Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Wolven bieden jonge boompjes een kans

'Landschap van angst' straks ook in Nederland?
28 mei 2018

Recent onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met het Mammal Research Institute van de Poolse Academie van Wetenschappen laat zien dat de wolf een positief effect kan hebben op het Nederlandse landschap. Dat geldt vooral voor gebieden met een hoge dichtheid aan hert of ree en waar jonge boompjes zich nauwelijks kunnen ontwikkelen, omdat de jonge scheuten frequent worden afgegeten. Dit onderzoek is afgelopen week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Ecosystems.

Het aantal wolven dat ons land bezoekt is afgelopen jaren toegenomen. Inmiddels lijkt er nu permanent één of enkele wolven in Noord-Nederland rond te lopen. Deze wolven hebben mogelijk meerdere keren schapen gedood. Deze voorvallen wekken negatieve reacties op over de wolf. De terugkeer heeft echter ook voordelen blijkt uit het onderzoek van prof. dr. ir. Christian Smit, Annelies van Ginkel Msc., en prof. dr. Dries Kuijper. En dan vooral voor het landschap: de wolf zorgt namelijk voor meer variatie in de groei van jonge bomen.

Christian Smit
Christian Smit
Landschap van angst

Wolven creëren een ‘landschap van angst’ waardoor hun prooidieren, voornamelijk ree en hert, moeten leven in gebieden met (relatief) vellige en onveilige plekken. “Op de veilige plekken is de wolvenactiviteit lager, wat de kans dat het ree/hert door een wolf gedood wordt, verkleind. Ze worden daarom ook wel plekken met een laag predatierisico genoemd,” legt professor Chris Smit uit. “Wolven mijden mensen in ruimte en tijd, resulterend in een laag predatierisico voor reeën dichtbij menselijke bebouwing, en plekken met veel wolvenactiviteit en dus een groot risico voor reeën ver bij de menselijke bebouwing vandaan.”

De Europese Wolf
De Europese Wolf
Waakzame herten

Herten en reeën zijn waakzamer in gebieden met een hoog risico, met als gevolg dat ze minder tijd besteden aan foerageren; ook wel browsen genoemd. Daarom verwachtten de onderzoekers dat door afgenomen foerageertijd, jonge boompjes minder gebrowsed worden. “Om dit te onderzoeken hebben we de mate van browsing van jonge boompjes bepaald op zowel lage- als hoge risicoplekken in het bos van Bialowieza, Polen”, vertelt RUG-onderzoeker Annelies van Ginkel, ook verbonden aan het Mammal Research Institute. Bialowieza is een van de meest natuurlijke bossen van West-Europa waar naast wolf en lynx, ook Europese bizon, eland, edelhert, ree en wild zwijn voorkomen.

Annelies van Ginkel
Annelies van Ginkel

“In gebieden dichtbij mensen en bebouwing vonden we veel foerageersporen, terwijl de hoeveelheid browsing afnam verder bij de bebouwing vandaan en dus de wolvenactiviteit toeneemt”. Op kleinere schaal zijn herten waakzamer in de buurt van omgevallen boomstammen van 1 meter hoog en > 12 m lang. “Onze resultaten laten zien dat zulke stammen op plekken met een laag risico de browsing verminderden met 20% en tot 4 meter, terwijl op plekken met een hoog risico de boomstammen de browsing verminderden met 38% en tot wel 16 meter van de boomstam.”

Bos met meer diversiteit
Wolven hebben dus positieve invloed jonge boompjes door ze indirect te ‘bevrijden’ van de hoge browsing-druk van hert en ree, al helemaal in combinatie met omgevallen bomen. Hierdoor hebben jonge boompjes een grotere kans zich te ontwikkelen tot volwassen boom. Dit zorgt voor een bos met meer diversiteit, een type ecosysteem dat zeer gewaardeerd wordt door natuurbeschermers. “Toch moeten we voorzichtig zijn en niet te hoge verwachtingen hebben bij her effect van de wolf op het Nederlandse landschap”, zegt Van Ginkel. In Bialowieza heeft de mens al een sterk effect op de wolf en die invloed wordt waarschijnlijk groter in het dichtbevolkte Nederland. Van Ginkel: “Desalniettemin zal de wolf op kleine schaal een waardevolle aanvulling zijn voor het Nederlandse landschap.”

Laatst gewijzigd:29 mei 2018 09:36

Meer nieuws