Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university
Over ons Actueel Evenementen Promoties

Bullying in secondary education: social position, school context, and intervention development

Promotie:drs. E. (Elsje) de VriesWanneer:21 mei 2026 Aanvang:16:15Promotor:prof. dr. D.R. (René) VeenstraCopromotors:dr. G.E. (Gijs) Huitsing, dr. T.M.L. KaufmanWaar:Academiegebouw RUGFaculteit:Gedrags- en Maatschappijwetenschappen
Bullying in secondary education: social position, school context,
and intervention development

Pestgedrag in het voortgezet onderwijs: sociale positie, context en interventie

Het onderzoek van Elsje de Vries is erop gericht meer inzicht te krijgen in een effectieve aanpak van pesten in het voortgezet onderwijs. Op middelbare scholen is het een hardnekkig probleem (3,5-10% van de leerlingen wordt gepest) met grote gevolgen voor het welzijn van jongeren. Haar proefschrift bevat drie onderdelen, die gezamenlijk een breder en verdiepend beeld van pestprocessen, schoolcontext en interventies bieden. Het doel is beter onderbouwde en effectievere strategieën tegen pesten in het voortgezet onderwijs te ontwikkelen.

In het eerste deel wordt onderzocht hoe pestgedrag zich ontwikkelt binnen het voortgezet onderwijs en hoe dit samenhangt met de sociale positie van leerlingen. Pesters blijken over het algemeen de sterkste sociale positie in hun klas te hebben, en slachtoffers van pesten de zwakste. Deze relatieve sociale positie werd al bij de start van de eerste klas bepaald en veranderde gedurende de eerste twee jaren op de middelbare school niet noemenswaardig. Inzet van preventieve anti-pestinterventies is dus noodzakelijk vanaf de eerste dag van de middelbare school, aangezien de hiërarchie binnen de nieuwe klas stabiel is.

In het tweede deel staat de context centraal waarin anti-pestprogramma’s worden uitgevoerd. Hiervoor wordt de personeelscultuur van basisscholen en middelbare scholen met elkaar vergeleken. Leraren op middelbare scholen bleken hun personeelscultuur negatiever te beoordelen dan leraren in op basisscholen. Leraren op middelbare scholen beoordelen elementen die betrekking hebben op het schoolmanagement (leiderschap en gedeelde besluitvorming) of de onderlinge relaties binnen het team (collegialiteit, consensus, onderling vertrouwen, en collectieve effectiviteit) lager dan hun collega’s in het basisonderwijs. Deze bevindingen benadrukken dat het voor middelbare scholen een uitdaging is om een personeelscultuur te creëren die meer ondersteunend is aan beleidsverandering en schoolverbetering, waaronder de implementatie van anti-pestprogramma’s.

In het derde deel wordt de theoretische basis van GRIPP (GRoepsvorming, Identiteit, en PestPreventie) verkend en wordt dit nieuwe anti-pestprogramma geëvalueerd. Leraren geven aan dat ze GRIPP voor de eerste twee jaar voor middelbare scholen (GRIPP) passend vonden voor de doelgroep van adolescenten. De lesmaterialen werden als gebruiksvriendelijk beoordeeld, en leraren gaven aan dat de voorbereidingstijd en uitvoering goed te combineren waren met hun bestaande werkzaamheden. GRIPP wordt als haalbaar beschouwd door leraren wanneer ze voldoende middelen en ondersteuning krijgen, maar het proefschrift bevestigt ook dat verdere effectiviteitsonderzoeken essentieel zijn voordat grootschalige verspreiding en uitvoering kan plaatsvinden.

View this page in: English