Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenCentrum voor Informatie TechnologieOrganisatieGeschiedenis

Het begin van het Rekencentrum

dr. D.W.Smits tijdens zijn afscheidsreceptie
dr. D.W.Smits tijdens zijn afscheidsreceptie

Het Rekencentrum viert in 1989 het vijfentwintigjarig bestaan met een nieuw gebouw en een nieuw mainframe. De man die bij de periode hieraan voorafgaand, tot zijn pensionering in 1984, het meest betrokken was, is Prof. Dr. D.W. Smits, voormalig directeur van het Rekencentrum. Hieronder volgt zijn relaas, over wat er voorafging aan de nu al weer "oude Cyber" en het "oude gebouw".

'Het echte begin van het RC ligt in 1957, bij de aanvraag voor de ZEBRA, de Zeer Eenvoudige Binaire Reken Automaat. Die ZEBRA was een bedenksel van het PTT-Iab in Leidschendam en werd gemaakt door een Engels bedrijf. In Utrecht had professor Bijvoet voor 150.000 gulden zo'n ding besteld ten behoeve van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen.

Ik werkte in die tijd bij Wiebenga van Chemie aan rontgen-diffractie, en voerde hiervoor Fourier-synthesen uit op ponskaartenapparaten van de tabaksfabriek van Niemeijer.

"Groningen moeten we ook zo ver zien te krijgen", zei Wiebenga.

Hij heeft het toen in de faculteit gebracht. Door de faculteit werd een viertal benoemd om het voorstel uit te werken; via Wiebenga fungeerde ik daarbij als knecht. Ik mocht een reis maken naar Engeland om enkele fabrieken te bezoeken.'

'Dat waren wel leuke dingen: Wiskunde bestond uit hoogleraren die, op een na, allemaal thuis zaten.  Gerretsen daar wilde een analoge machine, een EASE. Zo'n analoge machine moest je pluggen met draadjes en stekkertjes.Een nauwkeurigheid van een promille leek toen wel goed genoeg. Wiebenga, Groenewold van Natuurkunde en iemand van Sterrenkunde wilden een digitale machine, de ZEBRA. Ook hiervoor had Gerretsen belangstelling.

Aanvankelijk was het voorstel deze bij Scheikunde onder te brengen omdat er een elektronische werkplaats aanwezig was. Scheikunde had toen al rekenaars in dienst voor het rekenwerk met ponskaarten; Sterrenkunde ook.'

'Samen met Wiebenga heb ik de aanvraag van de faculteit aan het college van curatoren voorbereid. Zomer 1957 werden beide machines aangevraagd, en beide machines zijn gekomen. Gerretsen zorgde ervoor dat ze bij wiskunde kwamen te staan. De aanvraag voor de EASE, een hobby van Gerretsen, was achteraf gezien slecht gefundeerd. Het was gebaseerd op verwachtingen die niet zijn uitgekomen. Men dacht dat het oplossen van differentiaalvergelijkingen een grote vlucht zou nemen. Later, in '64, is ie overgebracht naar het Rekencentrum. Hij werd nauwelijks gebruikt.'

'De ZEBRA moest natuurlijk geprogrammeerd worden, dat moest in machine-code. Een heel gedonder. Als ie liep was dat gejubel. Met vier man gingen we wekelijks naar Utrecht om dat te leren. Een instructie bestond uit 33 nullen en enen: vijftien functionele bits, vijf voor het registeradres en dertien voor het trommeladres. Een programmeur was toen wat in de Middeleeuwen een schrijver was. Hooguit vijf mensen konden dat hier. Later kwamen er enkele tientallen bij die in SimpleCode programmeerden, een interpreterende code.'

'De ZEBRA was dag en nacht in gebruik. Buiten de normale werktijden werkten er twee ploegen studentoperateurs: de ene week zat ploeg A er 's nachts en in de weekends, de andere week ploeg B. In '59 ging ik naar Wiskunde; Van de Vooren was daar intussen verantwoordelijk voor de ZEBRA. Ik zat daar aanvankelijk voor Scheikunde te programmeren. Ook de Sterrenkundigen - ze begonnen toen met radioastronomie kwamen naar wiskunde om daar hun programma's te laten ontwerpen en schrijven. Later kwam Sociologie en vooral Psychologie met statistisch werk. Ook Economie is op de ZEBRA begonnen. Maar de ZEBRA liep vol door Sterrenkunde. Van de 168 uur per week gebruikten ze 'm honderd uur, als het er geen honderdtwintig waren.

