Skip to ContentSkip to Navigation
Over ons Faculteit Rechtsgeleerdheid Actueel Agenda Promoties Rechtsgeleerdheid

Soevereiniteit en pluralisme

Een conceptuele zoektocht naar de constitutionele grondslagen van de Euorpese rechtsorde
Promotie:Dhr. J.W.C. van Rossem
Wanneer:05 juni 2014
Aanvang:16:15
Promotors:prof. dr. D.J. Elzinga, prof. mr. H.G. (Gerhard) Hoogers
Waar:Doopsgezinde Kerk
Faculteit:Rechtsgeleerdheid

 

Westfaalse doctrine statensoevereiniteit ook toepasbaar op Europese Unie

Het aloude leerstuk van staatssoevereiniteit heeft nog steeds verklarende werking met betrekking tot de Europese Unie. Dat komt doordat soevereiniteit in de kern een modern concept is – het ziet toe op de vraag waar overheidsgezag vandaan komt en hoe dit wordt gelegitimeerd. Dat concludeert Jan Willem van Rossem op basis van zijn promotieonderzoek.

Leven we in Europa in een nieuw constitutioneel tijdperk? Steeds meer juristen vinden van wel. In de wijze waarop de Europese Unie zich ontwikkelt zien zij het einde van de Westfaalse doctrine - het paradigma dat statensoevereiniteit als uitgangspunt neemt en rechtsrelaties hiërarchisch benadert. Jan Willem van Rossem zet vraagtekens bij deze zienswijze. Aan de hand van een anatomie van het leerstuk van soevereiniteit neemt hij stelling tegen een theorie die vandaag een populair alternatief vormt voor Westfalen: constitutioneel pluralisme.

Volgens de theorie van constitutioneel pluralisme heeft hiërarchie in de Europese Unie plaatsgemaakt voor heterarchie. Democratie en rechtsstatelijkheid zouden niet langer meer ontspringen aan één constitutionele bron, maar samenkomen in een meerlagige rechtsorde, waarin regels geen eenduidige verklaring behoeven. Valt deze voorstelling van zaken echter wel te construeren in een seculiere, moderne wereld? Kunnen vrijheid en democratie, de Europese grondwaarden, wel zonder rechtseenheid en een antwoord op de vraag waarom normen gelden? Van Rossem beantwoordt deze vragen in beide gevallen uiteindelijk negatief. In constitutioneel opzicht is Europa het jaar 1648 dan ook nog steeds niet gepasseerd. Maar een uitkomst van het onderzoek is ook dat de Europese Unie door een Westfaalse bril kan worden bezien, zonder tegelijkertijd te worden geconfronteerd met het statische wereldbeeld waarin veel soevereiniteitsvertogen verstrikt raken. Een terugkerend punt in het proefschrift is dat constituerende macht en geconstitueerde macht, de bouwstenen van het fenomeen soevereiniteit, elkaar veronderstellen. Als gevolg van deze paradox kan een beeld oprijzen van concurrerende soevereiniteitsclaims, die elkaar conceptueel uitsluiten, maar wel allebei in de wereld zijn. Dat beeld vormt volgens dit proefschrift de meest overtuigende verklaring voor de huidige, door crisis beheerste dynamische constitutionele werkelijkheid in Europa.

Jan Willem van Rossem verrichtte zijn onderzoek binnen het onderzoeksproject Grondslagen van de Europese Unie, van de sectie staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de RUG. Hij werkt nu als universitair docent staatsrecht bij de Universiteit Utrecht.