Constraining carbonyl sulfide budgets via surface and stratospheric observations

Beperking van de carbonylsulfidebalans via stratosfeer- en oppervlaktemetingen
Carbonylsulfide (COS) is een gas in de atmosfeer dat mogelijk kan helpen om te bepalen hoeveel CO₂ door planten wordt opgenomen. Dit is belangrijk om beter te begrijpen hoeveel koolstof ecosystemen uit de atmosfeer halen en daarmee hoe de koolstofcyclus en het klimaat veranderen. Het gebruik van COS voor dit doel wordt echter bemoeilijkt doordat nog niet goed bekend is waar COS vandaan komt en hoe het uit de atmosfeer verdwijnt.
Dit promotieonderzoek van Alessandro Zanchetta brengt verschillende onderdelen van deze COS-balans in kaart. Met metingen in Nederland werd onderzocht welke bronnen de hoeveelheid COS in de lucht beïnvloeden. Daarbij werden verschillende industriële bronnen geïdentificeerd, waaronder biovergisters, suikerproductie en de productie van siliciumcarbide. Ook emissies uit verder weg gelegen industriegebieden, zoals het Ruhrgebied en Antwerpen, kunnen de metingen beïnvloeden.
Daarnaast werden nieuwe methoden onderzocht om COS hoog in de atmosfeer te meten met behulp van weerballonnen. Deze metingen bleken betrouwbare verticale profielen van COS op te leveren en werden vergeleken met onafhankelijke satellietmetingen. Er werd bovendien geen significante invloed van ozon op de COS-metingen gevonden.
Ten slotte werd vastgesteld dat COS in de stratosfeer gemiddeld ongeveer 69 tot 90 jaar nodig heeft om te worden verwijderd. De resultaten laten zien dat een combinatie van metingen aan het aardoppervlak en in de hogere atmosfeer nodig is om de COS-balans beter te begrijpen en het gebruik van COS als indicator voor de opname van CO₂ door planten betrouwbaarder te maken.