Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

'Haperende roltrap leidt tot tweedeling in de stad'

11 december 2018
Jacob Dijkstra: Het nog ‘lokaler’ maken van de besluitvorming is geen goed idee. Mensen hebben meer behoefte aan duidelijkheid.

Jacob Dijkstra, socioloog aan de RUG, maakt zich zorgen over ontwikkelingen in de stad Groningen. Een stad waar het op het eerste gezicht goed gaat, maar waar zich misschien wel een tweedeling aan het voltrekken is. Met aan de ene kant welvarende burgers, met baan, huis, auto en sociaal netwerk. En aan de andere kant zij die dat niet hebben en moeilijk kunnen meekomen.

Tekst: Martin Althof, afd. Communicatie, RUG / Foto's: Elmer Spaargaren

Volgens Jacob Dijkstra bezit elke stad een roltrapfunctie. De stad biedt mensen een grote verscheidenheid aan mogelijkheden. Om te ontwikkelen en hogerop te komen. Dijkstra signaleert dat de roltrapfunctie van Groningen, net als in veel andere Nederlandse steden, mogelijk onvoldoende functioneert. Op de bovenste verdiepingen is het goed toeven, daar is het feest. In de kelder blijven mensen achter, komen niet verder. Kortom een dreigende tweedeling tussen ‘arm’ en ‘rijk’. Een ontwikkeling waar de politiek zich zorgen over moet maken.

Lager opgeleiden blijven thuis

In november waren er gemeenteraadverkiezingen in Groningen. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de SP de partij is die opkomt voor de laagstbetaalden, de mensen aan de onderkant van de maatschappij. De SP leed een verlies van 1 zetel. Met 44% was de opkomst laag. Met name potentiële SP-kiezers bleven thuis. Het mobiliseren van de laagopgeleide kiezers blijkt elke keer een probleem. Dijkstra: ‘De hoger opgeleiden zijn meer geïnteresseerd in politiek. Ze praten er met anderen over. Hebben ook van huis uit en vanuit het genoten onderwijs meegekregen dat stemmen een burgerplicht is en dat het niet goed voelt wanneer je niet gaat stemmen. Ze maken ook deel uit van sociale netwerken waarin het normaal is dat je gaat stemmen en waarin je op de vingers wordt getikt als je niet gaat.’

Participatie-elite

Pogingen om zoveel mogelijk mensen bij besluitvorming te betrekken en inspraak te geven bij de inrichting van de eigen woonomgeving zijn er voldoende, zeker ook in Groningen. Dijkstra: ‘Zo kennen we in onze stad de G1000 en de G100. Bij de G100, bijvoorbeeld in de Oranjebuurt of Korrewegwijk, komen mensen bij elkaar om te praten over hoe ze hun wijk nog aangenamer kunnen maken om te wonen. Goede initiatieven. Tegelijkertijd is het toch wel de participatie-elite die dergelijke bijeenkomsten bezoekt. Mondige mensen die vanuit een soort verlicht eigenbelang handelen.’

'De roltrapfunctie van veel Nederlandse steden functioneert onvoldoende'.
'De roltrapfunctie van veel Nederlandse steden functioneert onvoldoende'.

Procedurele rechtvaardigheid

Jacob Dijkstra gelooft niet dat het nog ‘lokaler’ maken van de besluitvorming een goed idee is: ‘Bewoners met elkaar laten beslissen over hun woonomgeving geeft ook een grotere kans op interpersoonlijke conflicten. Bovendien moet je de besluitvorming wel heel kleinschalig maken, wil een individuele stem een merkbaar effect hebben op de uitkomst. En dat is volgens mij toch wat veel niet-stemmers thuis doet blijven: waarom zou ik de moeite nemen te gaan stemmen, als mijn stem er nauwelijks toe doet? Wel hebben mensen veel behoefte aan duidelijkheid. Daarbij is procedurele rechtvaardigheid essentieel. Hoe is een besluit tot stand gekomen? Wat zijn de overwegingen geweest? Uitleg en motivatie is belangrijk. Wanneer dat zorgvuldig gebeurt, accepteren mensen beslissingen veel makkelijker. Maar er zal altijd spanning blijven bestaan tussen het op een efficiënte manier nemen van beslissingen en het betrekken van de mensen bij het proces. Nieuwe mogelijkheden biedt wellicht het concept van ‘liquid democracy’, waarbij iedere burger of zelf kan gaan stemmen of zijn stem delegeert aan een vertegenwoordiger, die namens hem de stem uitbrengt. Bijvoorbeeld iemand die verstand van zaken heeft in een ingewikkeld dossier.’

Stemmen moet

Dijkstra stelt vast dat niet stemmen in zekere zin heel rationeel is. Immers, je maakt als individu echt niet het verschil: ‘Wanneer je dat wel denkt, houd je jezelf dus een beetje voor de gek. Maar soms moet je dat doen om iets te bereiken. In dit geval bijvoorbeeld het in stand houden van ons democratische systeem. Immers, niemand wil dat er helemaal niet meer gestemd kan worden. Totale onverschilligheid leidt tot dictatuur. Onze democratie, met al zijn problemen, is echt beter dan het alternatief. Vandaar dat ik pleit voor het vergroten van het inzicht bij iedereen dat stemmen moet. In de opvoeding en in het onderwijs.’

Te optimistisch over participatiesamenleving

In de Troonrede van 2013 dook de ‘participatiesamenleving’ op, waarin burgers meer zaken zelf moeten regelen. Onder andere het landelijk kennisinstituut Movisie constateerde vorig jaar dat de participatiesamenleving een elitair karakter heeft. Het zijn vooral blanke, hoogopgeleide Nederlanders die een zorgcoöperatie beginnen of een mantelzorgwoning bouwen voor hun ouders. Daardoor dreigt volgens Movisie een tweedeling te ontstaan. Enerzijds is er een elite die de weg kent en het goed weet te regelen. Anderzijds is er een klasse van lager opgeleiden, migranten en andere kwetsbare groepen die dat niet lukt. Jacob Dijkstra onderschrijft deze analyse: ‘Is de participatiesamenleving niet veel anders dan een retorische truc om te zeggen: ‘zoek het zelf maar uit’? Mensen worden meer teruggeworpen op zichzelf. Aan de ene kant de hoger opgeleiden met een goed inkomen en een uitgebreid sociaal netwerk, aan de andere kant de lager opgeleiden, zonder dit alles. Ik durf rustig te stellen dat het concept van de participatiesamenleving de tweedeling in de maatschappij vergroot: de mensen met de meeste behoefte aan ondersteuning hebben dikwijls in hun sociale netwerk de minste middelen. Optimisme over de participatiesamenleving is dan ook een vorm van wishfull thinking. De overheid kan het zich niet veroorloven af te wachten, maar moet actief op zoek gaan naar de problemen in de wijken. En daarbij gebruik maken van de hoogopgeleide leden van de gemeenschap zelf (bijvoorbeeld een Turkse student die de eigen gemeenschap goed kent). En van de goed functionerende, laagdrempelige buurthuizen, waar iedereen met z’n problemen en vragen terecht kan. Om een verdergaande tweedeling tegen te gaan.’

Laatst gewijzigd:12 december 2018 09:14

Meer nieuws