het bloed. Door dit zogenoemde circulerende tumor-DNA (ctDNA) te analyseren, is het mogelijk de ziekte op een niet-invasieve manier te volgen. Hiervoor ontwikkelden we onder andere een nieuwe analysemethode (MNVista) die zeer specifieke DNA-veranderingen herkent en daardoor extreem kleine hoeveelheden tumor-DNA kan opsporen.
Met deze techniek onderzochten we verschillende vormen van B-cellymfoom. We lieten zien dat ctDNA niet alleen een nauwkeurig beeld geeft van de genetische eigenschappen van de tumor, maar ook vaak gevoeliger is dan de klassieke methoden voor het volgen van het effect van een behandeling.
Een van de meest opvallende bevindingen was dat we bij twee derde van de onderzochte patiënten al tumor-DNA konden aantonen in bloedmonsters die jarenlang vóór de diagnose waren afgenomen. In een extreem geval was dit zelfs ongeveer negen jaar voordat de ziekte werd vastgesteld.
We hebben met onze methode laten zien dat lymfomen zich al lange tijd moleculair kunnen aankondigen voordat klachten ontstaan.
Deze resultaten dragen bij aan de ontwikkeling van nauwkeurigere, minder belastende en meer gepersonaliseerde diagnostiek en monitoring van patiënten met lymfeklierkanker.