Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenCentrum voor Informatie TechnologieOrganisatieGeschiedenis

Zoektocht naar de oorsprong van de grafische voorstelling

Verschenen in Intercom mei 1998.

Jan Kraak


Zie ook de geschiedenis van het rekencentrum RuGroningen.


Net als veel van mijn ICT-collega's is het nieuwste me soms nog niet nieuw genoeg en leg ik bij wijze van spreken een Java-boek uit 1996 als verouderd ter zijde. Maar zo nu en dan kijk ik ook in de omgekeerde richting en zoek ik naar de oorsprong van mijn werk: het visualiseren van gegevens. Na lang zoeken vond ik onze UB hierover een veertiende eeuws document van Nicole Oresme, dat ca. 1530 is afgeschreven niet zo ver van mijn geboorteplaats. Hier is mijn verhaal. Hebt u een hekel aan nostalgie, gelieve dan niet verder te lezen.

Terug naar Friesland

Aan het einde van het jaar ga ik vaak een dag naar mijn geboortedorp Echten in Friesland. Dan ga ik ook even naar het kerkhof waar behalve mijn ouders ook veel andere familieleden begraven liggen. Ten noorden ervan ligt het Tjeukemeer dat bij veel zeilers berucht is vanwege de ondiepten en de soms koppige golfslag aan lagerwal. En kijkende naar het Zuiden zie ik midden op de ruimte de boerderij liggen waarop ik ben geboren en waarbij mijn vaders Friese paarden liepen. Over dat soort paarden heb ik eens een grafiek gemaakt voor het manual van KOMPLOT: het grafiekenprogramma waar ik jaren aan heb gewerkt. Toen de dichter J.C. Bloem in het begin van de jaren dertig een tijdje in het naburige St Nicolaasga woonde, heeft hij in de bundel "Media Vita" een aantal treffende gedichten over soortgelijke kerkhoven geschreven.

De Friese merrie Ootje en haar veulen in Echten, 1938
De Friese merrie Ootje en haar veulen in Echten, 1938

Walterus Enchusen

Afgelopen December ben ik na een bezoek aan mijn geboortedorp doorgereden naar Tirns, een dorpje ten noorden van Sneek, om te kijken naar een boerderij die gebouwd is op de plaats waar eens het klooster Thabor stond. In het begin van de zestiende eeuw woonde daar de kannunik Walterus Enchusen die waarschijnlijk weet heeft gehad van visualisatie. En zo stond ik dan op een donkere winterdag te kijken naar een oude boerderij op een terp temidden van de kale weilanden. Ik moest even aan Walterus denken, die je met enige fantasie een geestelijke voorvader zou kunnen noemen.
Het voormalige klooster Thabor nabij Sneek, thans staat hier een boerderij.
Het voormalige klooster Thabor nabij Sneek, thans staat hier een boerderij.

Meneer Scheepvaart

Een paar jaar geleden, toen ik voor een geleerd gezelschap een lezing mocht houden over de geschiedenis van visualisatie, ben ik op een vinnig koude winterdag - er was weer een Elfstedentocht op komst - naar de UB geweest om daar het boek van Walterus Enchusen te bekijken waarin een paar grafieken staan. Dat bezoek aan de UB op zichzelf was al een belevenis voor iemand die daar in jaren niet was geweest. Ik kende de UB van uit mijn studententijd: een oud somber gebouw dat je met hetzelfde gevoel betrad als een kerk en waar toen een vriendelijke baliemedewerker rond liep die me nadrukkelijk met 'meneer Kraak' groette. Vele jaren later kwam ik hem in een oud Overijsels stadje tegen temidden van een uitgelaten gezelschap, hij bleek me nog steeds te kennen. Pas sinds 1992 weet ik hoe hij heet: Wieger Scheepvaart, pardon 'Meneer Scheepvaart'. In dat jaar nam hij namelijk afscheid van de UB en stond er een levendig interview met hem in de UK van de hand van Frank den Hollander. Van die oude sfeer in de UB was niets meer over: overal zag je vrolijke jongens en meisjes in een bijna feestelijke stemming op de ruim bemeten trappen en overlopen. Als er vanuit een zaal dreunende muziek had geklonken, dan was ik helemaal niet verbaasd geweest. Maar terzake: mijn doel was de afdeling 'Oude en Kostbare Werken' waar een weldadige rust heerste en waar nog iets van de oude sfeer hing. Ik vroeg naar handschrift 103 dat uitvoerig beschreven staat in de dissertatie van de Groningse theoloog Regnerus Steensma over het boekenbezit van het voormalige klooster Thabor.
Titel pagina handschrift 103 in de UB Groningen, van Walter Enchusen
Titel pagina handschrift 103 in de UB Groningen, van Walter Enchusen

