Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningenfounded in 1614  -  top 100 university
Over ons Faculteit Rechtsgeleerdheid Actueel Nieuws Nieuwsarchief

Oratie Valérie van ‘t Lam: ‘Milieurecht speelt een sleutelrol bij de grootste problemen van Nederland’

13 februari 2026
Valérie van 't Lam

Valérie van ’t Lam is sinds 1 augustus 2025 bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 13 februari houdt ze haar oratie. ‘Milieurecht gaat over alles wat je buiten ziet, dat intrigeert mij.’

Tekst: Esther van der Meer

Je bent advocaat op de Zuidas en nu ook hoogleraar: allebei nog steeds beroepen waarin vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. Wil je een voorbeeld zijn voor andere vrouwen?

‘Ja, ik wil wel graag zo’n voorbeeld zijn. Ik doe wat ik heel leuk vind. En ik bewaak belangrijke grenzen ook heel goed. Op bijvoorbeeld voor onze kinderen belangrijke momenten, op school of bij ziek zijn, zorg ik of mijn man dat we er echt helemaal zijn.’   

Het milieurecht is breed, waar wil jij je binnen je leerstoel op richten?

‘Ik zie een verschuiving binnen het milieurecht. Ik zie meer civiele zaken over onderwerpen die gewoon bestuursrechtelijk in een vergunning kunnen worden of zijn geregeld.

Neem bijvoorbeeld  de CO2-zaak tegen Shell: als een CO2 reductie zou worden opgelegd dan ben je voor mijn gevoel achteraf aan het corrigeren in plaats van vooraf. Gaat er dan vooraf wat mis? Daar zou ik beter naar willen kijken: kunnen we met het milieurecht de uitdagingen van deze tijd voldoende tackelen? 

Een ander iets is dat ik vanuit verschillende rechtsgebieden vergelijkbare rapportage- en onderzoeksverplichtingen zie voor bedrijven: daarbij raken rechtsgebieden door elkaar.  Draagt dat allemaal wel bij aan effectieve milieubescherming?’ 

Je oratie is getiteld ‘Veerkrachtig milieurecht?’ Wat is  de kern van je oratie?

‘Ik heb naar een aantal actuele onderwerpen gekeken: CO2-emissie, stoffen - zoals PFAS - en gezondheid, energiebesparing en rapportage- en onderzoeksverplichtingen voor bedrijven. Ik heb die langs een meetlat van veerkracht gelegd zonder de kernwaarden van de democratische rechtsstaat uit het oog te verliezen.

Samengevat komt dat neer op de vraag of het milieurecht voldoende rechtszeker is, er voldoende gelijkheid is voor burgers en bedrijven en of het milieurecht voldoende kan reageren op nieuwe uitdagingen voor het milieu.

Neem PFAS. De ontdekking van die stof leidde eerst tot een succesverhaal: van anti-aanbakpannen tot regendichte kleding. Vervolgens kwam men erachter dat deze stof niet afbreekt en gevaarlijk is voor mens en milieu. Het milieurecht moet dan reageren en wellicht ook anticiperen.’

Blijkt het milieurecht dan veerkrachtig genoeg?

‘Ja. Er is wel wat verbetering mogelijk, hoor. We moeten het milieurecht ook meer in samenhang bezien: je kunt bestuursrecht, strafrecht en civiel recht niet los van elkaar bekijken. Ik zie het civiel recht als de kanariepiet in de kolenmijn: als je een bepaald onderwerp steeds op ziet duiken bij de civiele rechter, dan moet je gaan kijken of het bestuursrechtelijk goed geregeld is.

Neem bijvoorbeeld de maatregel van een aantal jaar geleden dat bedrijven energiebesparende maatregelen moesten nemen. De kaders waren zo onduidelijk dat er veel rechtszaken en discussies over waren. Daarna is er heldere regelgeving gekomen waardoor bedrijven weten waaraan ze moeten voldoen en sindsdien zijn er  beduidend minder zaken. Bedrijven en burgers hebben behoefte aan duidelijkheid.’

Welk vraagstuk in je vakgebied vind je het meest urgent?

'Stikstof, water en verduurzaming: dat is de top 3 van problemen die we nu in Nederland hebben. Bij alledrie speelt het milieurecht een belangrijke rol.

De natura-2000 gebieden in Nederland zijn in zo’n slechte staat dat allerlei projecten, zelfs als bedrijven willen verduurzamen, de toets van de hoogste bestuursrechter niet doorstaan. Voor water haalt Nederland de doelen van de kaderrichtlijn water niet. Er moet verduurzaming plaatsvinden, maar hier lijkt regelgeving niet voldoende in te voorzien of staat regelgeving het soms in de weg. Belangrijke thema’s en juridisch boeiend.’

Je ziet als advocaat en partner bij Stibbe in Amsterdam heel veel praktijkzaken. Wat neem je van je werk mee naar je onderzoekspraktijk en andersom?

‘Als advocaat zie ik wat regels in de praktijk doen, je merkt ook hoe en waar in het juridische systeem onduidelijkheden of moeilijkheden zitten. Dat vind ik waardevol voor een goed begrip van het milieurecht. En ik kan mijn ervaring en kennis overbrengen aan studenten: ik hoop dat ik daardoor interessante lessen geef. Omgekeerd: als wetenschapper houd ik onderzoek beter bij en verdiep ik me. Dat is in de praktijk heel waardevol.’

Wat wil je met jouw onderzoek bijdragen aan de samenleving?

‘Ik hoop dat ik kan bijdragen aan een beter milieurecht, waar zowel het milieu als burgers en bedrijven mee gebaat zijn.’

Ben je ook activistisch?

‘Nee, ik denk dat ik juist ook goed begrijp waarmee bedrijven worstelen. Ik ben steeds op zoek naar de balans.’  

Wat wilde je als kind later worden?

‘Ik ben opgegroeid tussen veel verschillende dieren, dus het was eerst dierenarts. Daarna wilde ik psycholoog worden en vervolgens leek kinderrechter mij een mooi vak. Ik ben zowel in het privaatrecht als staats- en bestuursrecht afgestudeerd. Uiteindelijk werd het toch het bestuursrecht en het milieurecht. Daar werd ik tijdens mijn studie door gegrepen: dat is zo tastbaar. Milieurecht gaat over alles wat je buiten ziet, dat intrigeert mij.’

Laatst gewijzigd:13 februari 2026 10:27
View this page in: English