'Delft was de eerste die z'n ZEBRA in '62 ging vervangen door een honderd tot duizend maal snellere TR4 van Telefunken. Bij ons viel ook de keus op die TR4 van drie miljoen. Intussen was de CRIVA ontstaan, bestaande uit mathematen, geen echte gebruikers; die aanvraag ging dus niet van een leien dakje. Er moest ook van alles geregeld worden: Waar vinden we ruimte? Hoe moet dat organisatorisch? Wie is er verantwoordelijk? Ik was de oudste ZEBRA-gebruiker bij Wiskunde dus ik mocht het regelen. "Wat moet ik onder de brieven zetten?", vroeg ik tijdens een bespreking met Addens, de secretaris van de universiteit; "Zet er maar directeur Rekencentrum onder", zei hij.'

'De huisvesting was een probleem. "Ach, we kunnen toch een barak in de tuin zetten", zei Van de Vooren. Ik heb 'm gelukkig snel uit de droom kunnen helpen. Van de Vooren en ik vonden toen een locatie aan de Appelstraat, bij Technische Chemie. Dat werd aanvankelijk onderhands geregeld. In mei 1964, de stofwolken woeien nog, werd de TR4 er neer gezet. We hadden nog geen papier, paperclips of meubilair. En dat is dus vijfentwintig jaar geleden.'

'Toen moest het nieuwe huis bemand worden: programmeurs, operateurs, administratie. De hele universiteit was toen een primitieve, informeel geregelde organisatie. Je vroeg tien plaatsen aan - je hoefde dat nauwelijks te motiveren - en je kreeg er vijf. In die tijd was er veel geld; dan ging je een beetje smoezen en dan breidde je weer uit met een magneetbandeenheid. Een tijd van relaties en vertrouwen.'

'Formeel vielen we onder Wiskunde, maar we hadden eigen budgetten en we bespraken bijna niets met wiskunde, we deden alles zelf. De Appelstraat-periode van '64 tot '72 was een tijd van losweken van Wiskunde, een eigen identiteit vinden. Het grote verschil tussen Groningen en de andere universiteiten was dat bij die andere universiteiten, tot de Cyber-tijd, de computers bij de hoogleraren Wiskunde stonden. Ik was gebruiker van oorsprong en dus stonden we dag en nacht klaar voor gebruikers. Dat heeft ook zijn stempel gedrukt Op het onderwijs; ook later, begin tachtig, toen Informatica bij wijze van spreken op z'n gat lag, opgesloten in 'n ivoren toren, toen ben ik colleges gaan geven voor studenten, bij ons mochten mensen gewoon op die apparaten werken, al deden ze er de grootste flauwekul op. Al die ambtenarij, dat wilde ik niet. Dat is echt uniek voor Groningen.'

'Met de TR4 kwamen de hogere programmeertalen Algol en Fortran. We gaven colleges, later ook practica, voor studenten en medewerkers. Wat voor die tijd de wiskundemannen deden, de applicatieprogrammeurs, konden de medewerkers nu zelf. In die periode kwamen de Sociale Wetenschappen op met hun enquetes, en Bedrijfseconomie met haar modellen. De medici zijn nooit erg voorop lopend geweest, maar ook zij begonnen.'

'In '69 kwam de aanvraag voor een Cyber; dat heeft jaren geduurd. De CRIVA lag dwars, Bouwzaken wou niet bouwen; dat gemieter allemaal. Het bedrag, vijftien miljoen, dat was wennen: geneuzel van de CRIVA, allemaal mensen die er ver vanaf stonden. Control Data, de leverancier, heeft toen de kogel door de kerk gejaagd.

SARA en Utrecht wilden ook zo 'n ding. De Brauw was minister. Hij kreeg een aanbieding voor Groningen, Amsterdam en Utrecht met de mededeling "binnen een week tekenen voor het hele pakket, met extra kortingen".

En toen was het er door. Najaar '70 begonnen we te bouwen in Paddepoel. De sleutels heb ik formeel gekregen op 31 december 1971. Op 2 januari kwam de Cyber.'

Laatst gewijzigd:28 juni 2016 16:56