Nicole Oresme, bisschop van Lisieux

In handschrift 103, een boek van geringe afmetingen, heeft Walterus Enchusen omstreeks 1530 een aantal van de in zijn tijd belangrijkste wetenschappelijke werken, van onder meer Albertus Magnus en Bacon, 'afgeschreven' in een klein en precieus handschrift. Ook staan er eigen aantekeningen in over landmeetkunde: waarschijnlijke zijn eigen vak. Ook toen al werd de roede als lengte-eenheid (ongeveer 4 meter) gebruikt, die mijn grootvader ook nog gebruikte om turf op te meten. Mij ging het in dat afschrift echter om zijn afschrift van de 'Tractatus de Configurationibus Qalitatum et Motuum' dat omstreeks 1355 is geschreven door de Nicole Oresme (1320-1382): een van de belangrijkste Middeleeuwse geleerden. Oresme was van eenvoudige Bretonse afkomst, maar heeft het tot kapelaan en raadsman van de Franse koning Charles V gebracht en uiteindelijk tot bisschop van Lisieux. Maar hij was toch vooral een echte wetenschapper die als voorloper wordt beschouwd van latere geleerden zoals Descartes, Copernicus en Galilei.

E.J. Dijksterhuis

Het is een verdienste van E.J. Dijksterhuis (1892-1965) geweest dat hij Oresme bekendheid heeft gegeven als 'uitvinder van de grafische voorstelling' in zijn magnum opus 'De mechanisering van het wereldbeeld', waarvoor hij in 1952 de P.C. Hooft-prijs heeft gekregen. Op dit boek werd ik gewezen door de sterrenkundige Romke Bontekoe, een klant van KOMPLOT. Uit zijn onlangs verschenen biografie, van de hand van de Groningse hoogleraar geschiedenis Klaas van Berkel, weten we dat Dijksterhuis, die voordat hij hoogleraar in de geschiedenis van de exacte wetenschappen in Utrecht werd jarenlang wiskunde leraar in Tilburg was, elke vakantie naar Groningen ging en daar in de UB boeken leende. Het is erg opvallend dat hij handschrift 103 niet heeft gebruikt als bron van Oresme, maar wel een Duitse vertaling door Weileitner.

Marshall Clagett

Nooit zou ik op het idee zijn gekomen om handschrift 103 in onze UB op te vragen, als ik niet op het spoor was gekomen van het in 1968 verschenen magistrale werk van Marshall Clagett van de Princeton University getiteld 'NICOLE ORESME and the Medieval Geometry of Qualities and Motions - A treatise on the uniformity and difformity of intensities known as Tractatus de Configurationibus Qualitatum et Motuum'. Dit boek bevat de Engelse vertaling van de Latijnse 'Tractatus' van Oresme, waarbij is uitgegaan van de 14 bekende afschriften, waaronder het afschrift van Walterus Enchusen en de versie van Weileitner. Onder een foto van een pagina van de Tractatus staat in kleine letters '(Groningen, Bibl. de Rijksuniv. 103)', hierdoor kwam ik onze UB terecht. Het blijkt nu dat Enchusen's afschrift, dat Dijksterhuis dus niet heeft opgemerkt, veel uitgebreider is en veel meer illustraties bevat dan de versie van Weileitner.

Eindelijk in handen

Maar goed en wel: zo had ik dan eindelijk na een zoektocht van ongeveer 25 jaar een boek in handen dat van historische betekenis is voor de visualisatie van data. Omdat het in het Latijn was, kon ik het niet lezen. Ik zag alleen enige kleine in de kantlijn getekende plaatjes die, als ik het niet had geweten, niet eens voor grafieken had aangezien. Maar hoe dan ook: het was toch even een bijzonder moment voor mij toen ik dat bijna 500 jaar oude afschrift in handen had van iemand die net als ik de weilanden van Friesland heeft gekend.
Twee grafieken in de kantlijn, getekend door Walterus Enchusen
Twee grafieken in de kantlijn, getekend door Walterus Enchusen

Basisprincipe van visualisatie

Tenslotte de vraag: zijn dit de oudste grafieken? Waarschijnlijk niet, want er is een plaatje uit de 10-eeuw dat sprekend op een grafiek lijkt. Maar daar staat geen verklaring bij, en dat heeft Oresme nu juist wel gedaan. Hij legt uit hoe hij een kwantitatieve waarde weergeeft door middel van een lijnstuk waarvan de lengte evenredig is met de waarde. Zo'n lijnstuk wordt loodrecht getekend op een ander lijnstuk waarlangs de plaats of de tijd is uitgezet. Door dit voor verschillende waarden te doen en bovendien de bovenkanten van de loodrechte lijnen met elkaar te verbinden ontstaan een grafische voorstelling die wij nu een grafiek noemen. Ook al heeft Oresme dan misschien niet de eerste grafiek getekend, dan is hij toch vrij waarschijnlijk de eerste, of een van de eersten, geweest die het basisprincipe van visualisatie heeft geformuleerd.
Naschrift september 2000

Als een soort eerbewijs aan Walterus Enchusen die rond 1530 in een klooster bij Sneek al een grafiek tekende, staat deze grafiek nu op de pagina's van het Centrum voor High-Performance Computing en Visualisatie van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dit artikel is opgenomen in de documentatie van handschrift 103 van de afdeling "Oude en Kostbare Werken" van de Universiteitsbibliotheek van de RuGroningen.

Laatst gewijzigd:14 maart 2016 11:59