Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Ook onderzoek dóen draagt bij aan de zorg

18 februari 2019
Klaske Glashouwer

GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut Klaske Glashouwer is science-practitioner. Bij GGZ-instelling Accare behandelt ze kinderen en jongeren met eetstoornissen en coördineert ze onderzoek. Aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen onderzoekt ze de rol die het lichaamsbeeld speelt bij anorexia nervosa. Wetenschap en praktijk verbinden staat centraal in haar werk.

De causale rol van een negatief lichaamsbeeld bij anorexia nervosa is nauwelijks serieus onderzocht, vertelt Glashouwer. “Uit een uitgebreide review van de literatuur blijkt dat slechts 15 tot 20 artikelen wereldwijd echt over dat onderwerp gaan. Er zijn allerlei theorieën over. Maar of een negatief of afwijkend lichaamsbeeld nu echt de drijvende kracht achter niet eten is? Heel veel mensen zijn niet blij met hun lijf. Valt er iets te zeggen over hoe een negatief lichaamsbeeld het uithongeren in stand houdt? Of is voedsel mijden in het begin belonend gedrag en wordt het vervolgens een gewoonte? Een verslaving wellicht? Of komt het voort uit interpersoonlijke relaties?”

Voeden met kennis

Als behandelaar ervaart Glashouwer zelf het gebrek aan onderbouwing van behandelingen. Het is, vertelt ze, heel erg belangrijk dat behandelaars en onderzoekers nauw samenwerken om daar verandering in te brengen. “Mensen met anorexia vormen een ingewikkelde doelgroep voor onderzoek. Het gaat relatief om weinig mensen. Ze zijn kwetsbaar. Het is ingewikkeld om ze langere tijd te volgen, omdat er in studies een hoog percentage drop-outs is.” Sinds 2012 coördineert Glashouwer bij Accare het onderzoek naar eetstoornissen. “Een aantal mensen van onze faculteit werkt op beide werkplekken aan eetstoornissen. Onderzoek is erg belangrijk voor de praktijk. De zorg is niet statisch: zij is constant in beweging, er wordt veel van behandelaars gevraagd. Dan is het mooi als je hen met kennis kunt voeden en bovenop ontwikkelingen in diagnostiek en behandelingen zit.”

Meer dan een lab

“Ik heb gemerkt”, vervolgt Glashouwer, “dat we door met elkaar na te denken over de diagnostiek van eetstoornissen, door trainingen op dat gebied, door betrokkenheid van het hele behandelteam bij onderzoek onze zorg bij Accare veel beter zijn gaan inrichten. Andersom is het voor de vakgroep aan de universiteit heel belangrijk om deze verbinding te hebben. Niet alleen als een soort ‘laboratorium’ om ideeën en theorieën te onderzoeken. Klinische studies hebben ook meer kans van slagen als je snapt wat je van behandelaars vraagt. En je kunt je enorm laten inspireren door de praktijk. Als je beide werelden kent en elkaar respecteert, wordt het 1+1=3.”

Terug naar de theorie

Inmiddels heeft wereldwijd een aantal excellente klinische trials plaatsgevonden naar verschillende behandelingen van anorexia nervosa. “De ene behandeling doet het niet beter dan de andere, blijkt daar uit. We moeten daarom terug naar de theorie. Welke processen houden de stoornis in stand? Zijn dat gedragsprocessen, biologische beloningsprocessen, automatische processen? Dat moet je bij patiënten gaan uitvinden. In mijn geval betekent dat uitzoeken in hoeverre een beter lichaamsbeeld de eetstoornis vermindert. Kunnen we een onderzoeksmodel ontwerpen om dat bij patiënten te achterhalen?” Ze heeft daarvoor een vijfjarenplan. “Ik blijf gefascineerd door het feit dat de rol daarvan in de wetenschappelijke literatuur niet wordt beantwoord. Misschien is het negatieve lichaamsbeeld er wel, maar is er geen oorzakelijk verband?” In bredere zin vindt ze dat de onderzoekswereld moet gaan uitvinden welk mechanisme er het meeste toe doet.

Niet louter Eureka

Klaske besteedt nu, dankzij een Veni-beurs, wekelijks drie dagen aan haar onderzoek. Ze puzzelt stukje voor stukje verder aan een model om het lichaamsbeeld goed te kunnen onderzoeken. Dat de vakgroep waar ze werkt, Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie, goed is in het verbinden van wetenschappelijk onderzoek met het werk van behandelteams helpt en sterkt haar. Het zijn niet alléén onderzoeksresultaten en publicaties die tellen. “De verbinding maken heeft meerwaarde voor beide partijen. Het kost werk, tijd, energie, maar dat is een goede investering. Onderzoek doen gaat niet alleen om Eureka-inzichten te krijgen – ook door het dóen van onderzoek draag je bij aan de praktijk van de zorg.”

Tekst: Angela Rijnen. Dit artikel verscheen eerder in GMW Magazine.

Laatst gewijzigd:18 februari 2019 11:56

Meer nieuws

  • 13 maart 2019

    Werkverstoringen schaden het welzijn van de werknemer

    Werkverstoringen zijn typische stressveroorzakers in de hedendaagse organisaties. Ze komen in diverse vormen zoals binnenkomende e-mails, telefoongesprekken, computerstoringen, collega's die advies vragen of langskomen voor een praatje. Uit een recent...

  • 13 maart 2019

    Vieze geur vermindert seksuele opwinding

    Het toedienen van een vieze walgelijke geur vermindert de seksuele opwinding bij mannen. Dit blijkt uit een recente studie van de Rijksuniversiteit Groningen die onlangs werd gepubliceerd in PLOS ONE. Proefpersonen werden tijdens het kijken van een...

  • 13 maart 2019

    Groningers vertalen unieke IDS-2 intelligentietest naar Nederlands situatie

    De IDS-2 is wereldwijd de eerste test die de belangrijkste ontwikkelingsgebieden van kinderen en jongeren tussen de 5 en 20 jaar met één instrument in kaart brengt. Van de van oorsprong Zwitserse test is sinds begin december 2018 ook een Nederlandse...